Banner

Haruki Murakami

De moord op Commendatore – Deel 1

7.0
Jurgen Boel - 09 maart 2018

De naam van de Japanse schrijver Haruki Murakami doet dan wel al enkele jaren de ronde als potentieel Nobelprijswinnaar, tot op heden greep hij telkens naast die eer. Toch doet dat laatste niets af aan zijn populariteit in eigen land en daarbuiten, waar zijn romans gretig gelezen worden en in hoge oplages verschijnen. Met een twintigtal romans op net geen veertig jaar mag hij zich bovendien een productief schrijver noemen, in het bijzonder omdat al zijn romans nog steeds in druk zijn.

Een deel van de populariteit van Murakami ligt ongetwijfeld voor een niet onbelangrijk deel bij zijn favoriete romanpersonages: ietwat stuurloze figuren die buiten hun wil om in een magisch-realistisch gebeuren meegesleurd worden en het verder grotendeels passief ondergaan. Verder wordt er wat gekokkereld en over muziek -- bij voorkeur jazz -- geleuterd, zonder dat dit verder veel tot het verhaal bijdraagt. Kwatongen zullen dan ook wel durven beweren dat Murakami voornamelijk op enkele thema’s een hele carrière gebouwd heeft. Wie daarvan overtuigd is, zal met De moord op Commendatore - Deel 1: Een Idea verschijnt gesterkt worden in zijn of haar overtuiging.

De naamloze verteller, een op zakelijk vlak succesvolle portretschilder, krijgt na een aantal jaren huwelijk van zijn vrouw te horen dat ze van hem wil scheiden. Het hoe en waarom wordt hem niet duidelijk gemaakt, en liever dan erover na te denken, besluit de schilder niet alleen om door Japan te reizen, maar om kort erna ook in te gaan op het aanbod van een bevriend oud-studiegenoot om op het huis van diens dementerende vader te letten. Die vader was een bekend nihonga-schilder die, ondanks het feit dat hij een gezin had, grotendeels als een kluizenaar leefde. Voor het naamloze personage lijkt alles perfect te gaan tot enkele vreemde gebeurtenissen zich voordoen.

Niet alleen ontdekt hij per toeval een onbekend schilderij van de bekende nihonga-schilder waar iets vreemds mee aan de hand is, maar krijgt hij ook een hoge som geld aangeboden door een enigmatische zakenman voor het schilderen van zijn portret. Wanneer hij tijdens diezelfde periode ook nog eens elke nacht wakker wordt door een rinkelende bel, lijkt het verhaal eindelijk aan zet te zijn. Voor het zover is, heeft de lezer evenwel al bijna de helft van het boek achter de kiezen, waarin zelfs naar Murakami-normen bijzonder weinig gebeurt. Het hoofdpersonage heeft gewoontegetrouw enkele belangeloze seksuele affaires en houdt zich verder onledig met nietsdoen, muziek beluisteren en simpele gerechten klaarmaken. Activiteiten waar de auteur meer dan geregeld bij stilstaat.

Wie bij de laatste romans van Murakami afgehaakt is, kan zich bij deze dan ook de moeite besparen. Stilistisch is hij nooit de grootste schrijver geweest, en zijn magisch-realistische romans worden steevast door dezelfde resem personages bevolkt: de protagonist, die alles lijdzaam ondergaat, en een mysterieuze vreemdeling met een affiniteit voor het vreemde en bovennatuurlijke die de held meesleurt op zijn pad, zonder dat er een grootse verlossing op het einde wacht. Wie de nieuwe Murakami leest, weet dan ook waar hij of zij zich kan aan verwachten, al hoeft dat niet noodzakelijk negatief te zijn, want niemand kan Murakami beter schrijven dan Murakami zelf.

De ogenschijnlijke banaliteit, absurde wendingen en semi-lethargie van zijn hoofdpersonages vormen samen met een dagdagelijkse en eenvoudige schrijfstijl immers niet alleen de zwakte, maar ook de sterkte van zijn oeuvre. Als geen ander weet Murakami immers moeiteloos een verhaal te laten meanderen en kabbelen zonder dat het echt storend wordt (een enkele roman niet te na gesproken). Wie voorbij de stijlkenmerken kijkt, merkt namelijk ook op hoezeer Murakami’s romans vaak een intrigerend idee en verhaallijn verbergen, die zich slechts met mondjesmaat openbaren. De lezer laat zich dus net als het hoofdpersonage gewillig meeslepen door het verhaal en heeft ook een compagnon (de auteur) die meer weet dan hij uitschijnen laat.

Het is een gewaagde zet van Murakami en zijn uitgever(s) om De moord op Commendatore in twee delen uit te brengen (ook het tweede deel is trouwens al verschenen), in het bijzonder omdat de auteur in dit eerste deel, dat een kloeke vijfhonderd pagina’s telt, niet veel meer doet dan de pionnen op hun plek zetten en daar ruim de tijd voor neemt. Bij zijn vorige monumentale werk, 1Q84, zakte de romantrilogie in het derde deel in elkaar, waarmee meteen ook de wisselvalligere periode van Murakami’s werk aanbrak. Of De moord op Commendatore zich bij het betere werk zal plaatsen, hangt dan ook in belangrijke mate af van het tweede deel, maar vooralsnog geldt dit eerste boek alvast als verdienstelijk.

E-mailadres Afdrukken