Banner

Herman Koch

De Greppel

7.5
Jurgen Boel - 09 februari 2017

Herman Koch was ten tijde van zijn eerste romans nog vooral bekend als lid van het absurde trio Jiskefet. Nu staat hij, in het bijzonder sinds de publicatie van zijn zesde roman Het diner, geboekstaafd als een succesvol auteur wiens romans gretig aftrek vinden bij een breed publiek. Kochs spel met verhaalelementen en de manier waarop hij zelfgenoegzame personages toch sympathiek weet te maken, vormen samen met zijn nietsontziende kritiek op hedendaagse trends dan ook een gouden combinatie.

Het klinkt als een goedkoop trucje, en hoewel het dat ook is, doe je Koch evenzeer onrecht door zijn romans daartoe te herleiden. Er mag eerder gesteld worden dat hij bepaalde stijlkenmerken met elke roman verder weet te verfijnen, waardoor de roman als geheel ook meer voldragen wordt. Want waar Het diner en in belangrijke mate ook Zomerhuis met zwembad nog sterk bepaald werden door een zeker plotelement en verrassende wending, was dat voor Geachte heer M al veel minder het geval. Dit lijkt in De Greppel zelfs nog meer naar het achterplan verdreven. Wat blijft, is de soms striemende afrekening met een hele hoop heilige huisjes en hedendaagse gevoeligheden.

Hoofdpersonage van dienst is ditmaal Robert Walter, de populaire burgemeester van Amsterdam die getrouwd is met een uitheemse schoonheid en vader van een puberdochter. Alles lijkt Walter voor de wind te gaan tot hij op een nieuwjaarsreceptie zijn vrouw wel heel uitbundig ziet lachen terwijl ze met een van de wethouders (schepen voor ons Vlamingen) praat, en er een zaadje van twijfel in zijn hoofd geplant wordt. Hoewel Walter weinig reden heeft tot jaloezie, duikt het monster meteen op. Het laat zich niet onderdrukken, ondanks alle tegenwerpingen. Walters belangrijkste (en misschien wel kleinzerigste) tegenwerping is dat Maarten Van Hoogstraten, de wethouder in kwestie, zowat de grootste onbenul ter wereld is.

Terwijl het leven verder gaat en Koch een inkijk biedt in het leven van de burgemeester (het ontvangen van notabelen, het afhandelen van bestuurszaken ...), blijft de twijfel knagen. Via de op het randje van paranoïde analyses van Walter, weet Koch dieper te graven in de denkwereld van zijn personage en diens gevoelsleven. Zoals de meeste Koch-hoofdpersonages, is ook Walter meer dan wereldwijs en met uitgesproken meningen. Opvallend is echter dat hij ditmaal iets minder arrogant of zelfzeker is, en dat ondanks zijn hoge positie. Walter vertoont een opvallende zelfkennis, waarbij hij zich bewust is van zijn eigen vaardigheden, maar ook het relatieve karakter ervan lijkt te begrijpen.

Wanneer hij reflecteert over de uitheemse afkomst van zijn vrouw, beseft hij onmiddellijk hoe snel de clichés over warmbloedigheid en passie in het leven naar boven komen. Dat `blank racisme` wordt wel mooi gecounterd door het feit dat Sylvia, Walters vrouw, zich net zo vrolijk maakt over de kleinburgerlijke, stijve `Hollandse gebruiken`. Koch zegt het weliswaar niet met zoveel woorden, maar hij haalt net zo graag de clichés over Nederlanders boven om te duiden hoezeer iedereen met stereotypen kampt. Die subtiele nuancering is relatief nieuw, net zoals het feit dat de intieme kring van het hoofdpersonage zich opvallend goed verhoudt tot hem. Zo heeft Walter niet alleen een goede band met zijn ouders, maar ook zijn beste vriend Bernhard is een man uit een stuk.

Terwijl de rode draad van de jaloezie zich verder afwikkelt, spelen de ouders en Bernhard hun eigen, belangrijke rol in het verhaal. Zo weet Koch een tweede (en derde) interessante verhaallijn in de roman te brengen. Haast nonchalant geeft hij, in het bijzonder de ouders, voldoende invulling mee om hun verhaallijn perfect te kunnen volgen en er meteen ook de `juiste` conclusies uit te trekken. Door veel meer dan Walters verhaal lijkt hier duidelijk te zijn wat er gebeurd is. Uiteraard hangt dit ook samen met het feit dat de roman vanuit Walters perspectief verteld wordt en dat hij, net door zijn jaloezie, een onbetrouwbare verteller is. In het bijzonder wat het mogelijke overspel van zijn vrouw betreft.

Met De greppel bouwt Koch gestaag verder aan een oeuvre dat, ondanks een paar terugkerende elementen, niet in de val van de herhaling trapt. De twijfelende en soms zelf onmachtige burgemeester is een breuk met de alles in de hand hebbende hoofdpersonages van zijn doorbraakromans. Net als in Geachte heer M, waar hij al een andere toon aansloeg, kiest hij ditmaal opnieuw voor een andere invalshoek. Een waarbij het onkreukbaar lijkende hoofdpersonage de eerste gaten in het pantser vertoont. Doorwrochte of zwaar psychologische werken zijn het uiteraard niet, maar dat Koch binnen het (Nederlandse) literaire veld een eigen stem heeft, kan niet ontkend worden.

E-mailadres Afdrukken