Banner

Game of Thrones, Seizoen 1

9.0
Raf Nkotea - 21 september 2012

Nog nooit van Game of Thrones gehoord? Ofwel hebt u de voorbije twee jaar onder een steen geleefd, ofwel bent u selectief doof voor alles wat met fantasy te maken heeft, want dit was huge. Het komt sowieso al niet vaak voor dat er in onze contreien een hype voet aan de grond krijgt rond een tv-serie die de oceaan nog moet oversteken, maar dat er van bij de Amerikaanse finale van het eerste seizoen al reikhalzend wordt uitgekeken naar de première in eigen land, is wel bijzonder zeldzaam.

Game of Thrones fixte dat wel. Misschien heeft de fervente fanbase van George R. R. Martins romanreeks A Song of Ice and Fire, waarop de serie gebaseerd is, daar een hand in. En de naam HBO zal er waarschijnlijk ook niet vreemd aan zijn. Dat de serie echter niet enkel door fantasy-fetisjisten maar ook door het ordinaire klootjesvolk zó enthousiast onthaald zou worden, had wel echt niemand verwacht. Behalve showrunners D. B. Weiss en David Benioff misschien. Want al toen de heren voor de eerste keer bij Martin aanklopten met de vraag of ze zijn boeken tot een tv-serie mochten kneden, drukten ze hem op het hart dat ze mikten op een nog breder publiek dan hij met zijn boeken had beoogd. En of dat gelukt is, want de belangrijkste reden waarom Game of Thrones zo gretig aftrek vindt bij zwartfrakken en kostuumvesten alike is... dat het geen fantasy is. Of toch geen fantasy as we know it. Afspraken worden gretig aan laarzen gelapt, regels omgebogen, conventies gebroken. Maar laat ons eerst het verhaal vertellen. Bent u klaar?

Met een kleine knipoog naar de Rozenoorlogen, die de Engelse adel in de tweede helft van de 15de eeuw teisterden, is het uitgangspunt van Game of Thrones een opvolgingsoorlog tussen de verschillende dynastieën van Westeros. Dat is een continent dat uit zeven koninkrijken bestaat en dat samen met het oostelijke continent Essos (en het zuidelijk Sothoryos) een fictieve wereld vormt. De dynastieën van Westeros staan op voet van oorlog nadat: na een jarenlange heerschappij van het dragon-blooded Huis Targaryen, wordt Aerys Targaryen, bijgenaamd de Mad King, tijdens een opstand afgezet. Wanneer de serie begint, is het Robert Baratheon van het Huis Baratheon die op de begeerde Iron Throne zit en vanuit de hoofdstad King’s Landing over Westeros heerst. Naast de machtige Huizen Targaryen en Baratheon zijn er nog het steenrijke Huis Lannister, de eervolle Starks en een rist minder belangrijke Huizen, met name Tully, Greyjoy, Tyrell en Arryn. Er zijn een heleboel ingewikkelde lijnen te trekken die de Huizen met elkaar verbinden – dat ruikt naar epiek! – maar die veel te talrijk en complex zijn om hier op te sommen.

Van al die honderden personages volgt de camera er enkele van naderbij. Robert Baratheon (Mark Addy) hoort daar vreemd genoeg niet helemaal bij. Het Huis Stark, en dan vooral Eddard (Sean Bean), vrouwlief Catelyn (Michelle Fairley) en zoontje Bran (Isaac Hempstead-Wright), Eddards buitenechtelijke zoon Jon Snow (Kit Harington), krijgen veel meer te doen. En ook het Huis Lannister met tweeling Cersei (Lena Headey) en Jaime (Nikolaj Coster-Waldau) en outsider Tyrion (Peter Dinklage) eist veel aandacht op. Letterlijk en figuurlijk aan de andere kant van het spectrum, maar minstens even belangrijk, staan Viserys (Harry Lloyd) en Danaerys (Emilia Clarke) Targaryen, die sinds de omverwerping van de heerschappij van hun vader Aerys als ballingen in Essos leven. Viserys wil dat zijn zus zich in de Dothraki, een gevreesde nomadenstam van Essos, trouwt om zich met hun hulp een weg terug naar Westeros te knokken.

Dat volstaat hopelijk als back- (en gedeeltelijk ook front-) story. Of misschien nog één belangrijk detail (zeker met de naam van de eerste aflevering ‘Winter is Coming’ indachtig): in de wereld van ‘Game of Thrones’ kunnen seizoenen jaren duren. Aan het begin van de serie lijkt de bevolking te voelen dat de zomer, die enkele decennia heeft beslagen, tegen zijn einde loopt en men vreest het ergste... Cool om daarmee te beginnen, want op die manier komt de hele serie onder een soort wrange tijdsdruk te staan; in het barre Noorden van Westeros staat immers een hoge muur, the Wall, die dat barre Noorden scheidt van de rest van het continent en waarover voortdurend de immanente dreiging van een aanstormende, niets ontziende winter loert.

Na dann. U hebt het ondertussen zelf gemerkt: afgezien van het epitheton dragon-blooded is er zo goed als niets aan het hierboven beschrevene dat per se fantasy doet vermoeden. Behalve de namen misschien. En inderdaad; dit is een wereld die misschien ooit mythisch, legendarisch en episch tegelijk was, maar waar alle magie letterlijk is uitgestorven. Drie gefossiliseerde drakeneieren zijn alles wat er nog van overblijft. Dat verval wordt ook doorgetrokken op menselijk vlak. De ‘eervolle’ Starks, zoals we hen daarnet nog noemden, zijn gedoemd tot het achterlijke Winterfell omdat er in deze wereld, waar heldenmoed en eergevoel hopeloos achterhaald zijn, nauwelijks nog plaats is voor hen. Macht- en andere geilheid zijn de nieuwe zonden, intrige, wreedheid en brutaliteit de middelen om die te botvieren.

Niet dat daarom vroeger alles beter was; zo eenvoudig werkt het nu eenmaal niet. Van hang naar een geromantiseerd verleden kunnen we auteur noch showrunners betichten. Meer dan eens worden verzuchtingen over de good old days met klem weerlegt. (“Which days exactly? The ones where half of Westeros fought the other half and millions died? Or before that, when the Mad King slaughtered women and babies because the voices in his head told him they deserved it? Or way before that, when dragons burned whole cities to the ground!”)

Zo is Game of Thrones een welhaast perfect product van zijn tv-tijd: een moeilijke, trage kwaliteitsserie met verschillende complexe verhaallijnen waarin plot en personages bijna zonder uitzondering heerlijk grijs zijn: niet zwart óf wit, niet goed óf slecht, niet sterk óf zwak. Zoals de tv-kijker het vandaag de dag wil. Het is de verdienste van de schrijvers dat ze de complexiteit van de romans en de dualiteit van de personages zo bevattelijk op het scherm hebben gekregen. Mindere goden hadden er beslist een onoverzichtelijk boeltje van gemaakt.

Er zijn nog legio redenen waarom Game of Thrones boven het maaiveld uitsteekt. De bijzonder sterke dialogen bijvoorbeeld. Of de prachtige locaties. De voornamelijk Britse klassecast (dwergacteur Peter Dinklage won in 2011 terecht de Emmy voor Outstanding Supporting Actor voor zijn waanzinnig straffe vertolking van Tyrion Lannister). Of het feit dat de tradities van fantasy niet enkel genegeerd, maar soms zelfs op hun kop gezet worden (wie dacht dat Tyrion Lannister zijn kleine gestalte te danken heeft aan eventuele roots bij één of ander oerdegelijk dwergenras komt bedrogen uit: hij is een doodgewone edelman met dwerggroei).

Dat zijn de redenen waarom Game of Thrones de lof krijgt die het verdient. Niet de fanbase van A Song of Ice and Fire. Niet HBO. Nee; een good old steengoed script met intrigerende personages en verhaallijnen die de aandacht vasthouden. En dan zijn magie en al die andere fantasytierlantijntjes gewoon kei-bijkomstig. Daar, we hebben het gezegd.

Oh, en: The Lord of the Rings. Een recensie schrijven van Game of Thrones zonder het ultieme fantasy-epos te vermelden is volgens sommigen wel écht not done. Dus hierbij.

E-mailadres Afdrukken
 
Game of Thrones, Seizoen 1
USA / 2011
Creators: David Benioff; D.B. Weiss
Met: Lena Heady; Peter Dinklage; Maisie Williams; Sean Bean; Iani Glen
Duur: 60 min.


Uit ons archief
Banner

TEST