Banner

Joseph Heller

Catch-22

8.0
Jurgen Boel - 23 maart 2018

Als schrijver of kunstenaar heb je het pas echt gemaakt als je naam een begrip wordt (denk aan Kafkaesk of Macchiavellistisch). Een mooie troostprijs is uiteraard de lancering van een begrip, bij voorkeur één dat je zelf nooit echt omschrijft, omdat iedereen het zo wel begrijpt. Het typevoorbeeld hiervan is ongetwijfeld Catch-22, dat zich weliswaar op instinctief niveau laat kennen, maar elke vastgelegde definitie naast zich neerlegt .

Joseph Heller wijdde een hele roman aan het gegeven zonder het ooit echt te kunnen definiëren. Hij deed dit overigens niet slecht, rekening houdend met het feit dat hij het begrip zowaar zelf had bedacht en oorspronkelijk “Catch-18” had gedoopt; een naam die bijna zestig jaar na publicatie als een tang op een varken slaat. De naamswijziging op het laatste moment had aardig wat voeten in de aarde, niet in het minst omdat in dezelfde periode enkele andere werken verschenen met niet alleen een cijfer in de titel, maar die vaak ook nog eens de Tweede Wereldoorlog als thema hadden. Na het nodige wikken en wegen werd finaal “22” als grappig genoeg beschouwd en hintend naar de manier waarop gebeurtenissen in de roman meer dan eens aan bod kwamen.

Van bij de publicatie werd stevig ingezet op een promotiecampagne die het lot van hoofdpersonage Yossarian verklapte en het iconische figuurtje lanceerde dat bij de roman hoorde. In thuisland VS waren de critici en het publiek aanvankelijk verdeeld over het boek. Waar sommigen meteen mee waren met Hellers absurde blik op de oorlog, beschouwden anderen het werk als rommelig en schreeuwerig. Niet geheel toevallig vond het boek een cultstatus bij jongeren en studenten, alsook overzees bij de Britten die zich meer thuis voelen in de absurd-humoristische aanpak van menselijk leed. Het succes in Groot-Britannië lanceerde een nieuwe promotie waarna de roman zich definitief tussen de romans over de Tweede Wereldoorlog plaatste.

Net als of zelfs nog meer dan James Jones, greep Heller terug naar zijn eigen ervaringen als soldaat en bevolkte hij zijn roman met een stoet aan personages (een flinke zestig) die hij elk een minimale persoonlijkheid gaf, waarvan hij er een twintigtal voldoende uitwerkte om op zichzelf te staan. Hiermee tracht Heller zoals Jones de waanzin van het oorlogsperspectief en leger weer te geven vanuit verschillende gezichtspunten. Maar waar Jones veel meer voor een ingetogen drama kiest, overheerst bij Heller de humor in een poging de absurditeit van de oorlog en de blinde, bureaucratische manier van werken die eigen is aan legers, bloot te leggen.

Hoofdpersonage Yossarian is een van de zovele lijntrekkers die deel uitmaakt van het luchtmachtpeleton dat gestationeerd is op het Italiaanse eiland Pianosa. Steeds maar nieuwe leveraandoeningen verzinnend, belandt hij meer dan eens in de ziekenhuisboeg waar de meest vreemde figuren opduiken en waar Yosarian zijn eerste ontmoeting met de ingoede, naïve kapelaan, A.T. Tappman, heeft. Die ontmoeting vormt de aanzet voor het hele verhaal, dat in het eerste deel van het boek min of meer chronologisch verteld wordt vanuit het perspectief van verschillende personages. De tweede helft zet een stap terug in de tijd, gevolgd door een aantal hoofdstukken waarin heden en verleden elkaar afwisselen. Ten slotte ruilt de `zwanenzang` de luchthartige toon in voor een grimmigere reflectie.

Het verhaal samenvatten is onmogelijk en eenvoudig tegelijkertijd, want behoudens het donkere einde, wordt er vooral rondgelummeld, geluld en vaak cynisch maar ook machteloos gegrinnikt en gehuild om de bureaucratische waanzin die iedereen meesleurt en waaraan vriend noch vijand ontsnapt. De catch-22 die doorheen het hele boek terugkeert, lijkt er vooral in te bestaan om het leger als instituut in leven te houden en de oorlog te voeden. Zo worden levende mensen doodverklaard, doden officieel in leven gehouden, schimmige zaken opgestart waarvan wordt beweerd dat iedereen ervan profiteert terwijl niemand een idee heeft van wat er gaande is, tegenstrijdige bevelen uitgevaardigd, incompetente officieren gepromoot en spreekuren gehouden op momenten dat niemand aanwezig is...

Pagina na pagina dompelt Heller de lezer onder in een stoet van onwaarschijnlijkheden, doorgedreven procedures en pogingen om zich krampachtig aan te passen, blind te blijven voor tegenspraak, er vanonder te muizen of gewoon te overleven. Ondanks het feit dat er slachtoffers vallen -- Yossarians verlangen om te deserteren hangt hier zelfs mee samen -- is het moeilijk om niet minstens te gniffelen bij de manier waarop Heller het leger en de maatschappij een lachspiegel voorhoudt. Vanaf hoofdstuk 32 gooit Heller het echter over een andere boeg en wordt de humor ingeruild voor een dramatische aanpak, waarbij niet alleen Yossarian maar iedereen opeens de ernst van het gebeuren inziet, catch-22 niet eens meer grappig klinkt en sterven geen fait-divers meer is.

De lezer zal zich aanvankelijk bedrogen voelen door de manier waarop Heller opeens voor de ernst kiest. Deze dramatische wending plaatst het hele boek in een ander perspectief en toont des te sterker aan hoezeer de absurde humor die in het overgrote deel van Catch-22 overheerst, uiteindelijk voortvloeit uit machteloosheid en angst. Toch gloort finaal nog steeds hoop aan de einder, want zoals bij het verschijnen van de roman weerklonk: “Yossarian lives”.

E-mailadres Afdrukken