Banner

Red Beard

10.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




185 min. / Japan / 1965

Akira Kurosawa was 55 jaar oud toen 'Red Beard' in de zalen kwam - nu niet echt wat je noemt "stokoud", maar toch voelt deze film al aan als een soort van conclusie. Een laatste woord over ideeën waar hij eerder al over had gesproken. In 1948 maakte hij 'Drunken Angel', de film die het begin van zijn onafhankelijke carrière inluidde, en waarin hij lichamelijke ziekte gebruikte als een metafoor voor emotionele en morele verrotting. Nu, zeventien jaar later, keert hij terug naar datzelfde thema, maar dan wel met een andere invalshoek. In 'Drunken Angel' werd de ondergang van het aan TBC lijdende hoofdpersonage specifiek geplaatst in de context van de Japanse samenleving van die tijd (het postoorlogse Japan zat economisch en mentaal geheel aan de grond, wat vertegenwoordigd werd door de ziekte van Toshiro Mifune in die film). Hier, daarentegen, wil Kurosawa geen sociologische dimensie aan z'n verhaal geven. Fysieke ziekte is nog steeds een symbool voor wat er inwendig plaatsvindt - maar dan in élke mens, los van maatschappij, economie of oorlog. De zieken in 'Red Beard' zijn geen metafoor voor de Japanner anno 1948, vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar wel voor de mens zoals hij nu is en zoals hij altijd al geweest is. We zijn altijd al, elk op onze eigen manieren, ziek geweest, en we zullen het misschien altijd blijven.

Het verhaal is doodsimpel: Yuzo Kayama speelt dokter Yasumoto, een jonge, arrogante arts die net de Nederlandse geneeskunde is gaan bestuderen in Nagasaki. Wanneer hij daarvan terugkeert, brengt hij op instructies van zijn vader een bezoekje aan de pattelandskliniek van dokter 'Red Beard' Niide (Toshiro Mifune). Yasumoto is niet erg onder de indruk: zelf is hij voorbestemd voor een luxeleventje als lijfarts van een rijke heer, en hier verzorgen ze de armen, die niet eens kunnen betalen voor bewezen diensten. Het spreekt vanzelf dat Yasumoto niet echt springt van blijdschap wanneer blijkt dat Red Beard hem in zijn kliniek wilt houden. Naar afspraak met Yasumoto's vader is blijkbaar besloten dat de jonge, arrogante kerel een job in de kliniek best kan gebruiken en willen of niet, Yasumoto moet zich plooien naar de regels van het huis. Gaandeweg leert hij natuurlijk het regime van Red Beard waarderen en ziet hij in wat het echt betekent om een arts te zijn, dat spreekt voor zich.

'Red Beard' past duidelijk in een inhoudelijke tendens in Kurosawa's oeuvre: niet alleen was er eerder al 'Drunken Angel', maar ook in 'Ikiru' stond de metafoor van ziekte-voor-innerlijk-verval centraal. Wat nieuw is, is de existentiële visie van de regisseur: de zieken hier zijn geen slachtoffers van een economische of historische malaise, en zoals het hoofdpersonage van 'Ikiru' werden ze ook niet vermangeld door de raders van het ongevoelige zakenwereldje. Nee, sommige mensen (de meesten zelfs) staan gewoon ziek in het leven, door verloren liefdes, familievetes of aangeboren karaktergebreken. Kurosawa is nauwelijks geïnteresseerd in het tonen van medische procedures - slechts éénmaal krijgen we een operatie te zien, en dan is het enkel om het effect daarvan op Yasumoto te tonen: hij valt flauw. Voor het overige zijn de dokters hier voornamelijk getuigen, die hun patiënten bijstaan terwijl ze hun eigen strijd met de dood en hun verleden uitvechten. Dààr gaat het over: hoe ziek sta je in je leven en hoe ga je daarmee om?

Als film betekende 'Red Beard' het einde van een tijdperk voor Kurosawa: hij had sinds '48 zowat elk jaar een film gemaakt. Van nu af aan zouden er tussenpozen van vijf jaar tussen zijn projecten komen te liggen. Het was zijn laatste film in zwart-wit, zijn laatste in breedbeeld, en vooral: zijn laatste met Toshiro Mifune. De opnamen van 'Red Beard' sleepten twee jaar aan dankzij Kurosawa's maniakale oog voor detail en omdat Mifune continu met zijn al dan niet rood getinte baard moest rondlopen, kon hij nauwelijks ander werk aannemen. De relatie tussen de twee mannen kwam erg onder druk te staan en toen Mifune kort na 'Red Beard' een hoofdrol aanvaardde in 'Shogun', werd de wrok tussen beiden te groot om ooit nog helemaal te overbruggen. Kurosawa was ooit van nabij betrokken bij de planning van 'Shogun', maar werd uiteindelijk opzij gezet. Dat uitgerekend zijn fetisjacteur erin zou meespelen, kwam dan ook hard aan. Zowel de carrière van Kurosawa als die van Mifune zou nooit nog dezelfde toppen scheren. Kurosawa's latere films werden somberder, trager, negatiever, hoewel ze nog steeds vlagen van briljante cinema lieten zien. De grootmeester die zo graag in het leven en in de goedheid van de mensen wou geloven, was diep teleurgesteld.

Maar voor zover 'Red Beard' al een afscheid is, is het er dan toch één in stijl. Kurosawa weet twee dingen erg goed te doen hier: het omgaan met emotie en het omgaan met zijsporen in zijn verhaal. In wezen is het verhaal van 'Red Beard' er één dat smeekt om te mogen ontaarden in een melodramatische draak. Een ziekenhuis, een mentor-pupil relatie, langzaam wegkwijnende patiënten... Maak hier een Amerikaanse remake van en voor je het weet duikt Meryl Streep ergens op. Maar Kurosawa zet (met de mogelijke uitzondering van een sterfscène op het einde) nergens een stap verkeerd. Hij lijkt nooit openlijk op de traanklieren te mikken, maar brengt zelfs zijn meest tragische scènes op een elegante manier in beeld, die het publiek toelaat om zélf zijn conclusies te trekken over de emoties die er plaatsvinden.

Wat de zijsporen betreft, slaagt de regisseur erin om meer dan een half uur lang zijn voornaamste verhaallijn te verlaten, om te luisteren naar verhaal van een stervende man die de beenderen van zijn grote liefde in z'n tuin begraven heeft. Een half uur spenderen aan een nevenpersonage zou dodelijk zijn in vrijwel elke andere film, maar hier werkt het, omdat het eigenlijk helemaal geen nevenspoor is. 'Red Beard' draait rond de transformatie van Yasumoto, en die veranderingen vinden plaats via zijn omgang met de patiënten. Door dat verhaal zeer duidelijk te structureren binnen de emotionele reis die Yasumoto ondergaat, blijft het allemaal relevant en krijgen we nooit het gevoel dat we plots naar een andere film zitten te kijken.

'Red Beard' duurt drie uur, maar slaagt erin om steeds boeiend te blijven. Hier en daar zit wel eens een scène die een valse noot slaat (een vechtscène lijkt eerder uit 'Yojimbo' weggelopen dan dat ze hier iets te zoeken heeft), maar de focus en timing van Kurosawa waren zelden sterker. Uiteindelijk trekt de filmmaker de hoopvolle conclusie dat mensen kùnnen veranderen, dat ze de capaciteit tot het goede in zich hebben. Dat zieken kunnen genezen. Een conclusie waar hij later nog (gedeeltelijk) op zou terugkomen, maar die hier wel een magnifieke, humane prent heeft opgeleverd.

E-mailadres Afdrukken
 
Red Beard
Japan / 1965
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Masato Ide; Ryuzo Kikushima; Akira Kurosawa; Hideo Oguni
Met: Toshiro Mifune; Yuzo Kayama; Tsutomu Yamazaki
Duur: 185 min.


Uit ons archief
Banner

TEST