De eerste Vlaamse horrorregisseur: een interview met Jonas Govaerts

Ewoud Ceulemans - 27 oktober 2014

“Ik heb deze film voor mezelf gemaakt”

Goeie promocampagne, die van Welp: dankzij de actie waarbij het publiek via Kickstarter geld in de film kon steken, haalde de debuutfilm van Jonas Govaerts de media nog lang voor de bioscooprelease. Nog beter dan de promocampagne is die van de film zelf: de anticipatie bij enola was zó groot dat Welp bijna alleen maar kon tegenvallen, maar niets is minder waar. Govaerts heeft een geweldige slasher movie afgeleverd. Hoog tijd om met hem eens een gesprekje te hebben over video nasties, kindacteurs en de filmcarrière van Michel Follet. Klaar? Actie!

Welp haalt de media al nog voor de film in de zalen komt, omdat de filmcommissie heeft besloten de film als ‘Kinderen toegelaten’ te bestempelen. Wat vind je daarvan?

Dat verbaast me wel. Ik heb van bij het begin al gezegd dat we een film mét kinderen hebben gemaakt, maar niet vóór kinderen. Het is en blijft een horrorfilm. In een ideale wereld zou ik zeggen: voor kinderen vanaf veertien jaar. Maar dat bestaat hier niet. Toen ik twaalf was, was ik veel meer onder de indruk van films als Terminator 2 en A Nightmare on Elm Street dan kinderen die nu twaalf of veertien jaar zijn. Die hebben allemaal Scream al gezien, of Saw, of de nieuwe Evil Dead. Ze zijn veel minder onder de indruk van horrorfilms, dus ik denk dat dat ook wel heeft meegespeeld bij die rating.

Maar toch: er zit behoorlijk wat gruwel in Welp, en het is ook behoorlijk spannend. Ik denk dat het vooral die spanning is die in kinderen hun fantasie kan sluipen. Daar moet dan ook op gelet worden, denk ik. Ik heb er zelf natuurlijk niets in te zeggen, maar in Engeland heb je iets als een PG-rating, “parental guidance”. Dat lijkt me voor elke kunstvorm sowieso niet slecht: dat je daar met je ouders over kan babbelen, dat een volwassene kan zeggen “het is maar een film”, of je kan uitleggen waarover het gaat. Maar die rating bestaat hier dus niet.

Ik kan me nochtans inbeelden dat jij, als horrorfan, vroeger ook wel films probeerde te zien die “Kinderen niet toegelaten” waren.

(lacht) Nu krijg ik als volwassene natuurlijk op een andere manier met de filmcommissie te maken, maar vroeger vond ik het ideaal dat het beleid zo laks was. Ik heb nooit enig probleem gehad om binnen te glippen in de bioscoop, ik kon huren wat ik wou… Er was maar één rek in de videotheek waar je als minderjarige niet binnen mocht, en dat was de porno. Horror kon je gewoon meepakken, er is nooit naar mijn leeftijd of naar mijn pas gevraagd. Voor mij was dat het paradijs!

Ik heb ook Britse vrienden, en in Engeland was het wél lange tijd heel moeilijk om bepaalde films te zien als je onder de achttien jaar was. Er waren ook een heel aantal films verboden: in de jaren ’80, onder Thatcher, had je daar de video nasties, een lijst met een stuk of tachtig verboden films. Anderzijds krijg je als horrorfan dan natuurlijk ook gewoon een lijst met alle films die je wil zien, en waarnaar je op zoek kan gaan. Voor een jonge horrorfan was dat een droom, maar nu ben ik toch iets verantwoordelijker geworden (lacht).

“Horror is het genre waarin de meeste rommel wordt gemaakt.”

Nog een vraag voor de horrorfan in jou: waarschijnlijk vind je ook dat er binnen het genre heel wat rommel wordt gemaakt.

Dat is zeker zo. Als horrorfan moet je heel hard zoeken naar de goei, maar die zijn dan ook geweldig. Het is sowieso een genre dat altijd op het randje van de exploitation heeft gebalanceerd: je kan het voor heel weinig geld maken, en je kan er heel veel geld mee verdienen. Ik denk dat er veel mensen met horror bezig zijn die niet per se de kunstvorm weten te waarderen, maar gewoon geld willen verdienen. En daardoor is horror misschien wel het genre waarin de meeste rommel wordt gemaakt. Maar als het goed is, is er voor mij niets beter dan een horrorfilm. Je moet door wat rommel gaan vooraleer je de goeie films ontdekt, maar dat is het wel waard.

Een van de grootste kwaliteiten aan Welp is dat je ziet dat de film beïnvloed is door films uit de jaren ’80, zoals The Evil Dead of films van John Carpenter, maar dat de film zelf geen postmoderne pastiche van invloeden is geworden.

(knikt) Dank u! Dat was de moeilijkste oefening. De soundtrack is bijvoorbeeld gemaakt door Steve Moore, van Zombi, en die heeft ook net de soundtrack gemaakt van The Guest. Die film komt binnenkort uit en is heel bewust een eightiespastiche. De soundtrack moest dan ook verwijzen naar films van Carpenter en James Cameron – The Terminator en zo, dat soort dingen. Dat is een bewuste knipoog, en voor filmfans is dat natuurlijk fantastisch, maar ik wou daar wel heel hard voor opletten.

Maarten Janssens, de monteur, was ook onze music supervisor. Die kreeg de muziek binnen van Steve, en ik vond dat echt geweldig, het was helemaal John Carpenter. Maar Maarten zei: “De mensen moeten niet denken dat dit een coole soundtrack is, ze moeten gewoon schrik hebben. Stuur hem maar eens wat True Detective op.” Steve had dat al gezien, en wist meteen wat we bedoelden. Want je kan natuurlijk een coole soundtrack hebben, maar voor je het weet, maak je dan een pastiche. We hebben er heel hard over gewaakt dat Welp wel een eighties-sfeer heeft, maar dat die nostalgie je niet uit de film haalde. Het moest allemaal authentiek blijven, en dat is een moeilijke oefening. We hebben gemikt op iets tijdloos, met hier en daar een subtiele knipoog naar de jaren ’80.

Ook opvallend is dat Welp niet al te veel moeite doet om de slechterik van een duidelijke psychologische motivatie voor zijn daden te voorzien.

Die is er wel, maar heel subtiel. Let maar eens op wat de flik aan het begin van de film tegen de scoutsleider zegt. Maar ergens heb je wel gelijk: ik kan er ook niet tegen als dat te expliciet wordt. Er zat wel meer in het scenario dan wat we uiteindelijk hebben overgehouden: niet alleen van de back story van de slechterik, maar ook die van de bosjongen en van Sam, het hoofdpersonage. We zijn zo’n uitleg ondertussen zó gewend in horrorcinema dat het misschien wel tof is om eens weer wat meer mysterie te creëren, ook in het hoofd van de kijker. Als je alles gaat uitleggen, wordt dat meestal heel onnozel, die je ook nog eens uit de film haalt. Dat wilde ik absoluut vermijden.

Ik veronderstel dat die balans moeilijk is om te zoeken in je scenario. Er zitten sowieso veel formules in horrorfilms, maar tegelijk moet je ook fris uit de hoek kunnen komen. Hoe vind je dat evenwicht juist?

Je begint met de klassiekers die je kent eens echt te bestuderen en grondig te onderzoeken. Waarom zijn dat zo’n sterke fright machines? Hoe zitten die films in elkaar? Waarom werkt Halloween, waarom werkt Alien, waarom werkt The Hills Have Eyes? Wanneer valt de eerste dode? Dat soort dingen. Wat de frisse elementen betreft: ik hoopte te kunnen terugvallen op mijn scoutsverleden, want dat had ik nog niet gezien in een horrorfilm. Het authentieke en het originele zit daarin. Dat zijn mijn eigen ervaringen. Er zijn wel summer camp-horrorfilms gemaakt, maar dat gaat niet over scoutskampen, en wel over skinny dippen en joints roken.

De personages in zo’n films zijn dan ook vaak tieners van zestien jaar die wilde feestjes geven. In Welp draait het echter om kinderen van twaalf jaar. Is dat geen gewaagde keuze, om van hen het opgejaagd wild te maken?

In een bepaalde zin wel. Ik heb het scenario laten lezen door een paar mensen die er wel iets van afwisten: Pieter Van Hees, Jan Verheyen en Erik Van Looy. Het was één van die laatste twee die zei: “Dit gaat niet werken, want die jongens zijn twaalf in plaats van zestien. En er moet toch seks in zo’n horrorfilm?” Voor mij was die leeftijd echter cruciaal. Het was ten eerste een ode aan mijn eigen scoutstijd, en die was het plezantst toen ik twaalf was. Dan komt je creatieve nieuwsgierigheid tot volle bloei, dankzij de leiding die bezig is met films, muziek, strips… Maar voor het verhaal van Welp was het ook heel belangrijk dat fantasie en werkelijkheid door elkaar beginnen te lopen. Als je een zestienjarige een verhaaltje vertelt over een weerwolf die in het bos rondloopt, zegt die: “Whatever, daar geloof ik niks van.” Maar een twaalfjarige kan van zo’n verhaaltje nog wel onder de indruk zijn. De grens tussen fantasie en werkelijkheid is bij zo iemand veel dunner. Voor dit specifieke verhaal was een hoofdpersonage dat die twee niet zo goed uit elkaar kan houden, erg belangrijk. Ik had de film niet willen maken met personages van een jaar of zestien.

“Er is niks zo saai als een productfilm, die duidelijk gemaakt is voor een publiek waar ze geld aan kunnen verdienen. “

Heeft Maurice Luijten (die het hoofdpersonage Sam vertolkt, ec) de film zelf al gezien?

Ja. Dat was eigenlijk best grappig: Maurice zat naast Evelien Bosmans, en die heeft de hele zaal bij elkaar gegild. Ze ziet niet zo vaak horrorfilms en heeft Welp tussen haar vingers door bekeken. Het is trouwens wel leuk om zo’n reactie te krijgen, zeker van iemand die de film kent. Maurice zat echter met een ongelooflijke smile te kijken. Ik denk dat hij heel blij is met de film. Hij mag in elk geval erg trots zijn.

Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is om de juiste persoon te vinden voor zo’n jong hoofdpersonage. Hoe is die casting verlopen?

Met veel geluk. Ik was het scenario aan het schrijven, maar ik vreesde toen al dat ik nooit iemand zou vinden voor het hoofdpersonage. Ik heb in Amerikaanse films al veel moeite om de kindacteurs te geloven, dus ik dacht niet dat ik in België iemand zou vinden die dit geloofwaardig kan brengen. Op een dag was ik echter een videoclip aan het afwerken, met Brecht Goyvaerts als cameraman. We moesten iets renderen – een nerd-term om te zeggen dat we eigenlijk gewoon moesten wachten – en Brecht liet een kortfilm zien waaraan hij had meegewerkt, The Gift. Daarin verscheen Maurice voor de eerste keer op het scherm, zonder dialoog, in slow-motion, met muziek van Chelsea Wolfe op de soundtrack. Die had zo’n charisma: ik dacht echt dat er ook in België een River Phoenix woonde.

Tegelijk kreeg ik ook een tip van FC Bergman, het theatergezelschap, die zeiden dat ze nog wel een geschikt gastje kenden. (Maurice Luijten speelde mee in de – overigens geweldige – FC Bergman-productie 300 el x 50 el x 30 el, ec.) Ik dacht dus dat ik twee opties voor Sam had, maar het bleek gewoon over dezelfde jongen te gaan. En die bleek dus Maurice Luijten te heten.

Het enige probleem, dacht ik dan, was om zijn ouders te overtuigen. Toen ik daar thuis ging aanbellen, deed zijn vader de deur open, en die zei meteen: “Gaat het zo’n slechte horrorfilm worden? Of gaat het ne goeie zijn, zoals Hellraiser?” Maurices ouders bleken echte cinefielen te zijn, die met hem naar films als Star Wars en Alien keken. En Maurice was dan ook nog eens superprofessioneel. Je hebt hem zien spelen: ik ben trots op alle jongens die meedoen, maar ik denk niet dat iemand anders de rol van Maurice had kunnen spelen.

Je hebt het scenario geschreven met Roel Mondelaers, die ook Plan Bart heeft geschreven. Dat lijkt voor veel mensen misschien een vreemde keuze…

… als mensen al bezig zijn met wie het scenario heeft geschreven (lacht).

Maar het is in ieder geval niet voor de hand liggend dat iemand die een romantische komedie als Plan Bart schrijft ook meewerkt aan een horrorfilm als Welp.

Maar een goeie scenarist kan veel dingen aan. Ik ben géén goeie scenarist, en ik zal dan ook wel in de horror blijven hangen (lacht). Roel is wel een goeie scenarist en hij kan dan ook veel genres aan. Horror is misschien niet meteen z’n ding, maar dat is in ons geval net goed geweest. Hij kon het overzicht bewaren. Ik zat dat scenario vol referenties te steken, wilde vallen te bedenken, een portie sadisme in het verhaal te schrijven… Roel hield oog op de structuur, hij wéét hoe een goed scenario in elkaar steekt. Een uitstekende combinatie.

Welp is een film die nochtans erg zijn eigen ding doet. Er wordt weinig rekening gehouden met wat een modern publiek van een horrorfilm verwacht.

(aarzelt) Ik weet niet of dit een goeie uitspraak is, maar: ik heb deze film niet voor een publiek gemaakt. Wel voor mezelf.

Dat straalt de film ook heel erg uit. En het doet de film goed.

Dat stralen alle films die ik goed vind uit. Soms denk ik zelfs: what were they thinking? Ik vind dit geniaal, maar waarom bestaat een film als, pakweg The Birthday… Ooit al van gehoord?

Nope.

Zoek dat dan meer eens op YouTube (lacht). Wanneer ik films als The Birthday of Singapore Sling beschrijf aan mensen, denk ik: dit is geweldig, maar wie heeft ooit gedacht dat hier een groot publiek voor was? Maar ik ben heel blij dat ze dat dachten, want het is goed dat zo’n films bestaan. Er is niks zo saai als een productfilm, die duidelijk gemaakt is voor een publiek waar ze geld aan kunnen verdienen. Ik heb met Welp de luxe gehad om in een echte genrefilm iets persoonlijks te kunnen steken.

Maar ondertussen weet je wel zeker dat een publiek is voor je film. Er hebben immers heel wat mensen geld gestoken in Welp, via crowdfunding.

Ik heb altijd geweten dat er zo’n horrorfans in België waren. Horrorfans vormen een hechte en trouwe gemeenschap. Ik heb dat zelf overigens ook al gedaan: Nightbreed van Clive Barker was een film die verknipt was door de studio en flopte bij de bioscooprelease. Een tijd terug hebben ze die negatieven teruggevonden en zochten ze geld om de film te kunnen restaureren – door crowdfunding. Ik hoop dus dat ik op de generiek van de director’s cut van Nightbreed sta, want ik heb er geld aan gegeven.

Dario Argento wil zijn volgende film ook via crowdfunding financieren.

Inderdaad, maar hoe geniaal ik die mens ook vind… Ik ga naar alles kijken wat hij maakt, maar het wordt steeds moeilijker om zijn films ook effectief uit te zitten. Dus ik weet nog niet of hij m’n vijf euro gaat krijgen (stilte). Alhoewel, pakt van wel. Omdat Iggy Pop meespeelt.

“Nicolas Karakatsanis was niet belangrijker of onbelangrijker dan de cateraar.”

Welp wordt gepromoot als “de eerste horrorfilm in Vlaanderen”.

Nee, dat klopt niet helemaal. Ik weet niet hoe de tagline juist was, maar het is wel zo dat er op deze schaal nog geen Vlaams gesproken horrorfilm – het klinkt iets minder goed dan “de eerste horrorfilm in Vlaanderen” – is gemaakt. Denk ik toch, want anders had ik al wel iemand kwaad aan de telefoon gehad.

De meest recente Vlaamse film met horrorelementen was Linkeroever. Pieter Van Hees, de regisseur, stond er toen echter op om het meer als een psychologische thriller-met-horrorelementen te beschouwen. Terwijl Welp wél een volbloed slasher movie is. Er zit iets van een avonturenfilm in, maar we volgen een slasher-formule, die we soms ook op z’n kop zetten.

Een van mijn lievelingsfilms is ook de Vlaamse film Daughters of Darkness van Harry Kümel, maar die is Engels gesproken. En het is misschien meer een erotisch vampierdrama dan een echte horrorprent. Er zijn misschien wel wat mensen revolteren tegen de tagline van Welp, maar ik kan altijd wel van antwoord dienen. Als ze afkomen met Rabid Grannies, zeg ik: nee, da’s Frans gesproken en in slecht Engels gedubd. Lucker? Is ook in het Engels gesproken. (Zoekt nog voorbeelden). The Antwerp Killer, dat moet ik misschien nog eens nakijken.

Wacht even: bestaat er een film die The Antwerp Killer heet?

Weinig mensen kennen die, maar hij bestaat! Duurt zestig minuten of zo, ze hadden hem vroeger in The Video Library in Antwerpen, waar ik heb gewerkt. Michel Follet speelt daar trouwens in mee, als psychiater. Hij schaamt zich daar een beetje over. Terecht ook (lacht). Maar die film is wel in het Nederlands, als ik het me goed herinner. Dus eigenlijk zijn we met Welp misschien na The Antwerp Killer, maar dat is ook niet echt een horrorfilm. Hij eindigt met een shoot-out in de haven, denk ik… Soit, vooral de scène met Michel Follet is me bijgebleven. En de onkunde in die film: die is magistraal (lacht). Bij ons ook, maar aan dát niveau, daar zijn we nog niet.

Als je met de pitch van Welp afkomt bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, wat is de reactie dan?

Weet je wie de coscenarist is van Daughters of Darkness? Pierre Drouot, de directeur van het VAF. Ik hoopte dus wel een beetje dat Pierre open zou staan voor dit genre, en dat was ook zo. Het VAF heeft ons enorm gesteund. Nu we wat festivals hebben gedaan en ik andere regisseurs heb kunnen ontmoeten, besef ik pas hoe verwend we hier als filmmakers zijn. Je kunt hier je goesting doen, als je toont dat je passie hebt en er echt voor wilt gaan.

Het VAF werkt met verschillende rondes: je kan scenariosteun, ontwikkelingssteun en productiesteun aanvragen. Elke ronde kunnen ze je ook tegenhouden en zeggen dat het nog niet goed genoeg is en je later nog eens mag terugkomen. Je kan zo twee of drie kansen krijgen, geloof ik. Maar bij Welp zijn we nooit tegengehouden: we hebben scenariosteun aangevraagd en zijn in een rechte lijn naar de productie kunnen gaan. Het VAF heeft ons ten volle gesteund, dat is fantastisch.

Een van de belangrijkere medewerkers aan Welp is cameraman Nicolas Karakatsanis…

Dat wil ik graag even bijstellen: die is niet belangrijker of onbelangrijker dan pakweg de cateraar.

Maar hoe belangrijk was het dat Nicolas Karakatsanis achter de camera stond?

Oh, ik wilde alleen maar met Nicolas werken. Maar mijn ouders hebben de catering gedaan, en ik wilde ook alleen maar met m’n ouders werken. Want zij kunnen geweldig koken.

Ik wil maar zeggen: de aandacht ligt meer en meer op Nicolas. Hij is ook iemand met een uitgesproken mening en een enorm talent, zonder enige twijfel. Maar ik vind het wat frustrerend dat niemand de naam Geert Paredis laat vallen. Geert heeft de boshut in de film ontworpen. In het scenario stond gewoon “boshut”, maar uiteindelijk is het een van de mooiste dingen die ik al in een film van mij heb gezien. Hij heeft ook de schuilplaats van de slechterik ontworpen, en ga zo maar door. Hem vind ik ook een supertalent, maar omdat zo’n medewerkers minder het nieuws halen, zijn hun namen minder welluidend. Maar misschien vinden ze dat ook niet zo erg. Ik weet dat Nicolas dat soms een beetje lastig vindt.

Maar dit even terzijde: wat wil je vragen?

Nicolas Karakatsanis heeft een aanbod van Michael Mann afgeslagen om Welp te kunnen draaien. Stel dat hij toch op dat aanbod was ingegaan: wat had je dan gedaan?

Dat is het grote vraagstuk. Ik had kunnen wachten, maar Maurice is nu een kop groter en duidelijk niet meer de jongen die hij is in de film. En ik weet niet of ik een andere Maurice zou kunnen vinden, dus dan was ik zeker in de problemen gekomen. (Denkt na) Ik zou misschien wel op Nicolas hebben gewacht, maar er zit véél volk op Nicolas te wachten. Het is hoe dan ook goed dat het bij een hypothetische vraag is gebleven.

“Ik voelde me de Vlaamse Orson Welles. Of Uwe Boll.”

Wat mogen we na Welp van je verwachten?

Ik had wat onderschat wat zo’n film maken mentaal en fysiek met een mens doet, dus ik heb eerst en vooral wat rust nodig. Alhoewel, ik ben ook gewoon lui (lacht). Ik blijf ook doorwerken voor Acht, als televisieregisseur. Dat is met minder budget dan iets als Welp, maar ik mag wel heel leuke dingen doen, dus dat blijft voorlopig gewoon mijn dagjob. Maar ik merk, nu de film de wereld rondgaat op festivals, dat ik wel een paar aanbiedingen krijg. Die zijn niet altijd even serieus of even goed, want, zoals je zegt, er wordt veel rommel gemaakt.

Krijg je dan enkel aanbiedingen voor horrorfilms?

Ja, omdat ze weten dat ik daar capabel in ben. Of dat heb ik ze toch wijsgemaakt met deze film. Maar ik vind dat ook niet erg, want dit is waar ik goed in wil worden. Voor veel mensen is horror een opstapje: “oké, we maken zo’n film, dan zijn we bezig en kunnen we doen waar we goesting in hebben.” Maar dit is mijn goesting. Ik wil beter worden in dit genre en uitgroeien tot een goede horrorregisseur.

Je vertelt over het succes van Welp op internationale filmfestivals. Had je zo’n succes verwacht?

Toen ik ’s ochtends wakker werd in ons hotel in Toronto, was er al een goede recensie verschenen in Collider. Ik voelde me echt een beetje de Vlaamse Orson Welles, zo goed was dat geschreven. En dan, vlak voor de première, kwam er een heel slechte recensie. Die persoon had erg hard aanstoot genomen aan een scène met een hond in de film. Ik voelde me echt een beetje Uwe Boll (het brein achter notoir slechte films als Alone In The Dark, BloodRayne en Postal, ec). Toen ik ’s avonds op het podium stond voor een Q&A, voelde ik me gewoon Orson Boll. Ik had iets gemaakt waar ik heel trots op mocht zijn, of iets waar ik me heel hard voor moest schamen.

Nu zijn we wat verder en zijn de meeste – buitenlandse – recensies overwegend positief. Op de Vlaamse recensies is het nog even wachten. Er zit in ieder geval niets in de film waarvoor ik me schaam: ik heb geen compromissen willen sluiten bij het maken van Welp, en dat zie je. Niet iedereen gaat deze film goed vinden, daar ben ik zeker van, maar als je voelt dat er iets persoonlijks in zit en het niet een horrorfilm van dertien in een dozijn is: dat is het allerbelangrijkste.

E-mailadres Afdrukken
 
De eerste Vlaamse horrorregisseur: een interview met Jonas Govaerts

advertentie
Banner

TEST