Banner

Cees Nooteboom

Labyrint Europa, deel 2

Hildegart Maertens - 21 maart 2012

Cees Nooteboom. Belgen krijgen soms de indruk dat ze van hun Noorderburen niets anders meer te horen krijgen dan … Cees Nooteboom. Toch is de plotse revival van ’s mans oeuvre een goede zaak, zoals ook het magistrale Labyrint Europa, deel 2 bewijst.

Een eerste belangrijke vraag is waarom precies deze auteur momenteel zo in de schijnwerpers staat. Het heeft er alle schijn van dat de bal aan het rollen ging met Nootebooms bekroning met een Gouden Uil voor ’s Nachts komen de vossen, een erudiete, ontroerende bundeling kortverhalen. De auteur blinkt uit in die vorm, hoewel hij hem niet continu heeft verkend. Wel dragen heel veel van Nootebooms boeken de sporen van een voorliefde voor de kleine vorm: de taal is uitgepuurd en zuiver, vrij van ballast, en de manier waarop het verhaal zich ontwikkelt, hoeft nooit lineair te zijn. Nooteboom is naast verteller ook architect, docent, psycholoog, therapeut. Zelf zal de bescheiden Nederlander het misschien ontkennen, maar zijn boeken zijn werelden op zich. Geen brokjes literatuur die het aardse bestaan een beetje draaglijker moeten maken, maar dissecties van het humane zijn, functioneren, denken. Nooteboom is ook altijd een avonturier geweest, iemand met een onstilbare dorst naar nieuwe ervaringen en omgevingen. Hij wil blijven leren, blijven proeven van het “andere”: een hang naar het exotische die hem misschien “romantisch” maakt. Hoe dan ook: geen kuststad of Nooteboom heeft er voet aan wal gezet, geen gebergte dat de man niet heeft beklommen. Zijn vele ervaringen in het buitenland werden nu door De Bezige Bij gebundeld als Labyrint Europa: over de schoonheid van het verloren lopen, over het genoegen van het overschrijden van grenzen, over “thuiskomen” op duizenden kilometers van de eigen woonst verwijderd.

Men moet allicht zelf reiziger zijn om te kunnen begrijpen waar Nooteboom het over heeft. Toch is Labyrint Europa, waarvan dit het tweede deel is, geen boek uitsluitend voor reizigers. Nooteboom vertaalt de hele ervaring naar korte reisverslagen die het buitenland als het ware naar een woonkamer, een stationsgebouw of een rijdende bus halen. De taal is beeldrijk, maar erg verinnerlijkt, ongecompliceerd en eerlijk, met ellenlange beschrijvingen van zonovergoten landschappen.

Deel twee, vervolg op een eerder verschenen kanjer, gaat verder waar de vorige gestopt was: in het jaar 1967. Alle nota’s gemaakt tot en met 2008 staan hier neergeschreven, goed voor bijna zeshonderd bladzijden tekst. Natuurlijk staan daar mindere stukken tussen, maar Nooteboom verrast ook. Het concept “reisgedicht” bijvoorbeeld. Beter laat de recensent de lezer zelf ontdekken hoe Nooteboom dit onmogelijke concept uitwerkt en tot een goed einde brengt. Want “goed” is het eindresultaat hoe dan ook. Daarnaast hebben ook de meer doorsnee teksten een aangenaam effect, tenminste voor wie graag leest over vreemde gewoonten en culturen (als een ware antropoloog, nergens culpabiliserend, analyseert Nooteboom de werkelijkheid), over verborgen plekjes, steeds met een persoonlijke touch. De verhalen blijven hedendaags en scherpzinnig, doordrenkt met kleine politieke beschouwingen en flarden moderne geschiedenis. Als rasechte reiziger ziet en vertelt Nooteboom ook zaken die de gewone sterveling niet ziet en kan hij gelijk wat verwoorden met een vrije, dichterlijke, maar erg concrete toon.

Volgens de verwachtingen na het lezen van deel 1, komen in deel 2 van het monument Labyrint Europa alweer verschillende zaken samen: literatuur, geschiedenis, reizen en denken in het algemeen. Niet alleen reisliefhebbers zullen met deze bundel dus het nodige leesgenot ervaren.

E-mailadres Afdrukken