Banner

Het fool’s gold van de Oscarbeeldjes

Tim Van Der Poel - 28 februari 2018

Moeten films een maatschappelijke connectie hebben? In de jaren na de beurscrash van 1929 was het leeuwendeel van de Hollywoodproducties escapisme gewikkeld in glitter en glamour. Alsof filmmakers naast de realiteit leefden. De filmmakers die in 1945 terugkeerden van de Europese slagvelden veranderden de teneur, maar toch bleef het systeem in de jaren vijftig nog vaak bigger than life-films uitspuwen. De jaren zeventig kenden een zelfde kentering met Vietnam, maar de jaren tachtig herleidden alles opnieuw tot vluchtig droompoeder. Sinds 9/11 en alle andere terreuraanslagen vlak voor onze deur, sinds Rodney King en de tientallen andere black kids die werden afgetuigd of neergeschoten, in een maatschappij van wereldmachten die andersgeaardheid bij wet discrimineren, sinds onze grenzen overspoeld worden door zwakkeren en onderdrukten, moeten we onze kop in het zand blijven steken of net een laagje bladgoud over het zilveren scherm smeren om alles te ontvluchten? Moeten we de filmmakers die zich wel solidair en relevant opstellen niet net meer prijzen?

Al jarenlang slingert de pendule van de Oscars achter de pols van de tijd aan. Om de zoveel jaar zullen de leden wel eens minderheden als de Afro-Amerikaan of de vrouw in de bloemetjes zetten. En dan is die kous ook weer af. (dvd) kaartte twee jaar geleden terecht aan in dit artikel dat meer diversiteit in de rangen van de Academy geen kwaad zou kunnen, want dat dit dan een positieve weerslag zou kennen op meer kleur in de nominaties. De vraag die werd gesteld: waarom zo weinig films kleurenblind zijn? Waarom worden rollen die perfect ingevuld worden door een latino of een zwarte, steevast door een blanke vertolkt? Hetzelfde kan ook gesteld worden voor de genderfluïden onder ons.

Schijnmanoeuvres

De Oscars van 2012 bleken met 12 Years A Slave als beste film en Lupita Nyongo’o als beste vrouwelijke bijrol voor diezelfde film immers een valse kleurenkentering. Steve McQueen, de regisseur, greep vreemd genoeg overigens wel naast zijn beeldje. Beste film, maar niet beste regisseur? Al brengt de producent de talenten samen met het budget, het aandeel van de regisseur bepaalt toch het meest de kwaliteit van het eindproduct? Zijn net die regisseurs die een persoonlijke visie in hun films verwerken niet de beste regisseurs en bijgevolg dé leverancier van de Beste Film?

In 2017 leidde de chaotische bekroning voor Moonlight over La La Land dan weer volledig de aandacht af van het feit dat Barry Jenkins naast de prijs voor beste regisseur greep voor die eerste film. Het frappant achter de maatschappij aanhollen hielp natuurlijk ook niet. Jarenlang heb je geen oog voor Afro-Amerikaans talent, plots speel je hen allemaal tegen elkaar uit: 3 genomineerden van de 5 voor beste vrouwelijke bijrol. 3 van de 9 genomineerden voor beste film. Het had een vies, goedmaken-van-racisme-vanuit-paternalismesmaakje. Positief dat jaar was niettemin de nominatie van Hidden Figures , dat om sterke vrouwen draaide. Moonlight belichtte dan weer zwarte gays, een minderheid binnen een minderheid.

Zo ging het in tien jaar van de verdoken homoseksualiteit van Brokeback Mountain naar de onderdrukte verlangens van de gespierde Chiron. Het is een stap. Dat vrouwen minstens even slim zijn als mannen en dat homo’s ook relaties en seks kennen zonder extravert drama of niet elke dag gay pride op Prozac moeten uitstralen, zover zijn we echter nog niet. Afwijkende vormen van beleving staan nog steeds gelijk aan ongepast exuberant of verdiend lijden. Het was uiterst ongepast om Jenkins niet te prijzen als Beste Regisseur, maar wel Chazelle voor het lege escapisme van La La Land. Het was weer maar eens een mixed message, die veel zegt over de waarde van de Gouden Beeldjes.

Ook dit jaar zijn er weer pijnpunten. Zelfs in de nasleep van #metoo zijn er weinig vrouwen tussen de genomineerden te vinden. Dat wordt iets voor 2019, wanneer de leden van de Motion Picture Academy hopelijk wel weer bijgebeend zijn met de actualiteit. Misschien sleept Greta Gerwig als voorbode dit jaar wel een Oscar in de wacht voor Beste Regie, aangezien Martin McDonagh, regisseur van grote 'Beste Film'-kanshebber Three Billboards Outside Ebbing, Missouri niet genomineerd werd. Het is een bizarre Academykronkel die al jaren menig filmliefhebber verbaast: sinds 2008 worden er tussen 5 en 10 films geselecteerd voor de hoofdprijs, maar blijven al de andere categorieën hangen op 5. Krijg dat maar eens uitgelegd. Al kun je ook de vraag stellen of die prijs nu aan een vrouw geven wel het juiste signaal zou zijn. Het lijkt nu eerder denigrerend dan verstandig.

De winning streak van de underdog

Sowieso kansloos dit jaar zijn Dunkirk en The Shape of Water. Van wat overblijft, is Three Billboards de favoriet, maar Call Me By Your Name en Lady Bird zijn de te vrezen concurrenten. Churchillfilm Darkest Hour is dan weer die gevaarlijke Britse film die zo af en toe iedereen verrast (Remember Shakespeare in Love? Remember The King’s Speech?), al waren die meestal gelieerd aan duivel Weinstein. En Hollywood werkt nu eenmaal Pavloviaans associatief: Britse Film = ooit Weinstein = red alert red alert = me too me too = inkomstenverlies.

Hou dus toch maar rekening met The Post, want je weet maar nooit met Spielberg en de Oscars. De meest populaire regisseur van de laatste 40 jaar werd nog maar weinig gelauwerd, Hollywood prijst graag na de feiten en liefst met een mindere film. De aanval op het Trumpregime is zo overduidelijk dat het gebrek aan nuance de film nekt. Subtiliteit wint echter geen Oscars, daarvoor is de Academy niet genoeg mee met zijn tijd. Rest de vraag of er meer of minder Democraten dan Republikeinen onder deze stemgerechtigden zitten.

Conclusie: de enige film die dit jaar én relevant is, én appelleert aan wat leeft in de Amerikaanse maatschappij, is Get Out. De film heeft echter weinig weerklank gevonden buiten de USA. Daarvoor was hij te specifiek Amerikaans, vol symboliek en signalen die onze continentale samenleving niet vat. De film is echter op alle vlakken een succesverhaal gebleken en een Oscar zou de verdiende ultieme erkenning zijn.

Beste Film = beste film?

Is Get Out dan de beste film van het jaar? Neen, voor een oprechte boodschap die kwalitatief is verpakt, moet je naar een kleiner festival. De Oscars, da’s samen met Cannes de prijs met slechts één doel: cash cash voor de winnaars. Dat beeldje vertegenwoordigt big bucks, het geweten is maar schijn, goed voor de emotionele speeches die met wat geluk een tweede leven krijgen op YouTube of als meme.

De Oscars waren ooit een beloning, een erkenning vaak, maar werden in de 21ste eeuw herleid tot een travestie. Er is een periode geweest dat je de lijst van genomineerden bekeek en kon instemmen dat dit inderdaad de beste films van het jaar waren. Die tijd ligt achter ons. Nu zijn de Oscarnominaties een samenraapsel van degelijke films, een paar middelmatige films en enkele excuusfilms. Het is veelzeggend dat de laatste twintig jaar de winnaar voor Beste Buitenlandse film vaak een betere film bleek dan de Amerikaanse winnaar.

En toch blijven de Oscars de Oscars. De spanning is altijd hoger dan pakweg in Berlijn of Cannes. Een Oscar maakt een carrière. De impact van een kleine nominatie is niet te onderschatten voor het talent van onze lage landen, kijk naar de carrières van Roskam, Van Groeningen, Dudok de Wit, … zonder die nominatie stonden zij niet waar ze nu staan. Een nominatie die je talent in de kijker zet, is een meerwaarde, dit geldt voor alle ‘minder belangrijke’ beeldjes. Een nominatie in de hoofdcategorieën is nietszeggende egostreling en salarisverhoging.

En wat nu?

De Oscars bestaan 90 jaar. Maar buiten een commerciële waarde heeft de prijs al een tijd elk bestaansrecht verloren. De wereld leeft in de 21ste-eeuw, met alle voordelen en alle gebreken, maar de Oscars blijven een restant van vergane glorie. Niet dat we elke herinnering aan deze glorie moeten schrappen, neen. Die geschiedenis moet gekoesterd worden. Maar het wordt tijd dat de Oscars zichzelf opheffen en uit hun as een waardige prijs laten herrijzen die moedig talent beloont om zijn merite of de grootte van de ballen, en niet om zijn kleur of geaardheid of om zijn gebrek aan subtiliteit of intelligentie. De Verenigde Staten telt meer intelligente en getalenteerde mensen per vierkante kilometer dan Europa. Het wordt tijd dat die het voortouw nemen en niet alleen voor de eigen kerk blijven preken in de steden, maar de wereld tot hun podium nemen en een luide en heldere mening ventileren.

E-mailadres Afdrukken