Banner

Harry Potter and the Half-Blood Prince

7.0
Dennis Van Dessel - 18 juli 2009




Je zou denken dat nu het laatste boek in de 'Harry Potter'-reeks al drie jaar geleden is verschenen en iedereen, na lang drummen in de rij aan de Fnac om middernacht, definitief weet hoe het is afgelopen met Harry, Ron, Hermione en de dozijnen andere personages, de interesse in de resterende films net dat tikkeltje zou zijn afgenomen. 'Harry Potter' was één van de ultieme succesverhalen van het Tony Blair-tijdperk, maar let's face it, het verhaal is verteld en andere jeugdfranchises staan al te dringen om het over te nemen - 'Twilight' solliciteert zo openlijk naar de status van "volgende Harry Potter" dat je er bijna misselijk van wordt (al kan dat ook iets met het kapsel van Robert Pattinson te maken hebben). Maar niks ervan: 'Harry Potter and the Half-Blood Prince' is alweer records aan het verbreken aan de box office en werd door de gebruikers van imdb alweer de top 250 ingestemd (niet dat dat zo'n prestatie is). Zo zie je maar: eens een succesvolle reeks een trouw publiek weet op te bouwen, blijft dat publiek ook plakken tot het einde.

Met al dat heb ik de reeks altijd kunnen waarderen als een soort guilty pleasure. De boeken wisten me, ondanks mezelf, toch mee te slepen en hoewel ik eigenlijk beter had moeten weten, was ik ook één van de eersten om elk volgend deel te gaan kopen. Misschien ligt het eraan dat J.K. Rowling van haar tovenaarswereld een herkenbare parodie van de onze weet te maken. 'Harry Potter' is even kleurrijk als 'Lord of the Rings', maar het neemt zichzelf goddank veel minder serieus, en het gaat tenminste over emoties die de lezer/kijker ook kent (verliefdheid, mensen verliezen die je nabij staan, angst voor iets dat je te doen staat, geconfronteerd worden met racisme enzovoort). De non-believers zullen in dit laat stadium niet meer van gedachten veranderen en altijd blijven klagen dat het enerzijds te lang duurt maar dat er anderzijds niet genoeg uitleg wordt gegeven om alles te kunnen volgen. Dat er enerzijds te veel actie in zit, en anderzijds te veel romantische verwikkelingen tussen de kinderen. Ach ja - we zitten ondertussen aan deel 6 van een zevendelige reeks (hoewel het zevende boek verdeeld zal worden over twee films). Da's tijd genoeg om te weten of je de reeks al dan niet kunt pruimen. Gedraag je overeenkomstig. Voor wie dat wél kan, is 'The Half-Blood Prince' één van de betere delen. Ik ga me niet aan een rangschikking wagen, maar hij zou ergens bovenaan staan.

Boze tovenaar Lord Voldemort is terug, en nu mag de hele tovenaarsgemeenschap het weten. Samen met zijn Death Eaters terroriseert hij zowel zijn eigen wereld als die van ons met moorden en aanslagen, allemaal in de hoop definitief de macht te kunnen grijpen en een raciale zuivering te kunnen uitvoeren onder de tovenaars. Lucius Malfoy wordt met een geheime opdracht van Voldemort terug naar Hogwarts gestuurd, terwijl Harry door heel wat mensen gezien wordt als de chosen one, die voorbestemd is om de slechterik tegen te houden. Terwijl de dreiging groter wordt, beseffen Harry en zijn vrienden blijkbaar dat ze onderhand al 16 zijn en dat het hoog tijd wordt om eens grondig seksueel te ontwaken: Hermione is verliefd op Ron, Ron is te dom om het te merken en Harry zelf ontwikkelt zich tot een lid van de meest verachtelijke mensensoort op aarde: iemand die de zus van zijn beste maat binnendoet. De hond.

Eén van de mooie dingen aan de 'Harry Potter'-reeks is dat je een blik krijgt op een wereld die uit meer bestaat dan alleen maar de plot. De overkoepelende intrige rond de terugkeer van Lord Voldemort bezorgt de reeks z'n drive, maar daar binnenin zie je hoe de personages moeten blokken voor hun examens, onderlinge ruzies hebben, verliefd op elkaar worden en ga zo maar door. Je kunt dat soap noemen, maar goed, dan is het leven ook maar een soap. Nadat hij afwezig was voor het wat al te gejaagde en oppervlakkige 'Order of the Phoenix', is vaste scenarist Steve Kloves terug om dit deel te pennen, en het verschil is merkbaar. Kloves kent de personages en heeft hier geen schrik om ongeveer anderhalf uur van zijn 150 minuten speelduur te wijden aan de romantische verhaallijnen - hij geeft zijn personages ruimte om te ademen en om gewoon even puber te zijn. Er zit betrekkelijk weinig actie in de film: het opent spectaculair en uiteraard is er de finale, die opvallend duister en deprimerend durft te zijn. Maar in de tussentijd krijgen we lange sequensen waarin de drie hoofdpersonages simpelweg geile zestienjarigen mogen zijn, voor wie tongen draaien een pas ontdekt nieuw levensdoel is. Wie heeft er zin om naar dergelijke banale puberperikelen te kijken, vragen kritikasters zich af. Wel... pubers, om te beginnen. Zelfs iedereen die dat stadium al wel even ontgroeid is, zou hier en daar een prik van herkenning moeten voelen. Zoals Dumbledore het zegt: "Ah, to be young again and feel love's keen sting." Die aanpak legt de nadruk in dit deel duidelijk op de personages, meer dan op de plot, wat in de laatste twee afleveringen ongetwijfeld nog zal renderen. Waar de meeste blockbusters zich haasten om toch maar zo snel mogelijk van de ene explosie naar de andere te hollen, nemen Kloves en regisseur David Yates hun tijd om de emoties van de personages mee te geven - set up, heet zoiets dan, een kunst die bijna verloren leek in de moderne blockbuster, die teert op oneindige pay off.

Het helpt dat Daniel Radcliffe, Emma Watson en Rupert Grint gaandeweg net iets beter zijn gaan acteren. Je mag niet vergeten dat die drie samen zijn opgegroeid op de 'Harry Potter'-sets: ze kennen elkaar echt goed, en dat is te merken in hun interactie op het scherm. Misschien voor het eerst in de reeks gedragen ze zich onderling als drie vrienden - ze geven elkaar vriendschappelijke meppen en raken elkaar aan: hun lichaamstaal is die van mensen die zich oprecht op hun gemak voelen bij elkaar. En hoewel Radcliffe, Watson en Grint nog niet bepaald een ontzagwekkende diepgang aan hun rollen kunnen geven, doen ze je wel geloven in die band die ze met elkaar hebben. De bijrollen blijven echter de show stelen: Alan Rickman krijgt ditmaal meer te doen als Severus Snape, en zijn ironische vertolking (nóg trager spreken, Alan!) blijft een genot om naar te kijken. Jim Broadbent is de belangrijkste nieuwkomer en weet zijn personage opvallend sterk te grondvesten in de realiteit. Maggie Smith en Robbie Coltrane worden dan weer gedegradeerd tot cameo's, wat een jammer gevolg is van de inkortingen in het script.

De climax, in een lugubere grot vol bizarre zombieachtige wezens, flitst helaas wat al te snel voorbij, zodat liefhebbers van de betere tovenaarsactie misschien op hun honger blijven zitten. En natuurlijk zullen de Potter-puristen wel weer klagen dat er veel te veel uit het boek verwijderd werd (er wordt niet eens omstandig uitgelegd wat een beozar is!). Maar iedereen die van de reeks kan genieten zonder er zijn perspectief op te verliezen (het is een fantasyreeks, mensen, lighten up), zal hier een visueel interessante, sfeervolle en emotioneel verrassend oprechte film zien.

E-mailadres Afdrukken
 
Harry Potter and the Half-Blood Prince

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST