Banner

Hawaii, Oslo

4.0
Dennis Van Dessel - 02 september 2005




'Hawaii, Oslo' is, zo weet onze goede vriend imdb te melden, de officiële Noorse inzending voor de Oscars van 2005 en wie de film ziet, zal zich daar geen seconde over verwonderen. Erik Poppe heeft hier immers een Drama met een hoofdletter D van gemaakt: een vijftal verhalen kronkelen door elkaar als parende slangen en bieden ons gaandeweg een blik op achtergelaten kinderen, baby's met hartafwijkingen, criminelen die hun leven maar niet kunnen beteren en licht mentaal gehandicapten die al meer dan tien jaar op een oud lief zitten te wachten. Geen depressie zo diep of ze wordt behandeld, geen trauma zo intens of ze komt aan bod. Ambitieus is het zeker, en voor een Amerikaanse filmprijs kun je met niks beter afkomen, maar er is een zeer groot talent voor nodig om zoveel gewichtig materiaal in één film te steken en er toch voor te zorgen dat de boel niet bezwijkt onder de last van al die miserie. Paul Thomas Anderson kon het, en Alejandro Gonzales Inarritu ook. Erik Poppe onderneemt een nobele poging, maar gaat, zoals het een ware Noorman betaamt, strijdend ten onder.

We beginnen met een ongeluk: een frenetiek rennende jongeman, Leon, wordt aangereden door een ambulance, waarin een man en vrouw zitten met hun pasgeboren zoontje. Onder de omstaanders bevinden zich twee jongetjes van een jaar of tien, hun moeder, een onbekende jonge vrouw, de broer van het slachtoffer, een politieagent en een verpleger uit de instelling waar Leon woont. Vanop dat punt gaan we terug in de tijd naar de vorige dag - het is drukkend heet in Oslo (ze zijn daar geen temperaturen van dertig graden gewend) en al die mensen die aanwezig waren bij het ongeluk, hebben zo hun eigen problemen. Wanneer het kind dat in de ambulance lag wordt geboren, blijkt het een ernstig hartprobleem te hebben en alleen een peperdure operatie kan zijn leven redden. De vader overweegt extreme maatregelen om aan het geld te raken. Ondertussen krijgt Trygve, die in de gevangenis zit na een gewapende overval, 12 uur verlof om de verjaardag van zijn broer Leon bij te wonen, die zelf in een instelling woont. Leon heeft jaren geleden met een vriendinnetje afgesproken dat als ze allebei nog single waren op hun 25ste, ze met elkaar zouden trouwen, en die dag is nu aangebroken. Die vriendin, Asa, is inderdaad onderweg naar Leon, maar haar handtas wordt gestolen door twee broertjes die na de dood van hun vader op de verkeerde weg zijn geraakt en met getrokken messen tegenover een maatschappij staan die hen uit elkaar wil rukken en in een pleeggezin plaatsen.

En dan zijn er ook nog de ambulancier, de moeder van de twee straatjongens en een resem andere nevenpersonages, die komen en gaan en allemaal met hun eigen miserie af te rekenen hebben. En hoe - 'Hawaii, Oslo' is een loodzwaar drama, waarin Poppe het probeert te hebben over een paar van de meest fundamentele vragen die mensen zich kunnen stellen in hun leven: waarom gebeuren de dingen zoals ze gebeuren? Wat kunnen we doen om ons lot in eigen handen te nemen? Is het willekeur, is het toeval, is het een mysterie, of bestaat er toch zoiets als een God die alles in de hand heeft? Goeie mensen overkomen slechte dingen, en omgekeerd, maar waarom? U ziet het: dit is een ambitieuze film.

Poppe gebruikt zijn personages in de eerste plaats als illustraties voor de thema's waar hij het over wil hebben, en het is in die benadering dat ook een ernstig probleem schuilt. Zoals alle ensemblefilms, waarin verschillende verhalen elkaar kruisen, werd ook deze weer vergeleken met Robert Altmans 'Short Cuts' en PT Andersons 'Magnolia', maar Altman probeerde zelfs niet om met overkoepelende thema's te werken die alle verhalen inhoudelijk aan elkaar konden linken. Hij liet de chaos en willekeur van het dagelijkse leven voor zich spreken. Anderson deed dat wél, maar hij is dan ook een regisseur die filmt vanuit een diepgeworteld humanisme - hij oordeelt niet over z'n personages, voelt met hen mee (wat nog iets anders is dan medelijden met hen te hebben), hij houdt van hen. Poppe pakt het nog anders aan: net zoals Anderson probeert hij z'n film te structureren rond bepaalde thema's, maar in tegenstelling tot de Amerikaan, bekijkt hij zijn personages met de distantie van een professor die een wetenschappelijke observatie doet. De enige verhaallijn waar echt openlijke emotie aan te pas komt, is die van de baby met hartproblemen - een scène waarin de vader naar het ziekenhuis komt na gefaalde pogingen om aan geld te geraken, is bijzonder sterk. Voor het overige lijkt Poppe bang te zijn om melodramatisch over te komen, en dus neemt hij afstand van z'n personages. Hij observeert hen en presenteert hen vervolgens op een manier die in zijn thematisch schema past. Hij beweegt zijn personages over en weer als stukken op een schaakbord en net zoals een spelletje schaak interessant kan zijn om te volgen, is het ook wel fascinerend om te zien hoe hij dat doet... Maar je voelt er niks bij. De briljante observaties van Altman blijven uit, net zoals de oprechte emoties van Anderson (of Inarritu in '21 Grams'). Zou Poppe deze film gemaakt hebben omdat hij het verhaal van deze mensen wilde vertellen, of gewoon omdat hij ook eens een mozaïekfilm wilde maken, net als die Amerikanen? 'Hawaii, Oslo' is een mechanische oefening in het structureren van een verhaal, iets dat een regisseur en scenarist samen uitdokteren, gewoon om te zien of ze de puzzel kunnen doen kloppen. Nuja, de puzzel klopt en alle respect daarvoor. Maar het plaatje dat je te zien krijgt, is maar weinig opzienbarend.

Aan de oppervlakte zit alles nog wel snor: Poppe hanteert een levendige fotografie en vervalt goddank niet in de gratuite camerazwierderij die de laatste jaren zo populair is geworden (Hoe weet je dat een film kunst is? Hoe erger de camera beeft en bibbert, hoe kunstzinniger hij is). Om de illusie van een gloeiend hete dag te wekken, besprenkelt hij z'n acteurs niet alleen met liters zweet, maar werkt hij ook met warme kleuren (veel rood en geel), om die dan, naar het einde van de film toe, te laten contrasteren met koeler blauw. Het effect is niet zo krachtig als in 'Any Way The Wind Blows', een film waarin de hitte je van het scherm in je gezicht sloeg, maar het werkt.

En ook de acteurs leveren degelijk werk, met speciale vermelding voor Robert Skjaerstad als ambulancier Viggo en Stig Henrik Hoff (vooral hij) als Frode, de vader van de ten dode opgeschreven baby. Die blik op zijn gezicht wanneer hij het slechte nieuws te horen krijgt!

'Hawaii, Oslo' is een goed gemaakte film, maar de prent is veel te duidelijk een constructie, een verhaal dat niet bestaat omwille van zichzelf of de personages, maar omwille van de makers ervan. Je voelt de regisseur en scenarist constant naar je knipogen - "Hebben we dat nu niet goed in elkaar gestoken, kijk eens hoe keurig het klikt." Jaja, dat wel, maar terwijl we op de (scenario)technische ingrepen zitten te letten, kijken we niét naar de personages, en we voelen al zeker niet met hen mee.
E-mailadres Afdrukken
 
Hawaii, Oslo
NO / 2004
Regie: Erik Poppe
Scenario: Harold Rosenlow Eeg
Met: Trond Espen Seim; Jan Gunnar Roise; Stig Henrik Hoff; Robert Skjaerstad
Duur: 125 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST