Banner

Yojimbo

8.0
Dennis Van Dessel - 08 juni 2005




De laatste momenten van 'Yojimbo' spreken boekdelen over de mentaliteit van de film: Toshiro Mifune als zwijgzame, heldhaftige samoerai Sanjuro, steekt z'n zwaard in het heft, knikt tevreden en zegt: 'Zo. Dit stadje zal vanaf nu rustig zijn.' Zowat alle huizen liggen in puin en er zijn - hoeveel? - een tweetal burgers over om van die rust te genieten, maar het zàl rustig zijn. 'Yojimbo' hangt aaneen van dit soort momenten - gortdroge, cynische humor, afgewisseld met plotse uitbarstingen van geweld, dat voor die tijd relatief expliciet was. Eén van de eerste shots toont een hond die over de verlaten hoofdstraat van het dorp loopt, met een mensenhand in z'n bek. Later zien we Sanjuro een paar gangsters te lijf gaan - een arm valt in het zand met het zwaard nog steeds in de hand geklemd. De samoerai loopt op de plaatselijke kistenmaker af en zegt: 'Ze gaan twee kisten nodig hebben. Misschien drie.' Die combinatie van actie en galgenhumor vormt nog steeds de basis voor elke actiekomedie die tegenwoordig uit Hollywood komt, hoewel de meeste films heel wat minder geraffineerd zijn in de mengeling van beide elementen.

Akira Kurosawa liet zich voor 'Yojimbo' inspireren door de westerns van John Ford, wat meteen duidelijk wordt uit de stilistiek van de film: zowat alle belangrijke scènes spelen zich af in de brede hoofdstraat, waar de beide bendes die het met elkaar uitvechten dreigend tegenover elkaar gaan staan en een onredelijk lange tijd naar elkaar staren vooraleer tot actie over te gaan. De wind blaast het zand op in fotogenieke wolkjes - het enige dat er nog aan ontbreekt, zijn de tumbleweeds. Een omroeper weet het te melden wanneer het middag is en neemt daarmee de functie op zich van de archetypische kerkklok in westernstadjes, die aan de cowboys laat weten wanneer het high noon is. Alle elementen zijn er, zij het dan aangepast aan de mythische versie van het 19de eeuwse Japan dat Kurosawa ons hier voorhoudt. Ironisch dan, dat 'Yojimbo' zelf een remake zou krijgen als western: 'A Fistful of Dollars' van Sergio Leone.

De plot begint wanneer Sanjuro in een onooglijk dorp terechtkomt waar twee gokbazen allebei de controle willen verwerven over de bars, prostitutie en kansspelen. Een meedogenloze machtsstrijd is het gevolg, hoewel een mens zich kan afvragen of het wel de moeite is - we krijgen nauwelijks vier of vijf personages te zien die niét bij één van de beide bendes behoren, dus waar die twee clans (de Seibeis en de Ushitora's) hun winst vandaan halen, is mij een raadsel. Sanjuro besluit de twee kampen tegen elkaar uit te spelen en stelt zichzelf ter beschikking als lijfwacht ("yojimbo") van de hoogste bieder. Zijn intrigantenwerk en zijn behendigheid met z'n zwaard zorgen ervoor dat hij op het einde opgelucht het strijdtoneel kan verlaten - de beide bendes hebben elkaar uitgemoord en wat er overblijft... Tja, wat er overblijft is niet veel. Er is eigenlijk helemaal geen dorp meer op het einde van de film, maar de smeulende restanten ervan zijn wél honderd procent bandietvrij.

'Yojimbo' is één van Kurosawa's meest toegankelijke films, voornamelijk omdat het een variant is op een westers genre en omdat de hele prent gedrenkt is in ironie: gangsterbaas Seibei krijgt mot van zijn tirannieke echtgenote. Sanjuro zelf laat zich door het stadje dragen, verborgen in een doodskist, en geeft ondertussen instructies: 'Zet me hier eens neer, ik wil even kijken hoe ze elkaar aan het uitmoorden zijn.' Wanneer de samoerai gewond aan de hut van de enige sympathieke dorpeling aanklopt, een herbergier genaamd Gonji, denkt deze dat hij op sterven ligt. 'Ik ga nog niet dood,' zegt Sanjuro. 'Ik moet eerst nog een hele hoop anderen afmaken.' Dàt is cool, en dat soort scènes ligt ook helemaal in de lijn van wat we in Amerikaanse films dikwijls te zien krijgen. Die laatste regel tekst had rechtstreeks uit een prent met Bruce Willis kunnen komen. De vervreemding die veel mensen nog steeds voelen wanneer ze een Japanse film zien (laat staan één in het zwart-wit, met samoerai en bandieten in de hoofdrollen), verdwijnt dan ook vrijwel meteen.

De regisseur filmt hier in cinemascope breebeeld, en maakt gretig gebruik van elke millimeter ruimte die dat beeldformaat hem biedt: Kurosawa filmt bij de confrontaties tussen de twee bendes regelmatig van bovenaf, zodat we de hoofdstraat in een wijd overzichtsshot te zien krijgen. De bendes bevinden zich aan de uiteindes van zowel de straat als het beeld en naderen elkaar voorzichtig, langzaam. Als je deze film nu in pan en scan zou zien, het procédé dat jarenlang werd gebruikt voor videoreleases, waarbij het beeld wordt verkleind om in een vierkant tv-scherm te passen, dan zou je niks zien behalve een lege straat, de beide bendes weggesneden aan de zijkanten. En dat soort ensceneringen zijn er nog: Kurosawa maakt er een sport van om de bendeleiders, Seibei en Ushitora, te laten praten met hun mannen, terwijl Sanjuro met een sluwe grijns toekijkt en luistert. De samoerai houdt zich op de achtergrond, bevindt zich aan de randen van het scherm, terwijl de bandietenbendes hun eigen ondergang teweegbrengen. Door het brede beeld kan Kurosawa in één shot zo'n hele scène tonen: de gangsters ruziënd, druk gesticulerend in het centrum van het scherm, Sanjuro met een bedachtzame blik aan de zijkant.

Een al te diepe betekenis zou ik niet meteen gaan zoeken achter 'Yojimbo': in de eerste plaats is dit een avonturenverhaal, met een paar fantastisch geënsceneerde actiestukken en vooral enorm veel droge humor. Het conflict tussen de oude, traditionele leefwijzen van de samoerai tegenover de nieuwe tijden die langzaam maar zeker opkomen vormt een subtiele subtext: één van de mannen van Ushitora heeft een revolver (het is de eerste keer dat de andere personages in de film er één zien), en hij luidt daarmee een nieuw tijdperk in van onberekenbaar, oneervol geweld. Geweld op afstand, namelijk. Om iemand met een samoeraizwaard neer te steken moet je dichtbij komen, je tegenstander in de ogen kijken. Wanneer je iemand neerschiet, kun je rustig twintig meter veraf blijven staan. Die gedachte zit wel in de film, maar dit is allesbehalve een diepzinnig, thematisch werk à la 'Rashomon' of 'Ikiru', de meer cinefiele uitstapjes van Kurosawa. In de eerste plaats is dit gewoon een immens onderhoudende, kick-ass actiekomedie, grappig, toegankelijk en fantastisch in beeld gebracht. Zelfs meer dan veertig jaar na datum.
E-mailadres Afdrukken
 
Yojimbo
J / 1961
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Ryuzo Kikumisha; Akira Kurosawa
Met: Toshiro Mifune; Tatsuya Nakadai; Yoko Tsukasa; Isuzu Yamada
Duur: 110 min.


Uit ons archief
Banner

TEST