Banner

I Live in Fear

6.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




98 min. / Japan / 1955

In het midden van de jaren vijftig begon Akira Kurosawa zich stilaan te profileren als een succesvol regisseur van historische films. 'Rashomon' en vooral 'Seven Samurai' hadden het erg goed gedaan. Kort daarop zou 'Throne of Blood' volgen en daarna het immens populaire 'The Hidden Fortress'. Het publiek had z'n weg gevonden en Kurosawa werd door hen steeds meer in het vakje van samoerairegisseur gedwongen - wat hij niet noodzakelijk erg vond, anders zou hij er niet zoveel zijn blijven maken. Maar het werkte wel beperkend. Het gevolg daarvan was onder andere dat wanneer hij meer eigentijdse drama's probeerde te maken, zoals deze 'I Live in Fear', hij vaak moeite had om een publiek te vinden. Dit sombere, van een prangende post-nucleaire angst doortrokken familiedrama werd één van Kurosawa's grootste commerciële flops. Nu heeft dat op zichzelf niet zoveel te betekenen - zeker niet als je de film vijftig jaar na dato bekijkt - maar wat erger is, is dat de prent ook op artistiek gebied hier en daar wat steken laat vallen. 'I Live in Fear' is altijd interessant en bevat heel wat boeiende ideeën, maar hij is ook één van de weinige Kurosawa's die niet echt weten te overtuigen.

Toshiro Mifune speelt Kiichi Nakajima, een zeventigjarige fabrieksbaas die geobsedeerd is door het idee van een atoomoorlog. Dag en nacht maakt hij zich zorgen over het onvermijdelijke bombardement dat Japan te verduren zal krijgen, en dus besluit hij om met zijn hele familie te verkassen naar Brazilië, één van de weinige landen waar je schijnbaar veilig bent voor atoombommen. Zijn vrouw en kinderen zien die verhuis echter niet zitten, en omdat hun oude vader op z'n eentje de fabriek en al het geld bezit, besluiten ze naar de vrederechter te stappen om hem onbekwaam te laten verklaren. Die vrederechter wordt geadviseerd door dokter Harada (Takashi Shimura), een tandarts die bijklust als raadgever. Harada fungeert als het geweten van de film, die zowel de kinderen begrijpt als de paranoïde oude man, die steeds meer geïsoleerd raakt in zijn panische angsten.

Kurosawa maakte 'I Live in Fear' in 1955, net toen de koude oorlog stilaan goed op gang begon te komen. De Amerikanen maakten druk propaganda over het Rode Gevaar, er werden regelmatig atoomproeven uitgevoerd en in Japan was het nog maar tien jaar geleden sinds Hiroshima en Nagasaki. Een gevoelig onderwerp dus, dat automatisch voor een zeker onbehagen moet hebben gezorgd. Datzelfde jaar verscheen overigens 'Godzilla' in de Japanse zalen, een prent die werd geïnspireerd door dezelfde nucleaire paranoia. Maar waar ze in 'Godzilla' de Zeitgeist probeerden te vatten via een science fiction sprookje, kijkt Kurosawa de sluimerende angsten van de Japanners recht in de ogen. Hij geeft er een naam aan, speelt geen spelletjes, en levert een realistische weergave die qua stijl vaak doet denken aan het Italiaanse neorealisme.

Dokter Harada zegt op een bepaald moment letterlijk dat de angsten van Nakajima eigenlijk die van het hele Japanse volk zijn. Nucleaire dreiging was nu eenmaal realiteit, het was perfect mogelijk dat er elk ogenblik een atoomoorlog kon uitbreken. En dat leidt Kurosawa tot de intrigerende centrale vraag van zijn film: wie is er gekker? Nakajima, die dat gevaar extreem acuut aanvoelt en simpelweg niet meer in staat is om zijn leven verder te zetten? Of alle anderen, die er bewust voor kiezen om niet over het probleem na te denken en het allemaal van zich af zetten? We weten wat het meest rationele is - je kunt nu eenmaal niet in constante angst leven, anders word je gek - maar het is niet omdat iets niet rationeel is, dat het daarom onbegrijpelijk of zelfs onjuist is.

Op een ander niveau bekeken fungeert 'I Live in Fear' ook als een metafoor voor het stervensproces. De angst voor een atoomoorlog is eigenlijk angst voor de dood. De meeste mensen denken zelden over de dood na, en als ze het doen, dan doen ze dat oppervlakkig, zonder de gedachte echt toe te laten. Nakajima daarentegen, is helemaal doordrongen van die verlammende gedachte: "ik ga sterven", en hij probeert, in paniek, dat feit te ontvluchten. In die zin zet de film enkele thema's verder die ook al in 'Ikiru' zaten, hoewel die film veel milder was en het idee uitdroeg dat het mogelijk is om vrede te vinden met jezelf en sereen te sterven. In 'I Live in Fear', stevig verankerd in het nucleaire tijdperk als de film is, is een dergelijke sereniteit onmogelijk, en blijft er enkel het roemloos strijdend ten onder gaan over.

Het conflict tussen Nakajima en zijn kinderen is uiteraard een zoveelste generatieconflict, zoals het oeuvre van Kurosawa er al wel wat had gehad. Vooral in 'Ikiru' zag je heel duidelijk het falen van de vader tegenover zijn zoon, met als gevolg dat die zoon als volwassene niet veel meer van zijn vader moet weten. Hier gebeurt er iets gelijkaardigs: we voelen sympathie, of toch minstens medelijden, voor die razende vader, maar we begrijpen de kinderen veel beter. Hoe zou je tenslotte zelf reageren als je vader ineens naar Brazilië wil gaan lopen voor de atoombommen? Dat de pogingen om vader uit z'n zetel als bedrijfsleider te wippen al gauw ontaarden in een ordinair gegrabbel naar zijn geld, was wellicht onvermijdelijk en één van de meest geloofwaardige aspecten van de film. Zowel vader als kinderen zijn niet onsympathiek, maar wel corrupt, zoals we dat allemaal zijn. De kinderen zijn hebberig, de vader was in vroegere jaren schijnbaar tiranniek en heeft nog een rits onwettig nageslacht rondlopen.

Dat alles wordt in een film gestopt die continu de nadruk legt op de hitte van het zomerse Tokio: de personages lopen de hele tijd rond met waaiers, ventilatoren ondernemen hopeloze pogingen om de lucht te verfrissen en af en toe steekt er een warmteonweer op. Dit is een kleverige, hete film die eindigt met een opmerkelijk shot waarin de hoofdpersonages naar de zon kijken - zelden een filmbeeld gezien waarin je zo goed merkte dat de zon eigenlijk gewoon een gigantische vuurbol is.

Dat zit allemaal wel goed, en voor de fans is 'I Live in Fear' zeker en vast gefundenes Fressen, maar toch klikt de film niet helemaal soepel in elkaar. Enerzijds gaat de thematiek soms in de weg staan van het dramatische verhaal: we krijgen scènes en dialogen die wat al te nadrukkelijk geënsceneerd lijken, enkel en alleen om inhoudelijke punten te kunnen maken. Zowat elke scène waarin dokter Harada naar huis gaat en verslag uitbrengt over de zaak aan zijn zoon, heeft daaronder te leiden. De bedoeling van die scènes is enkel om de gedachten van Harada expliciet te maken, niét om het verhaal vooruit te helpen.

En verder is er Toshiro Mifune, die op z'n 35ste een man moest spelen die dubbel zo oud was als hij. Hij werd voorzien van verrassend geloofwaardige make-up, loopt voorover gebogen en ziet er pijnlijk mager uit, maar hij lijkt hier eerder een karikatuur van een oude vent te spelen dàn een echte oude man. In 'Ikiru' speelde Takashi Shimura ook een man die behoorlijk wat ouder was, maar Shimura, die als acteur altijd meer diepgang had dan Mifune de grote entertainer, wist ook de menselijkheid van die oudere figuur te vinden. Mifune blijft hier een beetje aan de oppervlakte krabbelen, waarschijnlijk omdat hij zich op zijn leeftijd doodgewoon nog niet kon voorstellen wat het was om een radeloze oude man te zijn. Niet zijn schuld, maar wel een miscasting.

'I Live in Fear' is en blijft een boeiende film, daar niet van, maar hij is net iets teveel verhandeling en net iets te weinig drama. Als tijdsdocument en als vergeten werk van een groot regisseur kun je z'n waarde echter onmogelijk ontkennen.

E-mailadres Afdrukken
 
I Live in Fear
Japan / 1955
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Shinobu Hashimoto; Hideo Oguni
Met: Toshiro Mifune; Takashi Shimura; Minoru Chiaki
Duur: 98 min.


Uit ons archief
Banner

TEST