Banner

Dirk Verhofstadt

Atheïsme als basis voor de moraal

7.5
John Cossement - 22 november 2013

“Als God niet bestaat, is alles toegestaan”, schreef Dostojewski in De gebroeders Karamazov. Een onzinnige uitspraak volgens Dirk Verhofstadt; voor hem wordt het de hoogste tijd om de ethiek voorgoed los te koppelen van religieuze denkbeelden en overtuigingen en die te baseren op empathie en de rede.

Nadat een handvol fans van Allah zich, verzen uit hun verzinselboek citerend, op een zomerse septembermorgen in twee New Yorkse torens hadden geboord en nadat Amerikaanse christenen zich steeds gekker begonnen te gedragen, gingen de ‘vier ruiters van het nieuwe atheïsme’ Sam Harris, Richard Dawkins, Daniel Dennett en de inmiddels overleden Christopher Hitchens zich roeren en ontstond er een vloedgolf van boeken van strijdbare atheïsten, waarin niet alleen de verdorvenheid van religie aan de kaak werd gesteld maar ook gepleit werd voor een positief atheïsme en een kritisch rationalisme.

En het is ook voor Verhofstadt essentieel dat atheïsten zich meer kenbaar maken en steeds mondiger worden. Heel raak is dan ook zijn verzuchting dat obscurantisme, orthodoxie, bemoeizucht en religieus geweld, oecumenes en andere vormen van interreligieuze dialoog ten spijt, zelfs in tijden van halsbrekende wetenschappelijke vooruitgang, weer in opmars zijn. In het publieke leven krijgen godsdiensten nog steeds allerlei privileges toebedeeld en de secularisering lijkt dan toch niet een onomkeerbaar proces te zijn, wat tot ongerustheid noopt. En er is meer wat Verhofstadt zorgen baart: bepaalde schrijvers en filosofen spitsen zich opnieuw toe op religie en stellen daarbij openlijk de verworvenheden van de Verlichting in vraag of gaan vrijheid van godsdienst interpreteren als vrijheid om gevrijwaard te blijven van kritiek, wat ons onder andere in het Westen de nonsensicale term ‘islamofobie’ opleverde.

Verhofstadt begint meteen aan een hallucinante tocht doorheen de Kriminalgeschichte van hoofdzakelijk het christendom, de islam en het jodendom. Wat volgt is een oplijsting van afschuwwekkende gebeurtenissen die de lezer vaak naar adem doet happen. De Bijbel en Koran komen eruit als polyinterpretabel broddelwerk waarin een liefdeloze en moordzuchtige godheid wordt opgevoerd en dat aanleiding gaf tot vrouwen- en homohaat, slavernij, overbevolking, massamoorden of minachting van cultuur, kennis en wetenschap met verpletterende achterlijkheid als gevolg. Zonder onder de mat te vegen dat geloof bij bepaalde individuen of ngo’s de motivatie kan zijn om het goede te doen, toont Verhofstadt nogmaals aan de religies manifest inhumaan zijn, uitblinken in onverdraagzaamheid en dat de theocratie, naast seculiere religies als nazisme, nationalisme en communisme, een collectivistische waanidee is.

Ter opfrissing neemt Verhofstadt nog eens verscheidene godsbewijzen en de gekende kritiek erop onder de loep maar veel interessanter is zijn beschouwing over ethische systemen, waarbij vaak vinnige en kritische vragen opgeworpen worden. Algauw blijkt dat dat de Tien Geboden, die op zich al heel gebrekkig zijn, niet nieuw waren maar dat ethische systemen die niets met goddelijke bepalingen van doen hadden al bestonden in de Codex Hammurabi of het Egyptische Dodenboek. Daaruit volgt een ambitieus plan: seculiere geboden opstellen die nageleefd moeten en kunnen worden in het belang van de vrijheid en het welzijn van de mensheid, de bescherming van het milieu en de biodiversiteit en de draagkracht van de aarde.

Bij de vormgeving van zijn seculier humanisme gaat de auteur ook te rade bij Verlichtingsfilosofen als Kant, Beccaria of Diderot en andere medestanders als Feuerbach of Popper. Verhofstadt werkt een programma uit dat ingaat tegen onverschilligheid, conformisme en het politiek correcte denken. Fijn is opnieuw de terechte sneer naar zogenaamd progressieve feministen die hun moslimzusters verraden door te zwijgen over onderdrukking, verplichte klederdracht of eremoorden. Alles komt neer op de ontwikkeling van een ethiek waarbij de mens doel en niet middel is, de toekomstige generaties en ook de dieren van tel zijn en het recht op zelfbeschikking (zelf situeert Verhofstadt zich in het kamp van de radicaal libertaire ethiek van Michel Onfray) gehuldigd wordt. Het is een meeslepende denkoefening die hij ook al vorig jaar in zijn interviewboek met de Nederlandse filosoof Paul Cliteur ondernam.

Soms is Verhofstadt in zijn geestdrift wat doordrammerig en er sprongen enkele slordigheidjes in het oog: de meteorietinslag op Yucatán die waarschijnlijk de dino’s uitroeide, vond ongeveer 65, en niet 250 miljoen jaar geleden plaats, en het correcte Duitse woord voor ‘kerkbelasting’ is Kirchensteuer en niet -stauer. Stilistisch storend is dan weer het veelvuldige gebruik van zinswendingen als ‘denk aan’ of ‘neem’ wanneer de auteur een opsomming wenst te geven.

Vroegere werken van Verhofstadt over individualisme, de open samenleving of de rol van paus Pius XII tijdens de Holocaust schemeren in Atheïsme als basis voor de moraal door. Verhofstadt komt hier nogmaals als een aanhanger van het adagium van Popper, “Optimism is a moral duty”, naar voren. Of deze positie gerechtvaardigd is, zal voor velen, vooral apocalyptische denkers zoals John Gray en hun wantrouwen tegenover wat ze de humanistische verlossingsmythe noemen, alsook voor al wie een kanttekening maakt bij de zedelijke vooruitgang van de mensheid een discussiepunt blijven. In extreme situaties blijft de mens, ondanks mooie beloftes of internationale verdragen, een wreedaardig, laf, achterbaks en ronduit irrationeel wezen, dat tot zelfvernietiging geprogrammeerd lijkt. Hij beschikt over zowel een reptielenbrein als een knop om een kernoorlog te starten. Maar dat de wereld beter af zou zijn zonder religies, die in de regel een extra stimulans aan de menselijke slechtheid geven, maakt dit boek wederom duidelijk. Cultuurrelativisten, postmodernisten en vooral bedienaars van een godsdienst zullen het niet graag horen maar Dirk Verhofstadt heeft met zijn oproep om over te gaan tot een autonome ethiek die los staat van religie en die gekoppeld is aan een neutrale staat een overtuigend en heel belangrijk boek geschreven.

E-mailadres Afdrukken