Banner

A Home at the End of the World

2.0
Dennis Van Dessel - 11 mei 2005




Dit is 'm dan, de beruchte film waarvoor Colin Farrell een frontale naaktscène speelde, die vervolgens verwijderd werd omdat de aandacht van het publiek werd afgeleid door de schijnbaar indrukwekkende omvang van zijn glockenspiel. Tja, ze zeggen altijd dat Ieren de negers van Europa zijn. Maar geen zorgen: de heer Farrell loopt er in de rest van de prent lullig genoeg bij om dat verlies meer dan goed te maken. 'A Home at the End of the World' is immers een melodramatische draak zoals we die sinds 'Monster's Ball' niet meer gezien hebben, waarin de acteurs hopeloos in de steek worden gelaten door een script dat weigert om hen ook maar één enkel oprecht, eerlijk momentje te geven.

Farrell speelt Bobby Morrow, een jongen die na de dood van zijn ouders in de late jaren zestig gaat inwonen bij z'n beste vriendje John en diens ouwelui. De twee worden als broers grootgebracht, roken samen wiet, beleven samen hun eerste seksuele experimenten enzovoort. Jaren later, wanneer John al lang uit huis en naar New York is getrokken, woont Bobby nog steeds bij het koppel, tot z'n surrogaatvader voorzichtig durft op te merken dat het misschien eens tijd wordt dat hij op z'n eigen benen leert te staan. Bobby trekt naar John (nu gespeeld door Dallas Roberts) en gaat bij hem en een vriendin (Robin Wright Penn) wonen. Op die manier ontwikkelt er zich een driehoekverhouding die er schijnbaar op ontworpen is om mensen die normaal gezien driehoeksverhoudingen verdorven en goddeloos zouden vinden, tóch een traan te ontlokken en te doen zeggen: "Schoon, hé!"

Dat is het geraamte van het verhaal, maar een algemene beschrijving kan absoluut geen indruk geven van hoe stroperig dit ding eigenlijk wel is. Zo heeft Bobby aan het begin van de film een ongelooflijk goeie relatie met z'n oudere broer (die hem op z'n negende eens LSD heeft laten slikken - daar zijn broers nu eenmaal voor). Tot die gast in z'n enthousiasme dwars door een glazen deur heenloopt en met een verbouwereerde blik op het gezicht een scherf uit z'n halsslagader plukt, om vervolgens dood neer te stuiken. Auwtsj. Enkele jaren later sterven Bobby's beide ouders ook nog eens, zonder dat daar veel woorden aan worden vuilgemaakt (hey, dat is wat ouders doen, ze sterven), waarna hij bij John gaat wonen en z'n ersatzmoeder, gespeeld door Sissy Spacek, zowaar aan de cannabis krijgt (olé!). 'Zeg niks aan jullie vader,' fluistert ze de beide jongens toe, en ze lurkt gretig aan een joint. Groovy. En van daaruit gaat het verder, met geschreeuwde liefdesverklaringen, hetero- én homoseksuele verliefdheden en, wanneer de creatieve nood het hoogst is en de makers echt niets anders kunnen bedenken - een goed getimede ziekte. Regisseur Michael Mayer en scenarist Michael Cunningham gooien er werkelijk àlles tegenaan dat ze maar hebben kunnen vinden in hun boekje van melodramatische clichés.

Voor sommigen zal dat allicht werken - over een jaar of twee wordt 'A Home' op Vijf TV gespeeld en zal hij bekeken worden door een roedel snotterende dames. Waarom ook niet? Maar hoe openlijker Mayer en Cunningham hier op mijn traanklieren mikten, hoe irritanter de film voor mijn part werd. Niet alleen omdat de film schaamteloos is in de vulgaire manier waarop de emoties in je gezicht worden geplakt, maar vooral ook omdat er geen enkele situatie in de prent zit die spontaan lijkt. Alles aan deze prent is vals, zichtbaar geconstrueerd om toch maar een reactie uit te lokken.

Zo is Bobby nauwelijks een reëel personage, maar eerder een soortement emotionele boksbal voor de overige figuren. Hij is iemand die niet liever wil dan dat iedereen gelukkig is en die niets voor zichzelf eist - Colin Farrell speelt hier zwaar tegen zijn bad boy-imago in door het zo introvert en bedeesd te houden. Oké, maar wié is dat personage dan? Misschien dat het op papier wel werkte, maar op het scherm blijft er nog maar weinig van hem over. Het personage van Bobby Morrow is een literaire constructie die er in een cinemazaal ook zo uitziet: als een literaire constructie, niet als een echt mens. Je kunt geen blik geconcentreerd altruïsme opentrekken en het een geloofwaardig karakter noemen. Heel die Bobby doet en zegt niks waarvan je kunt denken: "ja, oké, dat klopt, daar kan ik in geloven".

Het gevolg daarvan is dat Colin Farrell zichtbaar moeite heeft om zich niet van het scherm te laten spelen door eender welke andere acteur die voorbijkomt. Hij houdt het zo kleinschalig en intimistisch dat we hem nauwelijks nog zien staan - wat wel past bij het personage, maar aangezien het personage ongeloofwaardig is, is dat geen referentie. Dallas Roberts is niet slecht, maar absoluut ook niet memorabel als John en Robin Wright Penn voert een routinematig nummertje op als Clare. De enige die ook maar de minste indruk weet te maken, is Sissy Spacek als Johns moeder, wellicht ook omdat zij één van de weinige bronnen van humor is in de film.

Voeg daar nog aan toe dat Michael Myer er een punt van maakt om uitsluitend op de meest fotogenieke locaties te filmen, liefst tegen een langzaam ondergaande zon, en u weet wel zo ongeveer wat u kunt verwachten. Een zorgvuldig uitgecalculeerde, terroristische aanslag op uw traanklieren. Hoe meer emotioneel gewicht ze er tegenaan gooien, hoe minder effect het heeft, maar proberen dat ze doen, mensen. Probéren!

http://wip.warnerbros.com/ahome/
E-mailadres Afdrukken
 
A Home at the End of the World
USA / 2004
Regie: Michael Mayer
Scenario: Michael Cunningham
Met: Colin Farrell; Dallas Roberts; Robin Wright Penn; Sissy Spacek
Duur: 96 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST