Banner

Happy-Go-Lucky

6.0
Barbara Van Ransbeeck - 27 augustus 2008





Regie en scenario : Mike Leigh
Met : Sally Hawkins, Alexis Zegerman, Andrea Riseborough, Samuel Roukin, Sarah Niles


Zet je spontaan je egelstekels uit wanneer Gène Bervoets weer eens in een aria van vakantiekriebels uitbarst of voel je de moordneigingen tussen je slapen kloppen wanneer Peter Van de Veire met zijn heliumhumeur weer eens veel te enthousiast je ochtend inleidt? Wie overgevoelig is voor ontembare vrolijkheid, dekt bij 'Happy-Go-Lucky' best oren, neus en ogen af, want hoofdpersonage Poppy is niet zomaar het zonnetje, nee, met haar haal je meteen een heel zonnestelsel in huis. Ze is een eersteklas spring in't veld die zich niet verstopt voor haar 'flipside' en alle vrolijke gedachten die er in haar opkomen er gewoon uitflapt. Zoveel blijdschap, hebben we het hier écht wel over een film van Mike Leigh, de man die doorgaans de lichten pas dooft wanneer zijn hoofdpersonages tot verdrietpoelen zijn wedergekeerd? Wie na 'All or Nothing' of 'Vera Drake' gezworen had om nooit meer met een kiemende depressie van een Mike Leighfilm thuis te komen, zal inderdaad ogen trekken en mag nu op zijn stappen terug komen: we hadden het bij 'Secrets and Lies' al lichtjes in de mot dat er een humorist in Leigh verscholen ging, maar met 'Happy-Go-Lucky' gaat hij voor het eerst voluit plat op de buik: een hartveroverend grappige film, bij uitstek de feelgoodfilm van het jaar!

De dertigjarige Poppy (een fantastische Sally Hawkins), steeds van top tot laarzen versierd in regenboogoutfits, sieraden en schattige kettinkjes in de vorm van kersen en ander fruitigs, staat bekend om haar brede, gulle lach. Nooit een ochtendhumeur, altijd een complimentje klaar en wanneer haar fiets gestolen wordt, heeft ze alleen spijt dat ze geen afscheid heeft kunnen nemen. Ze hokt al tien jaar samen in een appartement in Londen met haar beste vriendin Zoe (Alexis Zegerman) en geeft met het nodige aanstekelijke enthousiasme les aan haar klasje kinderen in de lagere school. Niets dat het vroege vogeltje kan doen stoppen met zingen. Zelfs wanneer ze rijlessen krijgt van de meest engdenkende rij-instructeur ooit, flamencodanslessen volgt waarbij ze de woede uit zichzelf moet halen (alsof ze die heeft) of haar rug laat kraken, ze blijft onder alle omstandigheden lachen, flirten en verschrikkelijk flauwe grapjes en ijsbrekers maken ('You're 30. Don't you ever want a baby? No thanks, I just had a kebab!'). Maar zelfs het grootste springkonijn heeft haar grenzen natuurlijk… of weet ze zelf nog niet zo goed waar die liggen?

Een echt vet gespijsd verhaal is er niet, 'Happy-Go-Lucky' is eerder een schets van enkele weken uit het leven van Poppy. Toch krijgen we meer diepgang dan een 'Poppy, the sitcom'-opbouw zou doen geloven. Het voordeel van een sober verhaal zonder dat er op geforceerde wijze een te overwinnen obstakel wordt bijgesleept (Poppy's leven gaat gewoon zijn gangetje), is dat we genoeg kans krijgen om de personages, die hier prachtig uitgewerkt zijn, te leren kennen en er gewoon van te genieten. In feite pakt Leigh deze film op dezelfde manier aan als zijn voorgaande tragische films (zelfs het viooldeuntje is terug, hetzij iets opgewekter), alleen dissecteert hij nu gewoon het leven van een heel positief ingesteld personage dat aan de dingen nu eenmaal minder zwaar tilt (Poppy had in hetzelfde leven ook een depri-chick of een Bridget Jones kunnen zijn). "Wat ik doe in Happy-Go-Lucky, net zo goed als in mijn andere films, is een realistische kijk bieden op het leven." Door Poppy gade te slaan in haar omgang met de mensen uit haar omgeving en de manier waarop iedereen verschillend met haar licht-manische vreugde omgaat, krijgen we ruimschoots de tijd om een volwaardig en volledig beeld van haar te maken (om te besluiten dat ze gewoon van iédereen denkt dat de zonneschijn uit zijn poep komt).

De film moet het volledig hebben van zijn interactie tussen de personages en die is zeer naturel en geloofwaardig. Je voelt dat er lang aan de dialogen gewerkt is, dat ze geperfectioneerd zijn tijdens improvisatiesessies tot ze volledig klopten, tot ze natuurlijk uit de monden van de personages rolden. Zo is het is een plezier om te zien hoe Poppy zonder een spatje zenuwen op date gaat met een collega (en een gesprek tussen haar twee ogen voert, heerlijk), op bezoek gaat bij haar zus en de sfeer erin probeert te houden of gewoon tsjilpend vogelmaskers maakt met de kinderen in haar klas.

De interessantste confrontatie is natuurlijk die tussen Poppy en haar tegenpool in alle opzichten: Scott, de mensgeworden Gargamel. Haar rij-instructeur loopt met reuzegrote oogkleppen door het leven: hij is homofoob, controlefreak (En-ra-ha!), racist, cynicus tot in de kist en zit met een toren vol issues die hij op andere mensen uitwerkt. In Scott ligt meteen ook de sociale kritiek van de hele film samengebald. Een mildere vorm dan in Leighs voorgaande films, die op een subtielere manier in het personage van de moppersmurfende rij-instructeur de film ingeloodst wordt. De scènes met hem zijn het meest intense van heel de film, grappig en tragisch tegelijk. Hun ontmoeting is een mooie weergave van hoe goed en slecht botsen en elkaar steeds opheffen. Onze heldin ondergaat de ultieme test of ze wel sterk genoeg in haar schoenen staat en haar roze bril fier ophoudt. Is het wel fysiek mogelijk om in alle omstandigheden vriendelijk te blijven? Een vraag die in een andere scène op iets minder geslaagde wijze wordt aangekaart: wanneer Poppy op een avond bij een nonsens brabbelende zwerver belandt, lijkt het of we niet meer in dezelfde film zitten. De sfeer is veel grimmiger en sluit niet mooi aan bij de rest van de film. Achteraf blijkt het wel een erg cruciale scène: het toont hoever Poppy's openheid wel niet gaat, zo ver dat ze zichzelf ongewild in gevaar brengt.

Optimisme kan riskant zijn, maar om humor in een film te brengen, is er alvast geen dankbaarder personage dan Poppy: soms doet ze wat onnozel, maar ze is altijd ontwapend. Sally Hawkins, die voor haar rol de Gouden Beer won in Berlijn, doet het fantastisch: ze valt nooit uit haar rol, het lijkt of ze zelf zo in het leven staat en rijgt de mopjes aan elkaar met haar nonchalante lichaamstaal. Poppy zal zeker de geschiedenis ingaan als onvergetelijk personage (er zullen er stiekem wel hopen op een sitcom), het prototype van de 'Happy-Go-Lucky'. Ze doet op een vlotte, natuurlijke manier alles zo positief lijken, alsof het leven één grote trampolinesprongsessie is, dat je helemaal niet gaat ergeren en er zich zelfs geen cynisch binnensmonds gewauwel in je kaken opstapelt. Je gaat er enkel van beseffen dat je stiekem toch liever ook wat meer luchtiger op en neer verend door het leven zou gaan. Een bescheiden en onderhoudende komedie, die 'Happy-Go-Lucky', maar in de eerste plaats een mooie ode aan de springkonijnen in de wereld, die toch veel te vaak tussen de dondere en bliksemende blikken in moeten laveren.

E-mailadres Afdrukken