Banner

Cintra Wilson

Kleuren die pijn doen

Peter Mangelschots - 03 januari 2005

Het was even raar: beginnen aan een boek van een columniste die schrijft over het lege wereldje van het Amerikaanse equivalent der BV’s en de literatuur en passant wat minder "serieus" wil benaderen. Maar als zelfs Francis Ford Coppola haar aanprijst, dan moet er toch wat inzitten. En zowaar: "Kleuren die pijn doen" ("Colors Insulting To Nature") van Cintra Wilson is van de eerste tot de laatste pagina dé literaire ontdekking van 2004.

Toegegeven, we waren al een klein beetje verkocht door het inleidende citaat. Van een Amerikaanse die schrijft over de moderne wereld van showbizz en tv, verwacht je nu eenmaal niet dat ze er even A Rebours van Joris-Karl Huysmans bij betrekt – hét werk van de negentiende-eeuwse Décadence. De hoge verwachtingen worden meteen ingelost: niet met de sérieux die door het citaat te verwachten valt, maar met een tot paginavreten aanstokende openingsscène waarin een amper menstruerende bakvis met dik aangezette lippen, een hoogblonde pruik en een jurkje met duizelingwekkende split een zichtbaar gegeneerde jury van haar zangtalent probeert te overtuigen.

Het meisje heet Liza Normal en is in feite alles wat de bedenker van het gezegde "nomen est omen" ooit bedoeld heeft. Tenminste, als we uitgaan van de betekenis van "normal" als "alledaags". Liza ontbeert het talent om dàt te worden wat ze — zoals zovele tienermeisjes en jongens — dolgraag wil zijn: een Ster en Beroemd. Het is een droom die de media er van kleins af inlepelen: leg je ergens op toe en je zal Het Maken! Voor de meesten komt er een moment waarop ze zich realiseren dat het echte leven wel eventjes anders in elkaar zit, en bij degenen die zelf wat traag tot dat inzicht komen, staan de ouders al in volle puberteit klaar om het er stevig in te prenten.

Niet zo bij Liza, die haar vader al heel jong het echtelijk huis ziet verlaten en vanaf dan zit opgescheept met haar broer Ned en een moeder die zelf nog in de droom van Fame en soortgelijke volksverlakkende misbaksels gelooft. Peppy Normal, een would be zangeres slash actrice, heeft voor haar dochter geen minder doel voor ogen dan de High School of Performing Arts in New York. In afwachting van het artistieke Eldorado sleept ze Liza mee van de ene talentenjacht naar de andere soundmixwedstrijd. Het wordt een opeenstapeling van genante vertoningen, zeperds en afwijzingen.

Met haar laatste centen, en die van haar moeder, koopt Peppy een oude brandweerkazerne nabij San Francisco, die ze inricht tot het Normal Family Dinner Theatre. Ze huurt enkele verlopen performers in en stort zich vol overgave op The Sound Of Music. Haar aan lager wal geraakte medewerkers herscheppen de idyllische romance echter tot een ranzige, quasi obscene travestieshow. De familie Normal valt uiteen over deze scabreuze en door de kritiek ongenadig bejegende vertoning. Peppy trekt zich op haar kamer terug wentelend in zelfmedelijden, Ned loopt een traumatische mensenschuwheid op en Liza beseft dat ze het voortaan op eigen houtje zal moeten zien klaar te spelen om beroemd te worden.

Voor Liza breken jaren van pijnlijke high-schoolervaringen aan, onmogelijke liefdes, ten gronde richtende obsessies, een breed scala aan drugs en baantjes in achterbuurtwinkeltjes en als derderangsartieste in homobars. Maar met een grote omweg slaagt ze er uiteindelijk in om niet alleen haar dwangneurose "beroemd worden" te overwinnen, maar in zekere zin ook wraak te nemen op het door Hollywood gepredikte levensideaal. Haar leven valt opeens in de plooi "als een slang die in zijn eigen staart beet en als een hoelahoep over straat rolde" (p.324). Dat zulks toch geen eenduidig happy end betekent, mag wel duidelijk zijn.

Cintra Wilson hakt in haar debuutroman ongenadig in op de media die fantasievoorstellingen tonen in onnatuurlijke kleuren "die pijnlijk hard vloekten met de basiswaarheden van het echte leven" (p.314) en die een bedrieglijk eenvoudig wereldbeeld voorspiegelen. In die nepwereld van film en tv is er geen plaats voor diepe gedachten of twijfel. Of zoals een van de medewerksters aan The Sound Of Music haars ondanks verzucht: "Iedereen met genoeg verfijning om niet in zijn eigen leunstoel te schijten, wordt tegenwoordig met zijn kop onder de guillotine gelegd." (p.43)

Bewoordingen als deze kunnen op het eerste gezicht een indruk van platvloersheid geven. Bij momenten balanceert Wilson wel op die rand, maar functioneel is het altijd: de belachelijkheid en trivialiteit weergeven van mensen die zich ooit tot doel gesteld hebben om het mensdom met hun onevenaarbare zelf te verrijken en in de meeste gevallen op het schamele podium – en wat later aan de toog – van ordinaire ballententen belanden. En het dient gezegd: Wilson slaagt erin om de lezer meermaals van een smeuïge grijns tot een rauwe hoonlach te bewegen. Vaak met subtiel sarcasme, maar bijwijlen ook met een stevige oneliner. Of wat te denken wanneer Ned bij de repetities van The Sound Of Music door de chicano pianist wordt terechtgewezen: "Shit, Neejd. Jei klienk als ezel met zein ballen in die nazi oorlogsmasjien, man." (p.55) Maar het lachen is zelden ten koste van haar hoofdpersonage Liza, voor wie ze veel deemoed voelt en die ze uiteindelijk als een goede geestelijke (vervang)moeder ordentelijk terecht wil laten komen.

Wilson hanteert haar scherpe pen op een virtuoze manier. Het burleske vormt de uitzondering op de regel, en die is: prima geschreven, beeldrijke en hoogstaande literatuur. Ze is eigenlijk een actrice die vanwege haar provocerende kritiek op de American Dream en de Bush-geïndoctrineerde media niet werd geapprecieerd in "het wereldje". Ze zette zich dan maar aan het schrijven omdat ze daar ongegeneerd haar ding kon doen. Als columniste groeide ze uit tot een cultfiguur. Geen wonder, want het is zonder meer een straffe madam. Wij kennen natuurlijk ook wel het fenomeen van columnisten die romans gaan schrijven en vice versa, maar aan wat Wilson hier heeft neergepend kunnen Brusselmans en andere Renske de Greefs punten zuigen tot het hun horen uitspuit.

Het hogere koppelen aan het lagere, dat is wat Wilson doet. Ze leidt de lezer — die er zeker veel zal in herkennen — langs de jaren zeventig en tachtig waarbij Liza — volop coming of age — zowat alle muzikale en maatschappelijke fenomenen doorloopt, zoals de discopakjes, de rebellerende punk, het escapisme van de new wave en new age, de cocaïneparty’s, de LSD-trips en de weednevels. En ze doet dat op een manier en in een stijl die het midden houdt tussen columnesk slaan en poëtisch zalven. Een genot voor wie een hypermoderne Bildungsroman wil lezen, voor wie jong was tussen 1975 en 1995 of voor wie gewoon Hollywood eens flink in zijn ondergoed wil zien staan.

E-mailadres Afdrukken