Banner

Halloweenspecial: gruwel van eigen bodem

Tobias Burms - 24 oktober 2014

Wie geen inspiratie heeft voor een Halloween kostuum - ik ga al jaren als Patrick Bateman, kwestie van niet te veel aan mijn voorkomen te moeten veranderen - kan dit jaar misschien eens een scoutsuniform aantrekken. Niet alleen omdat het jeugdbewegingsleven nu eenmaal de gruwel van menig horrorfilm overstijgt, maar ook omdat we rond die periode Welp in de zalen mogen verwachten, een film over een stel scoutsjongens die op kamp geteisterd worden door een nietsontziende psychopaat. De film is uitgebreid in de media besproken, niet in het minst omdat hij verrassend genoeg de keuring ‘kinderen toegelaten’ heeft gekregen (oproep aan alle min-16 jarigen: zeg tegen je ouders dat je naar The Turtles gaat en beleef de nacht van je leven)

Een ergerlijke onjuistheid echter die eveneens in de pers vaak terugkwam is de stelling dat Welp de allereerste horrorfilm van Belgische / Vlaamse makelij zou zijn. Hoewel het over het algemeen bedroevend gesteld is met de Belgische horrorfilm, is het als serieuze filmjournalist mijn morele plicht om u te melden dat er wel degelijk enkele noemenswaardige titels bestaan. Het zijn echter titels die over de jaren heen vakkundig zijn weggemoffeld voor het publiek, omdat de bewakers van de goede smaak niet wilden dat u ze zag. Maar op enola geloven we niet in censuur. Dus hier is,voor de allereerste keer, het exclusieve lijstje van de Belgische horrorfilms. Voor de duidelijkheid: dit schandalige lijstje is absoluut ‘kinderen NIET toegelaten’ (al hoop ik stiekem dat alle jongelui er hierna massaal naar op zoek gaan).

Les Lèvres Rouges (1971)

Geheel in overeenstemming met de tijdsgeest maakte Harry Kümel in ’71 deze gothische lesbian vampire-klassieker, een thema dat de intelligentsia van die periode blijkbaar nauw aan het hart lag: denk maar aan de werken van auteurs als Jesus Franco, Jean Rollin en Jose Ramon Larraz. Laat je echter niet op het verkeerde been zetten door de houterige Engelse dub in Les Lèvres Rouges, de aanwezigheid van arthouse habitué Seyrig doet immers wel al vermoeden dat we hier niet met de zoveelste eurotrash malligheid te maken hebben. De film, over een pasgetrouwd koppel gestrand in Oostende dat in ban geraakt van een Hongaarse barones, is stijlvol in beeld gebracht, laat veel aan de verbeelding over, Kümel weet als geen ander de unheimliche sfeer van de Belgische kust over te brengen en de obligate freudiaanse psychoseksuele lading is niet eens zo stupide als je zou verwachten (het hoogtepunt van de film is het mysterie rond een verwijfde, oude dandy waar het mannelijk hoofdpersonage als ‘moeder’ naar verwijst). Dit meesterwerkje staat op eenzame hoogte in de Belgische genrecinema, wist de harten van cultliefhebbers wereldwijd te veroveren en kreeg een DVD release op het prestigieuze Blue Underground label.

Vase de Noces (1974)

Dierenvrienden opgepast, lees niet verder! Vase de Noces (in dubieuzere kringen – waarvan u het bestaan gewoonweg niet wilt kennen- beter bekend onder zijn weinig flatterende subtitel The Pig-Fucking Movie) is wel een heel originele variant van het klassieke Belgische plattelandsdrama en vertelt het verhaal van een lichtjes contactgestoorde boer die de gewoonte heeft om zijn zeugen te.. nou ja. Typische jaren ’70 artistiek verantwoorde shock cinema die - durf ik het zeggen? - audiovisueel echter nog wel interessant te noemen is. Voor de rest niet bepaald een appetijtelijke film waarvan ik u de verdere details van zal besparen en waarbij zelfs ik als doorwinterde sleazebuff zo nu en dan eens de chipszak moest neerleggen.

De Potloodmoorden (1982)

Toen regisseur Guy Lee Thys begin jaren ‘80 geen frank subsidies kreeg van de Vlaamse overheid voor een fijnzinnig, sociaal geëngageerd project (precies wat we van de Antwerpse provocateur zouden verwachten), zette hij een hypotheek op zijn ouderlijk huis en blikte hij als welgemeende fuck you naar de goegemeente De Potloodmoorden in, een exploitatief broddelwerkje over het politieonderzoek naar een maniak die promiscue vrouwen een potlood in de neus ramt. Deze zeldzame slasher die enkel op VHS verscheen (uw dienaar is er trotse bezitter van) stelt als horrorfilm misschien bitter weinig voor, maar is nog te appreciëren als een onbedoelde pastiche van het policier genre, doordrenkt in een vulgair Familie Backeljau-sausje. Alle clichés van de klassieke detectivefilm zitten erin: de hard boiled hoofdinspecteur verwaarloost zijn vrouw, zit aan de drank, timmert met plezier verdachten bijeen, is op het bureau enkel omringd door koffiezuipende nitwits en wordt continu tegengewerkt door zijn korpschef, wiens enige taak eruit lijkt te bestaan om het parket te woord te staan. Doordat de agenten daarenboven voortdurend termen als zwette of kwatta in de mond nemen en op een gegeven moment er niet beter op weten dan alle zwarten in Antwerpen te laten arresteren, lijkt het zelfs alsof Thys de nobele bedoeling had om racisme bij het politieapparaat aan te kaarten.

The Antwerp Killer (1983)

Soms is het verhaal achter een film oneindig veel boeiender dan de film zelf. Neem nu The Antwerp Killer: een volslagen incoherent en amateuristisch zootje pellicule met schandalig slechte vertolkingen, een wannabe John Carpenter soundtrack, een zo goed als onbestaande cameravoering, eindeloos veel willekeurige beelden van Antwerpen en, hoe absurd dat ook mag klinken, een plot die lijkt te willen meeliften op het ‘succes’ van De Potloodmoorden (geloof mij, die film is een Hitchockiaans meesterwerk in vergelijking). De ontstaansgeschiedenis van The Antwerp Killer is dan weer wél de moeite: regisseur Luc Veldeman, toentertijd een broekventje van een jaar of 17 die hoogstwaarschijnlijk nog nooit camera had vastgehad, wist met veel gladde praatjes animo te creëren voor ‘de eerste Vlaamse horrorfilm’. Hij bekwam sponsoring van grote bedrijven, wist met Michel Follet een heuse bv te casten en raakte geselecteerd voor de eerste editie van het filmfestival in Knokke, toen onder leiding van een piepjonge Jan Verheyen. Natuurlijk werd dit onding van nog geen 50 minuten speelduur, waarvan minstens 1/3 nog eens bestaat uit flashbacks, volledig weggehoond door pers en publiek. Pa Veldeman is naar verluidt zelfs met het schaamrood op de wangen elke videotheek van Vlaanderen afgegaan om elke kopie op te kopen en zo zoonliefs reputatieschade te beperken. Al diens noeste pogingen ten spijt zal het de familie Veldeman nu allicht zuur opbreken dat de film ondertussen in volle ornaat op YouTube te bewonderen is, recent geüpload door een verzamelaar bij wie ik uiteraard in het krijt sta. U hebt dus geen enkel excuus meer om deze nationale schande niet gezien te hebben.

The Afterman (1985)

Hoewel er in dit overzicht wel meer kleurrijke figuren voorkomen, is Rob Van Eyck toch wel hét onbetwiste enfant terrible van de Belgische cinema. Deze Ed Wood van het Hageland werkt al decennia lang zonder overheidssteun en liet geen enkele kans onbenut om de grenzen van het fatsoen te verleggen: denk maar aan pareltjes als De Terugtocht, een rauwe boerensaga die ei zo na verbannen werd wegens een hanengevecht, en natuurlijk Blue Belgium, Van Eyck’s beruchte anti-establishmentfilm waar hij de Dutroux affaire, de bende van Nijvel en andere schandalen in de schoenen probeert te schuiven van die onverbeterlijke ploerten van de Wetstraat. The Afterman, over een man die het na een kernramp moet zien te redden in de desolate woestenij, is veruit zijn bekendste film, heeft een internationale fanbase (big in Japan, weet u wel) en wordt in één adem genoemd met post-apocalyptische meesterwerken zoals The Bronx Warriors, Turkey Shoot en Battletruck, titels die er wat mij betreft toch niet om liegen. Onconventioneel is echter het feit dat The Afterman geen dialogen bevat, een gedurfde keuze waar Van Eyck naar eigen zeggen lof voor kreeg van niemand minder dan Martin Scorsese. Laat je echter niet door deze Le Dernier Combat-achtige premisse in de waan brengen dat we hier met iets artistieks zouden te maken hebben: The Afterman is natuurlijk absolute vunzigheid. Verwacht je dus maar aan necrofiele paters, gratuite seks, sodomie (noem mij één interessante post-apocalyptische film zonder een goeie anal rape scène), kannibalen en de meest onwaarschijnlijke held uit de filmgeschiedenis, een gezette kerel met een baardje, die om één of andere reden onweerstaanbaar blijkt te zijn voor schaars geklede lesbische vrouwen. Gefilmd in Zichem waar ook de werken van Ernest Claes plaatsvonden en dus duidelijk de bakermat van Vlaamse culturele hoogstandjes.

Lucker (1986)

Nog zo een monument uit het Belgisch horrorwereldje is Johan Vandewoestijne, in internationale middens beter bekend onder zijn pseudoniem ‘James Desert’, de man die onder meer Rabid Grannies produceerde én die de distributierechten verkocht kreeg aan trashgigant Troma. In ’86 maakte hij echter zijn passieproject, Lucker, over een onvoorstelbare freak die de Kortrijkse straten onveilig maakt en op zoek gaat naar jonge meisjes om te vermoorden en te verkrachten –liefst nog in die volgorde. Deze smerigheid werd decennialang onder VHS-verzamelaars zowat als de heilige graal beschouwd-u moest eens weten hoeveel obscure rommelmarktjes en kringloopwinkels ik over de jaren heen heb afgeschuimd-maar is inmiddels op DVD verschenen in gerestaureerde versie. Geen nood fans, de groezelige, amateuristische look is volledig intact gebleven.

Alias (2002)

In 2002 tenslotte deed zelfverklaard horror -en wansmaakkenner Verheyen ook maar eens een poging om het genre te verrijken, maar Alias werd unaniem door de grond geboord en lijkt inmiddels al lang vergeten. De film opent met duidelijke verwijzingen naar Hitchcock en Coppola’s The Conversation, maar deze ambitieuze premisse vloekt enigszins met de platte Familie-achtige karakterisering de goedkope eind jaren ’90 tv-film look en het feit dat Verheyen er haast in geen enkele scène kan aan weerstaan om zijn cast allerlei vulgariteiten te laten uitkramen. Gelukkig valt er nog wel wat te lachen met het potsierlijke slot en een heerlijk schmierende Van Mieghem.

De laatste jaren beloofden beterschap in het Belgisch horrorlandschap met twee sfeervolle, vakkundig gemaakte films,Calvaire
en Linkeroever
, die weliswaar iets te nadrukkelijk verwezen naar hun grote voorbeelden, respectievelijk The Texas Chain Saw Massacre en Rosemary's Baby. Laten we hopen dat Welp écht een eigen stem heeft.

E-mailadres Afdrukken