Banner

Ikiru

9.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




Akira Kurosawa heeft dertig films gemaakt in zijn leven, maar het waren er drie die zijn hele carrière gedefinieerd hebben. Drie films, bijna back-to-back gemaakt aan het begin van de jaren vijftig, die hem populair maakten bij een internationaal publiek en die voorgoed beschouwd zouden worden als drie van zijn beste en belangrijkste films. In 1950 was er het structureel en narratologisch vernieuwende 'Rashomon', in 1954 zijn ultieme samoerai-epos 'Seven Samurai' en daar tussenin, in 1952, 'Ikiru', zijn gevoelige registratie van de laatste dagen van een stervende man. Deze serie van drie voltreffers werd enkel onderbroken door 'The Idiot' in 1951, één van Kurosawa's grootste missers, maar in die mate is de tijd dan toch goed geweest voor de regisseur - 'The Idiot' is onderhand vrijwel volledig vergeten, wat overblijft zijn de triomfen die hij scoorde. 'Ikiru' wordt vooral herinnerd als een film waarin Kurosawa erin slaagde om een verhaaltje te vertellen dat uit eender welk sentimenteel stationsromannetje had kunnen komen, en er via de stijl, structuur en onderliggende thema's toch veel méér van te maken dan dat.

Takashi Shimura (na Toshiro Mifune wellicht Kurosawa's belangrijkste terugkerende acteur) speelt Kanji Watanabe, een functionaris voor openbare werken die te weten komt dat hij aan maagkanker lijdt. Hoewel zijn arts hem probeert te overtuigen dat het maar een lichte maagzweer is ("probeert niets te pikants te eten"), weet Watanabe dat hij nog maar enkele maanden te leven heeft, en van de weeromstuit begint hij enkele harde conclusies te trekken over zijn leven. Zijn job bestaat enkel uit het afstempelen van papieren, waarmee hij de verantwoordelijkheid over de dossiers continu overdraagt aan anderen - hij doet eigenlijk niets en bereikt niet veel, buiten dan dat de stapel papieren waarachter hij gebogen zit aan het einde van de dag van z'n bureau verdwijnt. Thuis woont hij samen met zijn zoon en schoondochter, die hem beiden beu zijn en niet liever willen dan samen verhuizen naar een moderne woning. Watanabe realiseert zich dat zijn leven leeg is - wanneer hij sterft is er niemand die hem echt zal missen en niets dat hij zal achterlaten. Na enkele depressieve omzwervingen door het nachtleven besluit hij om, voor hij het hoekje omgaat, dan toch één ding te realiseren: hij wil een stel moeders helpen om van een ziektenverspreidend moeras een speelplein voor hun kinderen te maken.

Dat klinkt als de plot van de eerste de beste melodramatische draak, maar Kurosawa vermijdt de gebruikelijke sentimentele valkuilen van het genre. De belangrijkste stap die hij onderneemt, is dat hij de ziekte van Watanabe als een louter individueel gegeven behandelt. In een Amerikaanse film zou er eindeloos over zijn kanker gesproken worden: het hoofdpersonage zou zich naar zijn vrienden en al dan niet vervreemde familie richten en proberen om met hen in het reine te komen. Maar Watanabe niet: hij vertelt nauwelijks iemand dat hij ziek is - zijn zoon, schoondochter en collega's hebben geen idee waarom hij zich plots zo vreemd gedraagt en kunnen er ook niet naar raden. Watanabe wil enkel voor zichzelf de bevestiging dat zijn leven de moeite waard was - de zingeving waar hij naar op zoek is, is zuiver individueel, ze staat niet in het teken van zijn omgeving. Dat houdt in dat er geen melige monologen komen, geen grootse dramatische confrontaties, maar enkel de innerlijke pijn van de hoofdfiguur - een personage dat zwijgt, voor zich uitstaart en stilletjes afziet.

Takashi Shimura's vertolking is daarbij van het grootste belang: hij loopt continu een beetje voorover gebogen, alsof hij altijd gebukt gaat onder het gewicht van zijn ziekte. Hij spreekt zachtjes en aarzelend, maakt zinnen niet af, raakt niet uit zijn woorden. Hij lijkt zichzelf continu te verontschuldigen voor zijn eigen aanwezigheid. Kurosawa en Shimura hengelen nooit openlijk naar onze sympathie - we moeten maar om Watanabe geven omdat hij toevallig een mens is. Zwak, kortzichtig, bang en ziek, maar wél een mens. Enkele prachtig georchestreerde scènes geven ons een glimp in z'n emoties en die moeten dan dienen als toegangspunt voor het publiek. De mooiste daarvan is er één waarin Watanabe een danszaal bezoekt en aan de pianist vraagt om een deuntje van vroeger te spelen. De tekst gaat: "Het leven is kort / Word dus verliefd, lief meisje / Terwijl je lippen nog rood zijn / En voor je koud wordt / Want er zal geen morgen zijn." Watanabe begint zachtjes mee te zingen, en de andere klanten vallen helemaal stil terwijl ze naar hem kijken: een man die rock bottom heeft bereikt, maar daar misschien de middelen tot zijn emotionele redding vindt.

De structuur van 'Ikiru' is radicaal: Kurosawa verdeelt zijn film netjes in twee delen: een eerste waarin we Watanabe volgen tot op het punt waarop hij beslist om het speelpark te bouwen, en dan een tweede dat zich vijf maanden later afspeelt. Watanabe is dood en zijn familie en collega's proberen zijn karakter te doorgronden tijdens zijn wake. Ze zijn er nog steeds niet zeker van of Watanabe wist dat hij ging sterven - waarom heeft hij dan niets gezegd? En waarom was het park dan ineens zo belangrijk? In dit laatste segment krijgen we verschillende percepties te zien op een leven dat we in het eerste deel van dichtbij te zien hebben gekregen. De vraag is dan of het mogelijk is om lessen te trekken uit andermans leven zonder zelf dergelijke ingrijpende dingen mee te hebben gemaakt. Kurosawa lijkt niet helemaal overtuigd te zijn dat dat kan, hoewel het einde ambigu is. Zijn de overige bureaucraten, hoezeer ze Watanabe's lot ook doorgronden en betreuren, niet gedoemd om toch terug te verdwijnen achter hun berg papier? Of kunnen ze er toch iets van leren?

Kurosawa plaatst dat alles in de context van een veranderend Japan, dat kort na de Tweede Wereldoorlog volop verwesterde - die tegenstelling wordt sterk uitgespeeld in de relatie tussen Watanabe en zijn kinderen, die naar Engelse liedjes luisteren en in een "modern huis" willen wonen, en in de verstikkende bureaucratie waar hij deel van uitmaakt. Vanuit die bureaucratie zal uiteindelijk de harteloze corporate culture groeien waar Kurosawa nog dikwijls tegen te keer zou gaan ('The Bad Sleep Well', 'High and Low'). Watanabe behoort letterlijk tot een uitstervend ras en zijn inzet voor het speelplein kan dan ook gezien worden als een laatste daad van rebellie tegen de moderne tijd die hem langzaam maar zeker aan het vermoorden is.

'Ikiru' bevat wondermooie scènes (de sterfscène van Watanabe in zijn speelplein is ronduit magisch), heeft een veelgelaagd scenario en een centrale acteerprestatie die weinig minder dan verbluffend is. Maar tijdens het tweede deel kun je moeilijk ontkennen dat het tempo enigszins uit de film gaat en ook het gebruik van een afstandelijke vertelstem is niet helemaal succesvol, omdat het ons uit het verhaal haalt. Helemaal zonder gebreken is 'Ikiru' dus niet, maar het blijft een warm, diepmenselijk verhaal over een man die moet proberen om vrede te vinden met zichzelf en zijn leven.

E-mailadres Afdrukken
 
Ikiru
Japan / 1952
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Shinobu Hashimoto; Akira Kurosawa; Hideo Oguni
Met: Takashi Shimura; Miki Odagiri; Shinichi Himori; Nobuo Kaneko
Duur: 143 min.


Uit ons archief
Banner

TEST