Banner

Hung

5.5
Raf Njotea - 21 september 2012

Fuck platitudes en fuck het mannelijke eergevoel: size does matter. Vrijgevochten vrouwen waren al langer op zoek naar langer; het was slechts een kwestie van tijd voor ook de modale huisvrouw seksueel geëmancipeerd raakte. En dat hoeft niet eens zo erg te zijn – zelfs niet voor de heteroboys onder ons. Sommige mannen worden nu eenmaal geboren met beter-dan-gemiddelde intellectuele capaciteiten, andere met een overontwikkeld reproductieorgaan. You win some, you lose some. En dus beslist Ray Drecker (Thomas Jane), leraar geschiedenis en basketbalcoach in een middelbare school in Detroit, om zijn grote kleine generaal aan te wenden voor economisch rendabele doeleinden en met de hulp van zijn onhandige pooier Tanya ‘T-brain’ Skagle (Jane Adams) stampt hij zijn eigen escortservice uit de grond: ‘Happiness Consultants’.

Qua gimmick kan dat tellen. Er werd dan ook met grote belangstelling uitgekeken naar het eerste seizoen van ‘Hung’ dat HBO in 2009 op de buis slingerde. Want een tv-serie over een man die groot geschapen is en de prostitutie in gaat… Zou dat meer worden dan een simpele onenightstand? Hoe veel kan je immers doen met zo’n vlakke premisse? Hoe ver kan je zo’n grapje uitrekken?

Ver genoeg, zo blijkt. Rays ding is namelijk niet zomaar een stukkie speelgoed; het is zo goed als zijn laatste hoop. In zijn tijd was hij alles wat iedereen wilde zijn: sportief, slim, populair. Vrouwen vielen voor zijn charmes en zijn onweerstaanbare lijf. Had het basketbal een quarterback gekend; hij was het geweest. Hij was de glansrijke sterspeler van de ploeg die hij nu traint en kreeg zelfs een sportbeurs om te gaan studeren. Maar wat ooit glansde, is nu mat geworden: hij heeft een middelmatig baantje en zijn eens zo legendarische basketbalploeg wint onder zijn management geen enkele match meer. Sinds zijn vrouw Jessica (Anne Heche) er met een rijke dermatoloog vandoor ging, woont hij in een houten buitenverblijf aan het meer, dat hij van zijn ouders erfde. Wanneer dat (overigens in een geweldige scène) in vlammen opgaat – des te pijnlijker omdat hij, uiteraard, niet verzekerd is – komt hij in nauwe schoentjes te staan. Zijn tweeling, Darby (Sianoa Smit-McPhee) en Damon (Charlie Saxton), pubert en vraagt bijgevolg alles behalve minder zakgeld. Bovendien hangt er hem en zijn collega’s nog eens een ontslagronde boven het hoofd ook. Wat doet een échte man dan? Juist. Hij gaat een potje neuken. Nu ja, Ray deed nog iets anders ook hoor, maar uiteindelijk is het wel de seks die hem doet inzien dat zijn gereedschap hem meer dan enkel genot zou kunnen brengen.

Tegen die achtergrond wordt meteen duidelijk dat Hung meer is dan de punchline van een uitgesponnen grap. Ray is het slachtoffer van slechte economische tijden. Tijden waarin hypotheken en een krimpende arbeidsmarkt gestaag aan de welvaart van de middenstand knabbelen. Conventionele maatregelen volstaan niet meer om het hoofd boven water te houden en zo staat Ray symbool voor miljoenen Amerikanen die door de recessie getroffen zijn.

Sterk is ook dat Hung niet in een emotioneel vacuüm plaatsvindt. Vrouwen plezieren mag dan al een makkie zijn voor Ray, dat betekent niet dat hij steeds als een macho komt binnentreden in de hotelkamer waar de klandizie als lijdend voorwerp in lingerie klaar ligt om bevredigd te worden. Zeker aan het begin van het eerste seizoen heeft Ray nogal wat moeite om effectief tot de daad over te gaan. Als het niet aan hemzelf ligt, dan wel aan de klant die op het laatste moment door twijfel getroffen wordt. Dat maakt Hung naast mooi ook realistisch, wat zeker nodig is, maar het zorgt toch ook voor een zekere aanstellerij-frustratie; willen maar niet durven, zoiets. Niet dat de serie zelfs maar een tikje preuts te noemen is hoor; borsten, f-woorden en neukbeurten worden in vol ornaat kijkerswege gestuurd – thank God for cable TV.

Toch hangt Hung niet helemaal lekker. De grootste problemen lijken in het script te zitten. Het mist vaart, waardoor de serie zich maar met veel moeite kan loswerken van haar initiële premisse. En dan is de voice-over eigenlijk een te gemakkelijke oplossing om het dieperliggende thema van de recessie aan te snijden. Het helpt ook niet dat de schrijvers de ontelbare mogelijke verhaallijnen die de diverse personages toelaten, niet voldoende uitspitten. Het verhaal lijkt daardoor steeds veel te snel op hetzelfde punt terug te komen: ‘Happiness Consultants’ dat niet van de grond komt. Ook het acteerwerk, met name dat van Thomas Jane zelf, is niet helemaal wat het moet zijn. Het innemende, charmante dat een gigolo toch moet hebben, is in Ray niet geloofwaardig genoeg aanwezig. Het zijn ongeïnteresseerde blikken die we zien, koele glimlachen. De fotografie, die bijwijlen grandioos is, maakt wat goed, maar voor de rest lijdt ‘Hung’ aan een schromelijk gebrek aan ambitie. Goede graadmeter daarvoor zijn de grapjes over seks en grote piemels, die soms grappig genoeg zijn om je een glimlach te ontlokken, maar even vaak flauw en bovendien te talrijk. Bovenal is de serie bij momenten beschamend voorspelbaar, met als dubieuze climax de laatste aflevering van het eerste seizoen.

Ondanks dat alles blijft het geheel echter net voldoende overeind – althans tot en met het derde seizoen, waarna HBO besliste de serie toch stop te zetten. Dat Hung het alsnog zo lang trok, heeft misschien net te maken met die vlakke premisse, die uiteindelijk een heerlijke middelvinger naar het establishment is en blijft. ‘Ik zit me hier dood te werken op een shitty job voor een shitty loon, terwijl jullie daar met jullie fancy clothes in jullie fancy lofts ongestraft het geld van ons hardwerkende middenklassers afromen en ons laten verkommeren?’ Well fuck you. Literally.

E-mailadres Afdrukken
 
Hung
USA / 2009 - 2011
Creators: Colette Burson; Dmitry Lipkin
Met: Thomas Jane; Jane Adams; Charlie Saxton; Anne Heche
Duur: 30 min.


Uit ons archief
Banner

TEST