Juli Zeh

Ons Soort Mensen

8.0
Jurgen Boel - 12 mei 2017

De microkosmos van het dorp, de kleine gemeenschap met zijn eigen dynamiek en geschiedenis, blijft een dankbaar onderwerp voor kunstenaars en artiesten. De hele wereld teruggebracht tot een handvol mensen met een eigen verhaal en achtergrond, vormt maar al te vaak een uitstekend uitgangspunt voor reflecties die het dagdagelijkse vatten en overstijgen. Banaal in de handen van een stuntelende amateur, maar de kiem van de universaliteit bevattend in de handen van een meester, is de dorpskern het meest dankbare maar ook uitdagende vertrekpunt van een roman.

Dat de succesvolle Duitse auteur Juli Zeh zich vroeg of laat op dit thema zou werpen, mag niet verbazen. Sinds haar debuut Adler und Engel in 2002 blijft ze de wereld verrassen met haar scherpe analyses en veeleer nihilistische kijk op de wereld, waarbinnen haar romanpersonages, op een enkeling na, de rol spelen die hen binnen een koud en onverschillig universum toebedeeld werd. Na het intrigerende en rond driehoeksrelaties opgebouwde Nultijd (Nullzeit, 2013) focust Zeh met het dorpse drama Ons Soort Mensen (Unterleuten) op hoe de interacties van een grotendeels gesloten gemeenschap evolueren nadat enkele vreemde elementen de oeroude dynamiek dreigen te verstoren.

Unterleuten, een klein dorp in het vroegere Oost-Duitsland, heeft de vooruitgang grotendeels aan zich voorbij laten gaan. Gelegen ten westen van Berlijn, in een landelijk, bosrijk gebied waar bovendien een groep beschermde kemphanen zijn vogelreservaat heeft, heeft het dorp alles voor wie de drukte van de stad niet langer verdragen kan. Om die reden hebben de voormalige sociologiedocent en activist Gerhard Fliess (en zijn veel jongere vrouw en voormalige studente Jule) zich er samen met hun dochtertje gevestigd. Gerhard heeft een job gevonden bij de lokale vogelwacht, terwijl zijn vrouw zich steeds meer tot moederkloek ontwikkelt. Het enige wat de perfecte idylle verstoort, is buurman Schaller die hen het leven zuur maakt.

Schaller is een van de dorpsbewoners die zich zijn hele leven lang met onfrisse praktijken bezighield en een onduidelijke relatie heeft met de rijke herenboer Grombowski, die zowat het hele dorp werk verschaft en in Kron, een oud-werknemer uit het communistische tijdperk, zijn grootste vijand ziet. Die laatste wordt door het dorp aanzien als een relict van de DDR, maar kan tezelfdertijd op sympathie rekenen, mogelijk omdat hij als enige Grombowski durft uit te dagen. Wanneer tijdens een dorpsvergadering, belegd door burgemeester Seidel, een vertegenwoordiger van het bedrijf Vento Direct de bouw van een windmolenpark in Unterleuten komt toelichten, raakt het dorp verdeeld. Voor de ene is het een aanslag op het dorp, terwijl de ander een nieuwe opportuniteit ziet.

Het windmolenpark zal immers gebouwd worden op enkele percelen grond, waarbij de grond van Grombowski maar ook die van de steenrijke belegger en buitenstaander Meiler in aanmerking komt. Het enige probleem is dat er een perceel tussen beide in ligt en dat ze allebei dit extra stukje grond nodig hebben om de deal te sluiten. Dat perceel is in handen van een andere nieuwkomer, de paardenfluisteraar Linda Franzen, die zo blijkt al snel perfect beseft hoeveel macht ze in handen heeft, en zowel Meiler als Grombowski voor haar kar tracht te spannen in de hoop haar droommanege te kunnen bouwen. Naast en tussen hen lopen nog andere personages rond, zoals de dochter en kleindochter van Kron, de zwerfkatten houdende buurvrouw van Grombowski, de vriend van Franzen, en zoveel anderen die zijdelings mee de afloop bepalen.

Door consequent voor een gezichtspunt per hoofdstuk te kiezen, geeft Zeh steeds puzzelstukjes weg die het grotere geheel langzaam zichtbaar maken. Terwijl nieuwe spelers als de koppels Franzen en Fliess alsook zakenman Meiler hun (tijdelijke) plek binnen het dorp trachten te vinden, tilt Zeh ook de sluier van het verleden op en hoe bepaalde roddels, verhalen en gebeurtenissen uit het verleden van Unterleuten nog steeds een rol spelen binnen het dorp en de nakende vooruitgang trachten bij te sturen. Door in te zoomen op de aparte standpunten krijgt de lezer bovendien achtergrondinformatie die door de andere spelers in het verhaal niet gekend is. Zoals in haar vorige romans is Zeh hierbij overigens even hard als mededogend voor haar personages. Echt sympathiek is geen van hen maar menselijk des te meer.

Meer nog dan bij haar vorige romans heeft Zeh ditmaal niets aan het toeval overgelaten en het verhaal zelfs boven de roman uitgetild. Zo kan wie dat wenst op haar website een plattegrond van het dorp vinden en is er zelfs een website van de fictieve zelfhulpgoeroe Manfrend Gortz, wiens visie Linda Franzen stuurt in alles wat ze doet. Het is een extraatje dat bijdraagt tot een indrukwekkend verhaal dat niet alleen een blik werpt op de menselijke natuur maar ook reflecteert op hoe een gesloten gemeenschap reageert op nieuwkomers en veranderende tijden. Meer dan eens wordt immers duidelijk dat ook of net de dorpsbewoners en niet de nieuwkomers beseffen dat de tijden veranderd zijn en ook het dorp mee moet evolueren.

Sinds haar debuut in 2002 heeft Zeh niet anders dan lovende kritieken in binnen- en buitenland gekregen en ook Ons Soort Mensen is met recht en rede met lof overladen. Hoewel haar wereldbeeld op basis van haar romans niet meteen rooskleurig genoemd mag worden, zijn mededogen en begrip net zozeer twee belangrijke elementen in haar romans. Op basis van haar, intussen al indrukwekkende, oeuvre kan met recht en rede gesteld worden dat Zeh een van de belangrijkste auteurs van haar generatie is. Ons Soort Mensen sluit perfect aan bij de eerdere romans van Zeh en toont aan dat de schrijfster nog steeds relevant is.

E-mailadres Afdrukken