Banner

The Lower Depths

10.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




1957 was een druk jaartje voor sensei Akira Kurosawa. Zijn 'Macbeth'-bewerking 'Throne of Blood' was nog maar nét in de zalen gekomen of hij begon alweer aan een andere toneelbewerking, die nog voor het einde van dat jaar in roulatie zou gaan: 'The Lower Depths', gebaseerd op het stuk van Maxim Gorki. Die bewonderenswaardige ijver van Kurosawa heeft natuurlijk alles te maken met zijn strenge werkethiek en zijn liefde voor de cinema, maar ook een klein beetje met het feit dat hij een contract had lopen bij de studio Toho dat hij zo snel mogelijk wou afwerken, zodat hij daarna zijn onafhankelijkheid kon opeisen. 't Is niet omdat je toevallig een grootmeester van de film bent, dat je niet graag geld verdient, tenslotte. Kurosawa's twee projecten van dat jaar vallen financieel overigens netjes onder te brengen bij zijn grootste successen en zijn grootste flops: 'Throne of Blood' is één van de klassiekers geworden waar mensen de regisseur al snel mee identificeren (en terecht), terwijl 'The Lower Depths' ietwat de vergetelheid insukkelde (niet terecht). En dat is jammer, want het is wel één van z'n beste films.

We volgen een tiental mensen die zelfs niet meer aan de marge van de maatschappij leven, maar al lang geleden buiten die marge zijn gevallen. Een drankverslaafde acteur, een gokker die altijd verliest, een prostituée, een pottenmaker met een terminaal zieke vrouw, een dief, een samoerai die in oneer is gevallen en nog enkele anderen wonen samen in een vervallen, smerig krot ergens op de bodem van een afgrond. Boven die afgrond bevindt zich een Boeddhistisch klooster, en het eerste shot van de film toont ons hoe de monniken hun vuilnis naar beneden gooien, op het dak van het krot waarin de marginalen leven.

Dit zijn mensen zonder geld, status, familie of vrienden, mensen die eigenlijk niks meer hebben om nog op te hopen. De hele dag hangen ze rond in dat krot - ze praten, lachen en drinken, en dreigen daarbij nooit iets te ondernemen om uit hun miserie te raken. De dief Sutekichi (Toshiro Mifune), heeft een flirt gehad met huisbazin Osugi (Isuzu Yamada), maar is eigenlijk smoorverliefd op haar zuster Okayo (Kyoko Kagawa). Wanneer Osugi het plan opvat om de huisbaas te vermoorden, zodat ze nog lang en gelukkig kan verderleven met Sutekichi, dreigt de situatie in het krot fataal uit de hand te lopen.

Waar Kurosawa datzelfde jaar behoorlijk wat vrijheden nam met 'Macbeth' om er 'Throne of Blood' van te maken, blijft hij opvallend trouw aan de opzet, de personages en zelfs aan de dialogen van Gorki in 'The Lower Depths'. Hij verplaatst de actie wel naar het negentiende eeuwse Japan, maar behoudt verder de kern van het sociaal-realistische toneelstuk. Centraal staat een thema dat de regisseur nog vaak zou aansnijden: het conflict tussen realiteit en illusie, tussen droom en werkelijkheid. De sukkelaars waar het hier over gaat, zitten letterlijk en figuurlijk in het diepste dal waar je maar kunt verzeilen, de laagste diepten waar de titel over spreekt, maar bijna allemaal hebben ze wel dromen om zich aan vast te houden. De acteur pint zijn hoop vast aan een behandeling tegen drankzucht waar hij ooit van heeft gehoord, het hoertje droomt van een ware liefde, de dief loopt achter Okayo aan en ga zo maar door. Kurosawa neemt een dubbelzinnige houding aan tegenover die illusies: enerzijds zijn ze alles wat de personages hebben en zou het dus misdadig zijn om ze dat af te pakken. Maar anderzijds werken die dromen ook verlammend, omdat ze de marginalen ervan weerhouden om effectief iets te ondernemen. Zolang je droomt, kom je immers niet in beweging.

Er worden twee personages gebruikt om de beide extremen pro en contra het leven in illusies te vertegenwoordigen. De gokker is de enige die geen dromen lijkt nodig te hebben: wanneer de andere personages zich verliezen in hun ideaalbeelden, is hij er altijd om die te doorprikken met de harde werkelijkheid. Hij zet zich af tegen het idee dat het leven ooit beter kan worden, onder het motto: het leven is een hel, en we kunnen dat maar beter aanvaarden. Daar tegenover staat de figuur van een Boeddhistische priester die tijdelijk z'n intrek neemt in het krot. Hij observeert de mensen en vanuit een al dan niet misplaatste goedheid begint hij de illusies van de anderen te versterken. Hij zegt tegen de stervende vrouw dat het paradijs op haar wacht, hij stelt de prostituée gerust dat ze haar man echt wel kan krijgen als ze maar hard genoeg probeert, en hij zegt de acteur dat hij zonder problemen behandeld kan worden voor z'n drankzucht. Ergens tussen die extremen van rationalisme en optimisme moet de mens die niks heeft proberen om z'n leven te leiden.

Da's een boeiende thematiek, die door Kurosawa in een interessante stilistische vorm wordt gegoten. 'The Lower Depths' was toneel, en dat blijft het ook. De hele film speelt zich af op één set: het krot en het pleintje daarbuiten. De regisseur filmde de meeste shots met twee camera's, zodat hij heelder scènes in één keer kon laten uitspelen door de acteurs, en daarna kon monteren tussen die twee hoeken. Sommige shots hier duren vijf minuten of langer, en geven ons echt de indruk dat we naar een toneelstuk aan het kijken zijn.

Kurosawa staat ervoor bekend dat hij tijdens de latere periode van z'n carrière, vanaf de jaren zeventig, steeds meer een statische camera gebruikte, met enorm lange shots, maar hier zie je dat de kiem van die statische stijl al lang op voorhand aanwezig was. Camerabewegingen zijn relatief zeldzaam en altijd zeer beperkt wanneer ze dan toch plaatsvinden. Als de lens hier beweegt, dan mag je zeker zijn dat er een goede reden voor is. De acteurs bewegen zich door het kader, net zoals ze zich over het toneel zouden bewegen zonder dat ons perspectief ervan verandert. Kurosawa filmt, zoals altijd, in deep focus, waardoor zowel voor- als achtergrond scherp in beeld zijn. Gekoppeld aan de statische camera wil dat zeggen dat we als kijker zélf moeten beslissen naar wie we kijken. Onze blik wordt niet specifiek geleid door de camera: we krijgen de scène, zorgvuldig gechoreografeerd door Kurosawa, en we moeten zelf maar weten hoe we onze ogen richten. Automatisch zou je dan kijken naar de persoon die spreekt, maar ook hier speelt de regisseur een slim spelletje met z'n publiek: het sprekende personages is immers niet altijd te zien. Vaak is het personage dat luistert en reageert veel prominenter aanwezig. Kort gezegd: Kurosawa laat je werken voor z'n film. Hij construeert prachtig uitgewerkte set pieces, met kadreringen om duimen en vingers bij af te likken... Maar daarna laat hij je zelf de rest doen, en waar je naar kijkt binnen dat kader is helemaal jouw zaak.

De acteurs, bijna allemaal leden van Kurosawa's vaste cast, waaronder uiteraard Toshiro Mifune en Isuzu Yamada (die Mifune's kwaadaardige echtgenote speelde in 'Throne of Blood'), zijn perfect op elkaar ingespeeld. 'The Lower Depths' is één van Kurosawa's weinige ensemblefilms, en de acteerprestaties harmoniëren op een prachtige manier, die de emoties van het stuk echt voelbaar maken. Natuurlijk is het acteerwerk in een Japanse film van die periode altijd enigszins gestileerd, maar eens je de wereld van 'The Lower Depths' (en bij uitbreiding van de cinema van Kurosawa) aanvaardt, zie je dat er hier ontzettend knappe dingen worden gedaan.

'The Lower Depths' is één van Kurosawa's absolute meesterwerken: inhoudelijk veelgelaagd, stilistisch nagenoeg perfect en, wat nog het belangrijkste is, ook emotioneel meeslepend. Het is dus door dit soort van films dat ze Kurosawa een grootmeester zijn gaan noemen.

E-mailadres Afdrukken
 
The Lower Depths
Japan / 1957
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa; Hideo Oguni
Met: Toshiro Mifune; Isuzu Yamada; Kyoko Kagawa; Kamatari Fujiwara
Duur: 125 min.


Uit ons archief
Banner

TEST