Banner

Rashomon

10.0
Dennis Van Dessel - 18 juli 2004




'Rashomon' wordt vaak aangehaald als de prent die direct verantwoordelijk was voor het invoeren van de categorie "beste buitenlandse film" in de oscars. Meer nog dan de meer traditionele avonturenfilms van Akira Kurosawa, wordt dit beschouwd als zijn ultieme meesterwerk, een belangrijke film in alle opzichten: de manier waarop de flash-backstructuur wordt gebruikt, de vooruitstrevende fotografie, de filosofische dimensie ervan, en in de eerste plaats ook de doorbraakfunctie die hij had voor de Japanse cinema in het algemeen. Slechts vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was dit de eerste Japanse film die een succesvolle internationale carrière wist uit te bouwen - Kurosawa zelf, zijn favoriet acteur Toshiro Mifune en bij uitbreiding de hele Japanse filmindustrie kregen plots ongezien veel aandacht en waardering. De titel zelf is onderhand een begrip geworden, en de structuur wordt nog steeds geïmiteerd door filmmakers die "anders" willen doen dan de anderen. Yup, dit zijn 85 invloedrijke minuten cinema.

De film opent met drie personages die voor de stromende regen komen schuilen onder de Rashomonpoort: een teneergeslagen priester en houthakker, en een cynische, schijnbaar zorgeloze derde man. De houthakker begint het verhaal te vertellen van een proces waarin hij als getuige betrokken was: Tajomaru (Mifune), een beruchte bandiet, werd geëxecuteerd nadat hij een echtpaar had overvallen in een bos. De vrouw verkrachtte hij, de man, een samurai, heeft hij vermoord. Of toch niet?

Over het begin van het verhaal is iedereen het eens: de overval en verkrachting. Maar wat dan volgt, is minder duidelijk: de bandiet, de vrouw, de houthakker en zelfs de dode man (die spreekt via een medium), geven elk hun versie van de feiten, die in niets op elkaar lijken. In vier lange flash-backs zien we vier verschillende scenario's van hetzelfde verhaal en de voor de hand liggende vraag is dan ook: wie spreekt de waarheid? Bestaat er wel een objectieve waarheid?

Tegenwoordig zijn dat soort spelletjes met verhaalstructuur aan de orde van de dag: kijk maar naar de cinema van Quentin Tarantino, of films als 'The Usual Suspects'. We zijn het gewend geworden dat films een subjectieve blik op hun verhaal werpen, in plaats van enkel de éne zaligmakende waarheid te vertellen. Maar in 1950 was dat anders - flash-backs waren op zichzelf al tamelijk zeldzaam, en werden al zeker niet gebruikt zoals dat hier gedaan wordt. Op z'n best dienden ze om een punt in de plot duidelijk te maken, en wanneer ze dan gebruikt werden, deden de regisseurs er gewoonlijk hun uiterste best voor om het publiek toch maar op het juiste spoor te houden: dan krijg je van die heel voor de hand liggende technieken zoals inzoomen op de ogen van het personage in kwestie, of zo'n fade-over waarbij het beeld in golfjes verandert. Er kwam nog net geen titel in beeld met de woorden: "Dit is een flash-back." Zelfs in 'Citizen Kane' was Orson Welles voorzichtig met z'n flash-backstructuur, door al die sequensen expliciet te laten inleiden door één van de personages. Kurosawa veranderde dat allemaal: niet alleen gaat hij, voor die tijd, vaak bruusk heen en weer tussen heden en verleden, maar hij gebruikt de flash-backs om het verhaal juist meer en meer obscuur te maken, steeds meer onduidelijk. Aan het einde weten we niet wat de waarheid is, de film laat ons enkel achter met vragen. Destijds was dat zo'n onconventioneel gegeven dat er boekjes werden uitgedeeld in de bioscopen met een uitleg over hoe de film nu precies in elkaar zat. Ook de acteurs en de producenten waren aanvankelijk verward, en kwamen Kurosawa regelmatig simpelweg vragen waar de prent eigenlijk over ging.

Toen men de regisseur diezelfde vraag achteraf stelde, antwoordde Kurosawa: 'Mijn film moet het leven weerspiegelen. En het leven heeft niet altijd een duidelijke betekenis.' Met andere woorden: zoek het zelf maar uit. Het is interessant dat drie van de vier personages die we aan het woord horen, zelf de schuld op zich nemen voor de dood van de samurai - dit zijn geen verdachten die elkaar proberen te beschuldigen, maar zichzelf. Waarom doen ze dat? De cynicus in de Rashomonpoort schijnt in ieder geval steeds klaar te staan met een antwoord, terwijl de priester enkel kan herhalen dat hij er niets van begrijpt: 'Het is menselijk om te liegen. Meestal kunnen we zelfs niet eerlijk zijn tegen onszelf.' De mogelijkheid bestaat, en lijkt mij zelfs zeer waarschijnlijk, dat allevier de getuigen écht denken dat ze de waarheid vertellen. Maar hoe kunnen we ooit zeker zijn wat de waarheid is?

Wanneer 'Rashomon' dan toch negatieve kritiek krijgt, dan komt die meestal op de acteerstijl die er wordt gebruikt: een theatrale manier van acteren, met grootse bewegingen, overdreven lach- en huilbuien en dialogen die eerder worden gedeclameerd dan dat ze worden gesproken. En inderdaad, wie gewend is aan de onderkoelde acteertraditie die we gewend zijn van de westerse cinema, zal wel wat tijd nodig hebben om hieraan te wennen. Kurosawa hield van die stijl - ze valt ook terug te vinden in de meeste van zijn samuraifilms. De uitbundigheid van de acteurs lijkt terug te verwijzen naar de periode van de stomme film, waarin dat soort van extravagante fysieke werk nu eenmaal de rigueur was. Maar omdat die overacting zo consequent wordt gebruikt, kun je eigenlijk maar moeilijk spreken van slecht acteerwerk - dit is hoe het hoort te zijn. 'Rashomon' is, ondanks z'n beperkte lengte en het feit dat er maar drie locaties worden gebruikt, een film met epische allures: de ideeën erachter en de emoties ervan zijn van epische proporties, de intensiteit ervan is enorm. En de acteerprestaties zijn dan ook navenant: bigger than life.

Ook visueel worden hier veel knappe dingen gedaan: 'Rashomon' was de eerste film waarin de zon rechtstreeks gefilmd wordt, wat in die tijd waanzin leek voor elke normale filmploeg: waarom zou iemand dat willen doen? Maar die shots helpen ons om ons een gevoel te geven van tijd en plaats - je gelooft echt dat je in dat bos zit, in plaats van ergens in een studio waar elke hoekje en kantje perfect egaal belicht is. Zoals gezegd, krijgen we maar drie locaties: de Rashomonpoort, vanwaar het verhaal vertrekt; het gerechtshof waar het proces van de bandiet plaatsvond, en de plek in het bos waar de overval, verkrachting en moord gebeurden. Tijdens de flash-backs maakt Kurosawa er een punt van om z'n camera zo vaak mogelijk te bewegen: 'Rashomon' is een heel energieke film wat dat betreft, met een paar absolute hoogstandjes, zoals een shot waarin de camera in driekwartprofiel op het gezicht van de vrouw inbeweegt, enkel om zich op het laatste moment toch nog te bedenken en om haar heen te gaan, zodat we haar man kunnen zien. In één en hetzelfde shot verlegt Kurosawa de focus van die scène van de vrouw naar de man. Tegenover die inventieve trucs staan dan de scènes in de Rashomonpoort, waar de camera wel bewogen wordt, maar meer terughoudend, onopvallender, en de scènes tijdens het proces, waarin er helemaal geen beweging is. Je kunt daar diepzinnige betekenislagen achter gaan zoeken (en mensen hebben dat ook gedaan), maar meer dan wat ook lijkt me dat een subtiele manier om de drie tijdslijnen van de film uit elkaar te houden.

'Rashomon' is één van de grote films: inhoudelijk veelgelaagd, visueel uitgepuurd en structureel zo vernieuwend dat zelfs films die nu, meer dan vijftig jaar later, hetzelfde principe gebruiken, geprezen worden als bakens van originaliteit.
E-mailadres Afdrukken
 
Rashomon
J / 1950
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa; Shinobu Hashimoto
Met: Toshiro Mifune; Machiko Kyo; Masayuki Mori; Takashi Shimura
Duur: 85 min.


Uit ons archief
Banner

TEST