Banner

Stray Dog

6.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




Een jonge politieagent met een geïrriteerde blik op z'n gezicht loopt door de vuile, vieze straten van de achterbuurten in een anonieme grootstad. Het is drukkend warm, iedereen loopt te zweten als een rund en in de lucht hangt een onweer klaar dat maar niet wil losbarsten. Het klinkt als een scène uit een Amerikaanse misdaadfilm van de jaren veertig of vijftig, en zo voelt het ook als je ernaar kijkt. 'Stray Dog', Akira Kurosawa's tweede project uit zijn onafhankelijke periode (na 'Drunken Angel') is één van zijn meest openlijk westerse films. De sfeer en stilistiek van de film noir domineren alles wat er gebeurt, en de Amerikaanse bezetting van Japan in die tijd ('Stray Dog' werd gemaakt in 1949), dient als een constant aanwezige achtergrond voor de gebeurtenissen. Kurosawa had het in zijn vroege periode wel vaker over die Amerikaanse invloeden op de Japanse samenleving: in 'Drunken Angel' waren ze subtiel aanwezig, in zijn latere film 'Scandal' zouden ze het hoofdthema van het verhaal worden. Hier neemt de regisseur de conventies van een ultiem Amerikaans genre over, en hij gebruikt dat genre vervolgens om een kritiek te leveren op de manier waarop Japan steeds meer verwesterde. Ja hoor, je vindt overal ironie, als je maar lang genoeg zoekt.

Toshiro Mifune speelt Murakami, een ex-soldaat die na de oorlog bij de politie is gegaan en nu net bevorderd is tot inspecteur bij Moordzaken. Op een dag wordt op een drukke tram zijn pistool gestolen, en Murakami weet met zichzelf geen blijf: zijn eergevoel heeft een fikse deuk gekregen, en eens blijkt dat zijn oversten niet van plan zijn om hem voor zo'n stommiteit te ontslaan, raakt hij bezeten door het idee de dief te vinden. Murakami waagt zich in het milieu van zakkenrollers, wapenhandelaars en moordenaars, en wordt daarbij geholpen door inspecteur Sato (Takashi Shimura), een oude rot die het wereldje maar al te goed kent. Gaandeweg wordt duidelijk dat iemand het pistool van Murakami heeft gebruikt om een moord te plegen, en zijn schuldgevoel neemt dan ook navenant toe: zeven kogels in het pistool, mogelijk zeven doden waarvoor Murakami onrechtstreeks verantwoordelijk is.

Dat idee van verantwoordelijkheid staat centraal in 'Stray Dog': als Murakami niet zo dom was geweest om zijn pistool te laten stelen, dan zou de moordenaar misschien helemaal niet aan een wapen zijn geraakt om mee te moorden. De mensen uit Murakami's omgeving - Sato, zijn chef, zijn andere collega's - vertellen hem keer op keer dat hij zo niet moet denken. Als de moordenaar Murakami's wapen niet had gehad, dan had hij wel een ander gevonden. Maar Murakami kan dat schuldbesef niet van zich afzetten. Aan het begin van de film zien we hoe hij op het politiebureau verslag komt uitbrengen van het verlies van zijn pistool: "Nederig vraag ik een straf," zegt hij. Zijn overste kijkt hem cynisch aan en zegt: "Doe niet zo pompeus, je bent hier niet meer in het leger." Maar Murakami zit nog altijd met die plechtstatige mentaliteit opgescheept, waarin concepten als verantwoordelijkheid, plichtsbewustheid, beloning en straf niet alleen nog waarde hebben, maar zelfs het hele dagelijkse leven bepalen. Naarmate de film vordert, leert hij van Sato dat dat een denkwijze is die uiteindelijk bitter weinig oplevert buiten frustratie. Iedereen is verantwoordelijk voor wat hij zelf doet, zo simpel is het.

Op een ander niveau is 'Stray Dog' één van de films die critici van Kurosawa vaak gebruiken om aan te tonen dat de regisseur een vrouwenhater was. Het spoor naar de moordenaar gaat inderdaad vrijwel uitsluitend via vrouwen: een zakkenroller, een heler van gestolen wapens, een cabaretmeisje enzovoort. Op elke halte van het onderzoek komen Murakami en Sato wel een vrouw met een twijfelachtige job tegen. Murakami kan niet met vrouwen om en vangt keer op keer bot, Sato - ouder en wijzer als hij is - praat de dames naar de mond en komt veel van hen te weten. Is dat een seksistisch vrouwbeeld? Niet meer dan wat je terugvindt in élke film noir met een femme fatale. De seksuele onzekerheid van Murakami speelt zeker een rol op de achtergrond, maar je moet al een héél fanatieke sufragette zijn om hier kwaad opzet achter te vermoeden.

En dan is er natuurlijk nog de Amerikaanse aanwezigheid: Engelstalige liedjes, shownummers, nachtclubs, gangsters in witte pakken en ga zo maar door, 'Stray Dog' heeft het allemaal. Criminelen vormen over het algemeen een bevolkingsgroep die heel snel mee is met nieuwe trends (kijk maar eens hoe snel ze een tiental jaar geleden manieren hadden gevonden om het internet uit te buiten) en destijds was dat niet anders. Het was cool om een Amerikaanse Japanner te zijn, Al Capone in 't klein, en iedereen die zichzelf wel eens ophield aan de schaduwzijde van de wet, was daar razendsnel mee weg. Kurosawa maakt er geen groot punt van, maar hij situeert z'n verhaal wel in een misdaadwereld die zichzelf sterk modelleert naar een Amerikaans voorbeeld. En uiteraard doet hij dat in een film die de conventies van een Amerikaans genre perfect opvolgt.

We krijgen een sfeervolle zwart-wit fotografie die vooral erg geslaagd is door de manier waarop de omgeving tot leven wordt gewekt. Kurosawa ging naar verluidt écht filmen in de mean streets van Tokio, wat een mooi gevoel van authenticiteit geeft, en de mise-en-scène, waarbij soms regelrecht tegen de zon in wordt gefilmd, maakt de warmte écht voelbaar. Let op een scène waarin Murakami en Sato op het dak van een gebouw staan en een dialoog voeren. Aan het einde daarvan kadreert Kurosawa zijn shot zodanig dat we de beide personages enkel onderaan het scherm zien - boven hen uit torent een met donkere onweerswolken samengepakte lucht. Maar het onweer wil maar niet komen en de warmte blijft duren - tot aan het einde van de film de storm eindelijk losbarst.

Dat zit allemaal dus prima, maar verhaaltechnisch kun je je niet van de indruk ontdoen dat Kurosawa nog steeds leergeld aan het betalen is. De personages zijn niet zo grondig uitgewerkt als die in zijn latere films (Mifune is de rechtschapen jonge hond die niet beter weet, Shimura de wijze oudere man) en Kurosawa heeft ook moeite om een goed tempo te vinden. Het eerste half uur, voordat Shimura ten tonele verschijnt, lijkt een beetje stuurloos. Let op een eindeloze, ruim vijf minuten durende montage waarin Murakami de achterbuurten afstruint op zoek naar zijn pistool. Vijf minuten, enkel gevuld met shots van een wandelende Mifune en mensen die op of over het randje van de criminaliteit zitten. In de latere tragedies van Kurosawa kun je dat gezapig tempo aanvaarden omdat het deel uitmaakt van de constructie van een film, maar als je een film noir gaat maken, dan is het wel belangrijk om de boel een beetje strak te houden. Bovendien komen de gelijkenissen tussen Murakami en de moordenaar ("we zaten allebei in het leger en ze hebben van ons allebei onze ransel gestolen!") nogal geforceerd over - een duidelijke constructie van de makers om toch maar parallellen tussen de goeie en de slechte te kunnen trekken.

Dat is iets dat regelmatig terugkeert bij de vroege Kurosawa: de man heeft z'n thematiek, hij heeft z'n talent, hij heeft zeker en vast visuele flair... Maar het verhaal, aangewend als middel om van thematiek naar afgewerkte film te raken, dat ontbreekt er nog een beetje aan. Vanaf 'Rashomon' zou dat helemaal goed zitten. 'Stray Dog' is een interessante, veelgelaagde, goed gemaakte film, maar mist nog de rijpheid die er later bij zou komen.

E-mailadres Afdrukken
 
Stray Dog
Japan / 1949
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Ryuzo Kikushima; Akira Kurosawa
Met: Toshiro Mifune; Takashi Shimura; Keiko Awaji; Eiko Miyoshi
Duur: 122 min.


Uit ons archief
Banner

TEST