Banner

Ignaas Devisch

Het empathisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid

8.0
Frida Dewitte - foto's: Koen Broos - 08 december 2017

Kan, moet en zal empathie alle maatschappelijke problemen oplossen? In het publiek debat gaan stemmen op van wel. In Nederland schreef boegbeeld van progressief links Jesse Klaver er het essay De empathische samenleving over. Open VLD-politica Gwendolyn Rutten gaat in ons land zelfs nog een stap verder. Filosoof Ignaas Devisch plaatst in Het empathisch teveel echter belangrijke vraagtekens bij deze ontwikkelingen, die intuïtief toe te juichen lijken, maar toch een gevaarlijke dynamiek maskeren.

Rutten wil een empathische onderlinge verstandhouding installeren als substituut voor wat ze de blinde solidariteit van onze verzorgingsstaat noemt. Het gevaar van wat ze in De geëngageerde burger uiteen zet, wordt door Ignaas Devisch feilloos ontleed als een terugkeer naar liefdadigheid, met als gevolg dat diegenen die aanspraak willen maken op bijstand, hun tegemoetkoming moeten verdienen. Zo worden ze overgeleverd aan de willekeur van ons goed gevoel. Dat dit voor kwetsbaren desastreuze gevolgen kan hebben, behoeft geen betoog. Als alternatief verdedigt Devisch “een werkbare onverschilligheid”, die onze persoonlijke moraal ontlast (we kunnen nu eenmaal niet met iedereen evenveel meevoelen) en die waarborgt dat mensen op basis van bepaalde geijkte criteria gelijk worden behandeld, onafhankelijk van onze voorkeuren.

Eén ding mag alleszins duidelijk zijn: Devisch positioneert zich met Het empathisch teveel eens te meer midden in het maatschappelijk debat. Hij waarschuwt voor de beperkingen van empathie. Daarnaast plaatst hij de verheerlijking van het gegeven in perspectief: ook empathie heeft een (ja zelfs meerdere) keerzijde(n), is selectief en kan nooit onbegrensd zijn. Ze is noodzakelijk op het persoonlijke niveau, maar nooit een voldoende voorwaarde om een maatschappelijk bestel te organiseren. Bovendien is het maar de vraag of we, zoals opiniemakers lijken te beweren, minder in staat zijn tot empathie dan vroeger. Leven we in verharde tijden? Cijfers tonen dat niet aan – geven we immers niet meer dan ooit uit aan goede doelen? Professor in de sociologie Mark Elchardus voegde er bij de presentatie van Devisch’ nieuwste boek verstandig aan toe dat het politieke discours vandaag wel degelijk verhard is. Of dat iets zegt over de mens of over de samenleving, blijft evenwel moeilijk te beoordelen.

Na het discours over empathie belandt Devisch in het laatste hoofdstuk bij de onvermijdelijke vraag hoe het nu eigenlijk zit met de mens zelf. Is die goed of slecht? Rationeel dan emotioneel? Ooit vroeg de auteur zich af of de waarheid in het midden ligt (Devisch’ Ligt de waarheid in het midden? uit 2011, nvdr), en dat lijkt deze keer inderdaad het geval. De filosoof schuift “morele ambivalentie” naar voor als concept om het denken en het daaruit voortvloeiend handelen van de mens te begrijpen. Genen alleen bepalen niet wat we doen onder gegegeven omstandigheden. De context en de menselijke conditie die onlosmakelijk met elke gegeven omstandigheid verband houden, maken dat een mens zowel goede als slechte daden kan stellen. Het moet dus maar eens gedaan zijn met het oeverloze gebakkelei over ultiem egoïsme versus aangeboren altruïsme. Afgesproken?

Volgens kwatongen trapt Devisch met Het empathisch teveel. Naar een werkbare onverschilligheid vooral open deuren in. Dat is pertinent onjuist. De inzichten die hij deelt zijn deze keer weliswaar niet van een verwonderlijke originaliteit, want een en ander is de voorbije maanden en jaren door collega’s geopperd. De vanzelfsprekendheid waarmee Devisch de denkoefening voor een breder publiek ontsluit, de soepelheid van zijn argumentatie en het doorzicht waarmee hij bepaalde consequenties van het huidige idealiseren van empathie blootlegt, zullen niettemin een zegen blijken voor het publiek spreken over empathie. Dat het nooit een substituut kan zijn voor onpersoonlijke solidariteit is geen donderslag bij heldere hemel, maar een enorm belangrijk signaal. Wie de vinger aan de pols van deze tijd houdt, weet dat dit boek er gewoonweg moest komen.

Misschien is dit geen Devisch van en voor de eeuwigheid, maar een van en voor het hier en het nu. En is het heden als centrum van onze tijd niet exact waar filosofen zich naar aloud Grieks voorbeeld horen te vestigen?

E-mailadres Afdrukken