Banner

Hellboy

2.0
Dennis Van Dessel - 15 oktober 2004




Aaah, de penetrante geur van bullshit! Ik kon 'm al ruiken nog voor de eerste twee, drie shots van 'Hellboy' zich aan m'n zichtveld onttrokken hadden en geloof me vrij: gedurende de volgende twee uur werd het er niet beter op. Guillermo del Toro, de olijke Mexicaanse dikkerd die eerder al verantwoordelijk was voor meesterwerkjes als 'Mimic' en 'El Espinazo del Diabolo', heeft met deze nieuwe comic book-verfilming verreweg de beste komedie van het jaar afgeleverd. Alleen betwijfel ik of het wel allemaal zo grappig bedoeld was.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn de nazi's wanhopig op zoek naar een laatste redmiddel dat hun onvermijdelijke nederlaag zal kunnen tegenhouden. Een jonge, ambitieuze professor genaamd Trevor 'Broom' Bruttonholm, komt op het spoor van een sinister plan waarbij de Duitsers (vertegenwoordigd door een Darth Vader-achtige figuur in een zwart gasmasker en een blonde Gauleiter met de absoluut niet clichématige naam Ilsa), zullen proberen om de een of andere poort naar De Andere Zijde te openen en een stel humeurige demonen naar de aarde te laten afdalen. Hey, als ik een oorlog wilde winnen, zou ik ook demonen aan m'n kant willen, u niet soms? Wel dan.

De snode plannen van de Duitse schavuiten (bij dit soort films verval ik altijd spontaan in een soort van Jommekestaal, mijn excuses daarvoor), worden tijdig gedwarsboomd door professor Broom, maar de brave man kan niet verhinderen dat er toch één demon op de wereld terechtkomt: een klein, rood mannetje met (hoe kan het ook anders) hoorns en een staart en zowaar één gigantische hand van steen. Broom besluit de kleine duivel op te voeden als z'n eigen kind - het vaderinstinct staat voor niets - en geeft hem zelfs de vertederende naam 'Hellboy.' Zestig jaar later loopt de oude professor op z'n laatste benen (en wordt hij gespeeld door John Hurt), terwijl Hellboy zelf nauwelijks dertig lijkt en er verdacht sterk uitziet als Ron Perlman, verborgen onder een ridicule laag rode make-up en nepspieren die allicht vervaardigd werden van die mousse waarmee ze stressballetjes maken. Aangezien er in een film toch iéts moet gebeuren en het schijnbaar allemaal niet te origineel mocht zijn, keren de nazi's van weleer plotsklaps terug. Hellboy, tegenwoordig een volbloed beschermer van weduwen en wezen, schiet in actie.

Ik daag iedereen uit, zelfs de fans van het genre, om naar foto's te kijken van Ron Perlman in z'n Hellboy-outfit, en niét spontaan in lachen uit te barsten. Op een gekke manier deed deze lelijkste acteur van Hollywood me zelfs regelmatig denken aan Lou Ferrigno, de bodybuilder die destijds de Hulk speelde in de tv-series - ze schminkten die arme man simpelweg van boven tot onder groen en lieten hem vervolgens vervaarlijk in de camera brullen en grimassen trekken. Perlman hebben ze rood geschilderd en twee bijgevijlde hoorntjes gegeven, maar de essentie is nog steeds hetzelfde, het effect is nog steeds even knullig. Wanneer je in 'X-Men' het ijzer uit de knokkels van Hugh Jackman ziet komen, komt dat min of meer geloofwaardig over, als publiek kun je daar met je verstand nog bij. Maar deze kerel... Hij ziet gewoon rood, dames en heren. En hij heeft een staart. Dit is een film die, in navolging van het stripverhaal natuurlijk, alle plausibiliteit overboord gooit vanaf het moment dat de held in beeld komt. En dat is een handicap die de prent nooit te boven komt - je ziet die kerel en je ruikt de verf die ze twee minuten eerder hebben bijgespoten. Je ziet geen personage, maar een acteur in weinig geloofwaardige make-up.

Nog apart daarvan, krijgen we een plot die die naam nauwelijks waardig is en nevenpersonages die al even absurd zijn. Een levensgrote vis die vier boeken tegelijk leest en verzot is op rotte eieren. Een reïncarnatie van Rasputin (of iets dergelijks) die de hele film de ondankbare taak krijgt om pompeuze stukjes dialoog te debiteren genre: 'Meester, wanneer deze wereld eindigt zal uw heerschappij voorgoed beginnen - mwoehahahaaa!' En mijn favoriet: die Dart Vader-nazi, die z'n eigen oogleden en lippen heeft laten verwijderen en al z'n organen schijnbaar heeft laten vervangen door zagemeel. Hij heeft geen voedsel of slaap nodig, maar af en toe windt hij zichzelf letterlijk op met een speciale sleutel, zoals je dat bij een ouderwetse klok zou doen. Wie bedénkt zoiets? En hoeveel bad acid had die persoon op dat moment geslikt?

Bovendien zijn de actietaferelen weinig opmerkelijk, vergeleken met wat we elk jaar tientallen keren de bioscoopzaal binnen zien donderen. Hellboy vecht in feite de hele film lang tegen hetzelfde monster en doet dat dan nog onveranderlijk in openbare plaatsen, hoewel zijn bestaan eigenlijk top secret hoort te zijn. In een metrostation (alwéér in een metrostation!), op een kermis, simpelweg op straat of in de grootste tombe die ik ooit ben tegengekomen - de locaties variëren, maar de actie niet. Het is helder in beeld gezet, dat wel, maar who cares? We hebben dit al zo vaak en zoveel beter zien gebeuren, dat er niets in 'Hellboy' overblijft dat je adrenaline aan de gang krijgt.

Ja, Ron Perlman krijgt een paar leuke one-liners - de acteur weet zowaar een beetje charisma in een onmogelijke rol te leggen en speelt Hellboy als een kregelige werkman die tegen z'n zin af en toe een klusje gaat uitvoeren om de wereld veilig te houden. En ja, del Toro schudt hier en daar een knap shot uit z'n mouw: naar het einde van de film toe krijgen we een sequentie op een Russisch kerkhof in de sneeuw dat er zeer aardig uitziet. Maar het blijft een lauwe, lamlendige bedoening, die uiteindelijk reddeloos wegzakt in het moeras van z'n eigen absurditeit. Misschien dat de doelgroep (jongetjes van twaalf jaar of minder) er wel wat in zullen zien, maar ik zat me steeds af te vragen welke mooie dingen er misschien in de aanpalende zaal van de multiplex te zien waren.

http://www.sonypictures.com/homevideo/hellboy/
E-mailadres Afdrukken
 
Hellboy
USA / 2004
Regie: Guillermo del Toro
Scenario: Guillermo del Toro; Peter Briggs
Met: Ron Perlman; John Hurt; Selma Blair; Rupert Evans; Karl Roden; Jeffrey Tambor
Duur: 122 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST