Banner

Italo Svevo

De bekentenissen van Zeno

7.0
Jurgen Boel - 18 december 2015

Niet elke roman barst van de kolkende wederwaardigheden en grootse ontplooiingen; sommige verkiezen een ingetogenere ontwikkeling of besloten drama. Een enkele roman gaat zelfs nog verder en keert zich zozeer in zichzelf dat het een wonder mag heten dat er nog iets te vertellen valt. De bekentenissen van Zeno is zo een roman. In meer dan 400 pagina’s vertelt Svevo op majestueuze wijze een verhaal dat zelfs tot in detail niet meer dan enkele pagina’s beslaat.

De Italiaanse auteur Italo Svevo (pseudoniem van Aron Ettore Schmitz – niet te verwarren met Italo Calvino) had het nochtans niet onder de markt. Zijn eerste romans (allen geschreven voor de vorige eeuwwisseling) kenden bitter weinig succes en leken zijn literaire carrière voorgoed te fnuiken. In 1919 begon hij op 58-jarige leeftijd dan toch aan zijn derde roman, La Coscienza di Zeno, die bij zijn verschijning in 1923 aanvankelijk al evenmin succesvol was, althans tot ene James Joyce (met wie Svevo in 1907 vriendschap had gesloten) zich als grootste fan van het boek ontpopte en het werk overal onder de aandacht bracht. Svevo zelf kon echter niet lang van de nieuwe roem en faam genieten, want in 1928 stierf hij na een auto-ongeval. Een laatste postuum werk verscheen en verdween bijna ongemerkt.

Dat net De bekentenissen van Zeno stand blijft houden, is niet alleen aan Joyces inspanningen te danken. In geen ander van zijn werken weet Svevo zozeer een tijdsgeest en personages te vatten als in dit semiautobiografische werk, dat het roken en de psychoanalyse als uitgangspunt neemt. Hoofdpersonage van dienst is de hypochonder Zeno Cosini die zich, in een poging eindelijk van het roken af te raken, tot een vertegenwoordiger van een nieuwe tak van de psychologie wendt, met name de psychoanalyse. De therapeut van dienst raadt hem aan om conform de stellingen van de leer, diep in zichzelf graven en stelt hem voor zijn levensverhaal neer te schrijven. Nadat Zeno zijn therapie bruusk afbreekt omdat hij zichzelf genezen verklaart, besluit zijn arts het levensverhaal van Zeno bij wijze van wraak te publiceren.

In zes hoofdstukken gaat Zeno aan de hand van een “thema” dieper in op zijn leven en hoe bepaalde gebeurtenissen zijn leven gevormd hebben. Achtereenvolgens bespreekt hij het hoe en waarom van zijn roken, zijn band met zijn vader, hoe zijn huwelijk en nadien zijn affaire tot stand kwamen en zijn compagnonschap/eigen zaak en tot slot ook de psychoanalyse, al is dit laatste hoofdstuk heel anders van opbouw. Want waar in de vorige hoofdstukken Zeno veeleer meanderend te werk gaat, is zijn laatste stuk chronologisch opgebouwd (met dataverwijzingen) en klinkt hier een heel andere, genezen man. De hypochondrische Zeno leeft door de oorlog – het verhaal speelt zich af begin twintigste eeuw – gescheiden van zijn gezin en neemt niet alleen afscheid van de pychoanalyse, maar ook van zijn ingebeelde ziekte, waardoor hij zijn bekentenissen opeens zelf in een ander daglicht ziet.

Die bekentenissen laten immers een spitsvondig, maar ook gemakzuchtig mens zien, die in alles wat hij doet en vooral niet doet een verontschuldiging vindt en zichzelf daarbij schoonwast van elke vorm van verantwoordelijkheid of plichtpleging. Is Zeno nog vermakelijk in zijn vele excuses waarom hij het roken zijn leven lang niet laten kon, dan is zijn relatie met zijn vader of zijn vrouw van een heel ander kaliber. De moeizame relatie met zijn vader bezwaart hem, zeker wanneer die laatste sterft en volgens Zeno hem met zijn laatste zucht beschuldigt, terwijl zijn vrouw – zo blijkt – eigenlijk al vanaf de eerste pagina’s van het hoofdstuk, van haar vier zusters net degene is die hij het minst aantrekkelijk vindt. Tezelfdertijd toont hij zich ook hier weer die onbetrouwbare verteller en fantast, die doorheen het hele verhaal zichzelf als uitgangspunt neemt en voor alles wat door of met hem gebeurt wel een uitleg en verklaring weet.

Zelden heeft een personage zo centraal gestaan als in De bekentenissen van Zeno ; een personage dat bovendien zo in zichzelf gekeerd is en zowel sympathie als antipathie opwekt. Zeno is een schelm en een meelijwekkend figuur, die een boek lang meer in zijn hoofd leeft dan daarbuiten. Hij kiest steevast de weg van de minste weerstand en heeft daar altijd, al was het maar voor zichzelf, een sluitende verklaring voor. Het is amusant, maar ook vermoeiend om de man een roman lang te blijven volgen, in het bijzonder daar er zo weinig gebeurt. Dat Svevo erin slaagt om de lezer bij de hand te houden, is dan ook meer dan verdienstelijk. Al mag er meteen in ware Zeno-stijl aan toegevoegd worden dat genoeg lezers er snel de brui aan geven en dat ook dat niet verwondert. De bekentenissen van Zeno is hoogst vermakelijk, maar alleen voor wie echt mee wil reizen in Zeno’s wereld.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Italo Svevo
 
Italo Svevo
Atheaneum/Van Gennep
www.uitgeverijatheaneum.nl

Uit ons archief
Banner

TEST