Banner

Johan Bosveld

Componist van Hitler - Franz Lehár, operette en ontkenning in Wenen

8.0
Frida Dewitte - 20 december 2013

Beschouw de kunstenaar in tijden van oorlog als een zelfstandige. Doet die dan zaken met een moreel verwerpelijk regime om de eigen levensstandaard en vooral de eigen financiën op peil te houden? Zo ja, waar ligt dan de morele grens die niet mag overschreden worden? Wanneer gaat een heerser te ver? Wat is de druppel die een reeds tot de nok gevulde emmer doet overlopen?

In retrospect is het natuurlijk bedrieglijk eenvoudig. Hoe kon het Duitse volk zo verschrikkelijk blind blijven voor de haat en de gewelddadige excessen van de nazi’s tegenover minderheden? Een dergelijke vraag noodzaakt niet alleen een onderzoek naar wat de man in de straat wel of niet wist van de gruwelijke feiten, maar ook naar het klimaat dat mensen noopte om mee te stappen in de nazi-beweging, al veel vroeger dan de jaren ’40. Kwam Hitlers benoeming tot Rijkskanselier in 1933 volledig uit de lucht gevallen? Of was de man alleen een vlees geworden representant van een ideëel klimaat dat al veel langer over Duitsland waarde? Zonder een gedocumenteerd inzicht in de atmosfeer van het interbellum -- zeker in een Duitsland dat door zijn vijanden veel te hard werd gestraft na de Eerste Wereldoorlog -- is het onmogelijk om te begrijpen waarom tal van kunstenaars en intellectuelen pas erg laat inzagen dat het de verkeerde kant opging met hun land, en vaak op het nippertje zelf de dans konden ontspringen door hun land te ontvluchten. Anderen hebben zich geconformeerd naar het regime, enkelingen werden er nog smoorrijk van ook. Operettecomponist Franz Lehár was een van hen: ondanks zijn banden met voornamelijk Joodse collegae en een Joodse echtgenote, had de man het geluk dat Hitler zijn muziek persoonlijk genegen was. Toen de latere dictator tijdens zijn jeugdjaren in Wenen verbleef, zag hij immers de kans meermaals een opvoering van ‘Die lustige Witwe’ bij te wonen, tot op vandaag Lehárs bekendste werk. Net als duizenden anderen ervoer Hitler liefde op het eerste gezicht voor Lehárs schijnbaar complexloze, geestige spel vol intriges.

Oorspronkelijk had het nazi-regime een problematische verhouding met Lehárs persoon: door zijn Joodse entourage werd zijn muziek in het eerste deel van de jaren ’30 verboden. Goebbels, bevoegd voor propaganda, had echter het vermoeden dat het wel eens een meesterzet van Hitler zou kunnen zijn om het volk Lehárs superieure vermaak terug te geven. De Führer stemde in en Lehárs vrouw werd tot Ehrenarier gedoopt, een handig middel van de nazi’s om, wanneer het hen goed uitkwam, Joodse origine toch door de vingers te zien. Tot zover doet de componist uiteraard nog niets moreel verwerpelijk. Wel wordt hij omstreden van zodra hij doof blijkt te zijn voor Joodse vrienden die zijn hulp inroepen wanneer ze in de problemen komen. In plaats van een audiëntie aan te vragen bij Hitler om wie hem na aan het hart lag vrij te pleiten, hield de componist zich bezig met het verzenden van dure verjaardagscadeau’s naar diegene die hij als zijn beschermeling zag. Hoe verslingerd auteur Johan Bosveld ook mag zijn aan Lehárs aanstekelijke en komische partituren, hij laat niet na Lehárs persoon in deze uiterst frappante biografie sterk te veroordelen. Vooral ingenomen met de omvang van zijn fortuin, leek Lehárs ethisch besef opgepeuzeld door een onstuitbaar verlangen naar erkenning en wereldse rijkdom. Natuurlijk betekent dat niet dat er anders naar Lehárs oeuvre moet geluisterd worden. Bosveld bepleit juist de autonomie van het kunstwerk boven het dagelijks reilen en zeilen van de maker door geheel soeverein haar lof te bezingen en tegelijk de schepper scherp te veroordelen. Toch verdient de houding die Lehár aannam misschien ook enig mededogen. Waar moet men uiteindelijk de lijn trekken? Welke belediging aan het adres van Joden is er een te veel? Vanaf wanneer het geluk van het ego en het gezin in gevaar brengen ten bate van een uiteindelijk abstracte, ethisch-humanistische ruimte?

Bosveld schreef een uitvoering gedocumenteer boek over Lehárs leven en verhouding tot de nazi’s. Enkele onnauwkeurigheden (onder meer over Alma Mahler) zijn geen groot struikelblok, omdat de schrijver met gepaste zin voor ornament deze woelige episode uit de twintigste-eeuwse geschiedenis terug naar boven haalt. Er is al zoveel over geschreven, en toch is het fantastisch om in Bosvelds boek te lezen over Hitlers megalomanie of de ziekelijke filosofie van het Derde Rijk. Lehár wordt dan weer bijzonder menselijk afgebeeld, in een portret dat vooral eerlijkheid voor ogen had. Die bewuste componist van Hitler ging niet als een onbeschreven blad ter ziele, maar zijn soms geniepige, soms aandoenlijke muziek verliest desalniettemin haar onschuldige glans niet. Zelfs niet na het lezen van deze meeslepende biografie.

E-mailadres Afdrukken
 
Johan Bosveld
Uitgeverij Spectrum
www.unieboekspectrum.nl

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST