Banner

Peter van Trigt

1000 jaar Sinterklaas

7.0
Jurgen Boel - 12 mei 2017

Sinds enkele jaren ligt de grootste kindervriend van de Lage Landen onder vuur vanwege zijn knecht. Steevast wordt de laatste jaren rond de sinterklaasperiode -- Sint-Maarten ontspringt de dans -- opnieuw de discussie gevoerd in hoeverre het nog correct is zijn “zwarte” knecht aan te laten treden met als -- oh ironie -- het vaste voorstel hem alle kleuren van de regenboog te geven, zolang het maar niet zwart is.

Tegenstanders van Zwarte Piet haasten zich om de figuur binnen een racistische traditie te plaatsen en te verwijzen naar enerzijds slavernij en anderzijds de nochtans pure (verbannen) VS-traditie van de blackface, terwijl voorstanders de nadruk leggen op het feit dat Piet zwart is doordat hij door de schouw klimt, dat de traditie geheel geworteld is in de eigen cultuur en alle verwijzingen naar racisme bedacht zijn door tegenstanders, waarbij beide partijen losjes omspringen met feiten en achtergronden. Zo maakte de journaliste Arnold-Jan Schreer al duidelijk dat doorheen Europa al eeuwenlang tradities bestonden waarbij (jong)volwassenen hun gezicht met roet zwart maakten tijdens de “sintperiode”, zonder daarmee meteen de sprong naar Zwarte Piet te maken.

Peter van Trigt, eveneens een Nederlandse journalist, besloot zich in navolging van zijn collega Schreer in het fenomeen vast te bijten, met dien verstande dat hij zich niet focuste op de ontstaansgeschiedenis van de knecht, maar van de Sint zelf. De interesse van van Trigt vindt zijn ontstaan in de hoeveelheid ansichtkaarten die hij in zijn bezit heeft en waaruit een heel andere figuur naar voor komt dan deze die de laatste honderd jaar bekend is. De oorspronkelijke taak van Sint-Nicolaas, zo blijkt, was deze van huwelijksmakelaar. Talrijk zijn nog steeds de kaarten waarop verliefde koppels met veeleer aan valentijn gelinkte afbeeldingen staan, met de duidelijke vermelding van Nicolaas.

De reden dat Sint-Nicolaas zich als tussenpersoon voor geliefden manifesteerde, zou te maken hebben met de bekende legende dat toen hij hoorde dat een vader zich genoodzaakt zag zijn dochters te prostitueren, omdat hij hun bruidsschat niet betalen kon, Nicolaas een bundel met goudstukken achterliet en de eer van de meisjes gered was (de chocolademunt zou hier zijn oorsprong vinden). De andere legende die onlosmakelijk met de Sint verbonden is, is hoe drie jongens die door een herbergier omgebracht waren, weer tot leven werden gewekt. Naargelang de bron betreft het hier drie kinderen, dan wel priesterstudenten waarvoor verschillende verklaringen gegeven worden, die finaal allemaal hun weg vinden naar een mirakelspel waardoor de Sint ook in levende lijve verschijnt.

De grote kindervriend is Sint-Nicolaas nog lang niet in deze eerste eeuwen en van een knecht is ook nog lang geen sprake. De heilige zal zich eerst nog via de kinderbisschop (een kerkelijk fenomeen dat eind dertiende eeuw ingang vond) een eigen datum dienen te verzekeren en pas na een tijdje als heilige voor binnenschippers zich opnieuw in de rol van kindervriend kunnen manifesteren. Hoe Sinterklaas zich doorheen de eeuwen gedroeg, is overigens ook vuur voor discussie, want in dezelfde periode duiken onder meer een zwarte Klaas en de knecht Ruprecht op, die nu eens samen met Nicolaas dan weer onafhankelijk van hem eenzelfde rol vervullen.

Is de rol en geschiedenis van de latere Sinterklaas al geworteld in uiteenlopende tradities en lokale invullingen, dan geldt dit nog veel meer voor zijn knecht Zwarte Piet. De alom gekende Zwarte Piet maakt pas laat zijn debuut in het sintenverhaal en in tegenstelling tot wat de meeste critici menen, was het niet de schoolmeester Jan Schenkman die de figuur bedacht. Want hoewel Schenkmans boekje over de Sint steevast van stal gehaald word, betoogt van Trigt dat net aan dit boekje buitensporig en onterecht veel aandacht gegeven wordt. Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw werd Zwarte Piet steeds meer in de rol van een Moor geduwd en werd zijn karikaturale beeld gemeengoed.

Hoewel geen academicus tracht van Trigt zich in zijn zoektocht naar de herkomst en oorsprong van Sinterklaas te baseren op overgeleverde bronnen en geschiedschrijving. Doordat hij hier in de eerste plaats een folkloristische figuur onderzoekt, vormen zijn bronnen uiteraard voornamelijk dagdagelijkse gebruiksvoorwerpen. Toch weet hij op basis van dit materiaal een complexer beeld van Sint-Nicolaas/Sinterklaas te schetsen dan dat van minzame kindervriend. Naar eigen zeggen focust van Trigt zich op de randstad(de stedelijke concentratie Amsterdam-Rotterdam-Den Haag-Utrecht) al begeeft hij zich geregeld buiten deze grenzen om het verhaal van Nicolaas, en zijn knecht, te kaderen.

1000 jaar Sinterklaas ... en nu het ware verhaal van St. Nicolaas en zijn knecht is rijk bedeeld met oude afbeeldingen en ansichtkaarten die duidelijk maken dat doorheen de voorbije duizend jaar Sint-Nicolaas verschillende rollen en gedaantes heeft aangenomen. Hoewel af en toe speculatief weet van Trigt zijn verhaal te onderbouwen en maakt hij meteen duidelijk dat elke aanname over racisme wanneer het de knecht betreft, hoogstens ten dele waarheid is. Tezelfdertijd ontneemt hij ook de traditionalisten hun munitie door aan te tonen dat het beeld van Zwarte Piet, hoewel eveneens geworteld in tradities, nauwelijks honderd jaar oud is. Net als Arnold-Jan Schreers boek, toont van Trigt aan dat tradities constant evolueren en dat ze net zo goed geëerd worden door hen verder te laten evolueren met nieuwe opvattingen.

E-mailadres Afdrukken
 
Peter van Trigt
LM Publishers
www.lmpublishers.nl

Uit ons archief
Banner

TEST