Banner

Willem Vanhuyse

Atlas van de imaginaire verklaringen

9.0
Jurgen Boel - 24 mei 2018

Tijdens zijn middelbare schooltijd bedacht de Franse schrijver Alfred Jarry (1873-1907) samen met twee vrienden de `patafysica. Het was een parodie op de wetenschappen, door Jarry omschreven als “de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen die op symbolische wijze aan schetsen de eigenschappen toekent van de door hun schijn beschreven objecten”. Hoewel het bedacht werd door enkele kwajongens in een luim, zou de `patafysica uitgroeien tot een bescheiden fenomeen.

Jarry zelf zou tijdens zijn relatief korte leven niet alleen een `patafysisch` leven leiden (al noemde hij het zelf niet zo), maar ook de leer, die mede door hem bedacht was, verder vorm geven en vervolmaken in het toneelstuk Ubu Roi en de roman Gestes et opinions du docteur Faustroll, pataphysicien. Deze werken werden niet alleen door tijdsgenoten opgemerkt en gewaardeerd, getuige het in 1948 opgerichte Collège de ’Pataphysique dat bekende leden uit het brede kunstenveld telde en dat in 2000 (na een eerste `stilstand` in 1975) nieuw leven werd ingeblazen. Naast Frankrijk was echter ook in Nederland een schare patafysici opgestaan. In 1972 werd namelijk het Nederlandse Instituut voor 'Patafysica (NIP) opgericht dat later overging in de Academie voor 'Patafysica (NAP), ook wel eens Bâtafysica genoemd.

Ondanks een voorliefde voor surrealisme (een van de bastaardkinderen van Jarry) bleef het in België op patafysisch gebied veeleer stil, al mogen zowel Panamarenko als Simon Leys zich laten voorstaan op de rang van satraap (illustere persoonlijkheden die in hun werk blijk hebben gegeven de `patafysica te doorgronden). Of Willem Vanhuyse zich in de nabije toekomst ook tot dit gezelschap mag rekenen, is voorlopig koffiedik kijken (op zich een patafysische handeling), maar met zijn Atlas van de imaginaire verklaringen. Handboek voor de patafysicus geeft hij alvast blijk van een duidelijke kennis van zaken.

In bijna 400 pagina`s op A4-formaat gaat Vanhuyse in op een veelvoud van thema`s die hijzelf onderscheiden heeft in negen hoofdstukken, gaande van de mens over gedrochten, machinerie, tijd en ruimte en cijfers en getallen. Na een inleiding in de `patafysica is het de beurt aan de ruimte, waarbij Plato`s vormenleer geregeld aan bod komt alvorens onder meer Eschers onmogelijke figuren uitgebreid behandeld worden. Uit de handgeschreven tekst mag duidelijk zijn dat Vanhuyse zich goed gedocumenteerd heeft, maar wat dit hoofdstuk -- en bij uitbreiding de hele atlas -- zo boeiend maakt, is het feit dat Vanhuyse zelf alles geïllustreerd heeft en daarbij geregeld uit een uitgebreide fantasie put.

Naarmate de atlas vordert en andere thema`s de revue passeren, lijkt Vanhuyses verbeeldingskracht steeds meer met hem aan de haal te gaan en de atlas te overheersen. Uiteraard kan hij bij de verschillende lemma`s putten uit de meest absurde theorieën over onder meer het ontstaan van de mens (inclusief J.P. Brissets stelling dat de mens van de kikker afstamt) en de platte en/of vierkante aarde, alsook legendes (Atlantis) en meer speelse wetenschappelijke uiteenzetting vormen voor hem stof tot nadenken (zoals Richard Dawkins` verklaring waarom dieren geen wielen hebben). Feit of fictie maakt voor Vanhuyse niets uit, beide hebben een plek in zijn atlas, waarbij wat zijn eigen geest prikkelde de enige voorwaarde lijkt om opgenomen te worden.

De keuze van onderwerpen en tekstfragmenten vormen zoals vermeld voor de auteur bovendien een uitstekende gelegenheid om zijn tekentalent te kunnen botvieren. Soms eenvoudig en rudimentair, dan weer gedetailleerd en precies weet hij steeds de juiste illustratie te kiezen om de atlas te verluchten en te verlevendigen. Ook wie zich niet door de soms lange lappen tekst wenst te worstelen, vindt in de atlas nog genoeg fraais om zich er even in te verliezen. In die zin plaats de atlas van Vanhuyse zich in de traditie van en knipoogt het naar het 15e eeuwse Voynich Manuscript, alsook de Codex Seraphinianus van Luigi Serafini. Dat in tegenstelling tot de beide andere werken Vanhuyses tekst wel leesbaars is (althans voor Nederlandstaligen), doet in deze weinig ter zake.

Vanhuyses Atlas van de imaginaire verklaringen. Handboek voor de patafyisicus is geen werk dat zich in een ruk laat uitlezen. Veeleer is het aangewezen om net als in de encyclopedie nu en dan het werk ter hand te nemen om een enkel tekstlemma te lezen (en stiekem te grinniken), dan wel om even te genieten van de knappe illustraties die de atlas rijkelijk versieren. Oorspronkelijk was de atlas niet meer dan het afstudeerproject van Willem Vanhuyse (die aan Sint Lucas Brussel illustratie studeerde), maar uitgeverij Lannoo heeft met recht en rede het werk uitgegeven in een formaat dat het verdient. Indien het Collège de ’Pataphysique de `patafysica wil eren, stalt ze minimaal dit werk uit in haar bibliotheek en benoemt ze Vanhuyse tot een van haar leden.

E-mailadres Afdrukken