Banner

Howl

8.0
Dennis Van Dessel - 02 september 2011

Onverfilmbare boeken bestaan niet. Af en toe wordt er wel over gesproken, wanneer er een roman uitkomt die niet afhankelijk is van plot of dialogen, maar zelfs die worden vroeg of laat, zij het met wisselend succes, aan pellicule toevertrouwd. 'De Naam van de Roos'. 'Elementaire Deeltjes'. 'Het Parfum.' Goed of slecht, ze zijn verfilmd. Maar dat is allemaal proza, en hoezeer de schrijvers ervan ook wilden weerstaan aan een filmisch of lineair karakter, uiteindelijk bleef het allemaal te herleiden tot een basisplot, die als startpunt kon dienen voor een film. Poëzie daarentegen, dat is al iets anders. Biopics van dichters hebben we al wel gehad - 'Sylvia' is het meest voor de hand liggende voorbeeld, een ietwat pathetische portrettering van Sylvia Plath waarmee Gwyneth Paltrow zonder veel succes lonkte naar een tweede Oscar - maar verfilmingen van gedichten? Begin er maar eens aan. 'Howl', geregisseerd door Rob Epstein en Jeffrey Friedman, is wellicht de beste poging tot nu toe. Het is een eigenaardig, eindeloos fascinerend amalgaam van documentaire, biopic en literaire interpretatie, samengebundeld in een enkele film. Of de prent volledig succesvol is in wat hij probeert te bereiken, staat open voor discussie, maar het is sowieso een opwindende, stimulerende, gepassioneerde prent. En hey, wanneer een film passie heeft, is het niet moeilijk om hem bepaalde tekortkomingen te vergeven.

In 1955 schreef Allen Ginsberg, één van de leden van de beat generation, het epische gedicht 'Howl', dat in grote lijnen ging over de desillusie van de post-WO II-generatie, en over Ginsbergs eigen ervaringen als een homoseksueel in een tijd toen dat nog illegaal was in alle Amerikaanse staten. Los van zijn literaire waarde, stond het werk vol met stoute woorden - wat dacht u van zinssneden als "who let themselves be fucked in the ass by saintly motorcyclists, and screamed with joy"? - wat er toe leidde dat er in 1957 een proces werd aangespannen in San Francisco tegen de uitgever ervan, Lawrence Ferlinghetti, wegens vermeende "obsceniteit". Dat proces werd destijds gezien als een mijlpaal in het conflict tussen artistieke vrijheid en de heersende moraliteit. De uitspraak ervan zou aangeven in welke mate Amerikaanse kunstenaars het recht hadden om te choqueren, om de goegemeente uit te dagen.

Dat verhaal wordt in de film vorm gegeven via drie verschillende narratieve lijnen. Enerzijds is er simpelweg het verhaal van het proces tegen Ferlinghetti, waarin we zien hoe zowel de aanklager (David Strathairn) als de advocaat voor de verdediging (Jon Hamm) literatuurexperts aan het woord laten om de artistieke waarde van 'Howl' te bediscussiëren. De futiliteit daarvan wordt al snel duidelijk: je kan een gedicht goed of slecht vinden, maar neemt dat ook maar iets weg van het recht van de dichter om het te schrijven en te publiceren? Wie beslist wat choquerend is en wat niet? Het hele proces wordt gevoerd op de basis van termen die onmogelijk objectief te bepalen zijn, zodat het na een tijdje weinig meer wordt dan een intellectueel steekspel, waarin niemand ooit kan hopen definitief zijn gelijk te bewijzen. Als de aanklager zegt dat hij het gedicht "bullshit" vindt, dan is dat zijn goed recht. Maar daarom moet het nog niet verboden worden.

Een tweede lijn is een terugblik op het verleden van Allen Ginsberg zelf. We zien James Franco in een uitstekende rol als de dichter, die in een interview vertelt over zijn schrijfproces, en over zijn verleden, voor zover dat relevant is voor 'Howl'. In zwart-wit flashback-segmenten zien we zijn relatie met roemruchte figuren als Neal Cassady en Jack Kerouac, naargelang Ginsberg de details daarover uit de doeken doet in dat interview. En het derde spoor van de film leidt ons pas écht tot het hart van de zaak: we horen Franco het gedicht 'Howl' reciteren, terwijl we op het scherm een animatie zien, gebaseerd op de tekst. Drie verhaallijnen, drie filmstijlen: kleur voor het proces, zwart-wit voor de biografische segmenten en animatie voor het gedicht.

Dat alles is eigenlijk weinig meer dan een zorgvuldig geconstrueerde, bijna academische analyse van een poëtisch werk, via het medium film. Wie ooit een paper heeft moeten schrijven (of lezen) over een literair werk, zal de aanpak herkennen: je schetst de biografie van de auteur en je legt verbanden tussen het leven van de schrijver en zijn werk (de flashbacks). Je doet aan close reading van de tekst (de animatiesegmenten). En tenslotte situeer je het literaire werk in zijn historische context (het proces). Dat is wat Epstein en Friedman hier doen. Ze willen geen dramatische, biografische film maken, maar wel het gedicht 'Howl' doorgronden, door het vanuit die drie standpunten te benaderen.

Levert dat alles een succesvolle film op? Best wel. De animatiescènes doen sporadisch denken aan die uit 'Pink Floyd's The Wall', in de zin dat ze een quasi-ongrijpbare tekst illustreren met opvallende, expressionistische beelden. Die aanpak is boeiend en levert een aantal schitterende beelden op, hoewel ze inherent ook grote beperkingen heeft. Zoals één van de getuigen op het proces zegt: "Je kan poëzie niet vertalen naar proza, daarom is het ook poëzie." Net zo kan je poëzie niet vertalen naar beelden, zonder iets te verliezen. De regisseurs pinnen in die segmenten het gedicht als het ware vast op één interpretatie, één visualisering - dat is onvermijdelijk, maar ergens ook jammer.

De processcènes zijn conventioneler, maar bezorgen de film wel zijn drijfkracht. De makers gaan niet voor opgeblazen dramatiek: geen huilende getuigenissen, geen advocaten die tegen elkaar beginnen schreeuwen, geen pompeuze monologen. Dit is een zakelijke, bijna bureaucratisch aandoende gelegenheid - op de één of andere manier komt dat realistischer over dan de gebruikelijke courtroom drama-clichés. Solide acteerprestaties van Strathairn, Hamm en Bob Balaban als de rechter, geven een stevige ruggengraat aan de film. Maar het is, onvermijdelijk, James Franco die met de prent gaat lopen. Zijn interviewscènes lijken bedrieglijk eenvoudig, maar komen uiteindelijk neer op lange monologen, die volstrekt overtuigend, naturalistisch gespeeld worden. Wie overigens archiefbeelden van de echte Allen Ginsberg bekijkt, zal merken dat hij zich de stem en de fysieke maniertjes knap eigen heeft gemaakt.

Wie Ginsberg wil leren kennen als mens, zal misschien bedrogen uitkomen - de biografische info wordt beperkt tot hetgeen relevant is om het gedicht 'Howl' te begrijpen. Dit is zeer nadrukkelijk niet 'Walk the Line' of 'Sylvia', maar wel een knap gestructureerd filmexperiment, een poging om literaire analyse en narratief drama met elkaar te verzoenen. En dat alles is niet eens zo zwaarwichtig als je zou denken: 'Howl' bevat humor, hij is meeslepend en levert, vooropgesteld dat het onderwerp je op z'n minst een beetje interesseert, een interessant tijdsbeeld van conservatief Amerika anno 1955. Nee, hij is niet perfect. Maar een meer perfecte versie van deze film zou misschien minder boeiend zijn geweest.

E-mailadres Afdrukken
 
Howl
USA / 2010
Met: James Franco; David Strathairn; Jon Hamm; Bob Balaban; Jeff Daniels
Duur: 84 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST