Banner

Ready Player One

6.5
Tim Van der Poel - 11 april 2018

In 2011 werd het boek Ready Player One onmiddellijk een alom geprezen bestseller. Auteur Ernest Cline werd geroemd als “the hottest geek on the planet right now”, een geuzennaam die ooit ook van toepassing was op de jonge Spielberg. Niet te verwonderen dus dat de roman gretig leentjebuur speelt bij diens films. Het één moest wel tot het ander leiden: in zijn zoektocht naar een nieuw scifiverhaal besloot de topregisseur deze moderne klassieker te verfilmen. Al had het resultaat beter gekund.

Tijdens de postproductie van Ready Player One maakte Steven Spielberg ook The Post. Daar geen nieuwigheid: ook in 1989, 1993, 1997/98, 2002, 2005 en 2011 werkte hij op dezelfde back-to-back-manier. In 1993 en 2002 leverde dat voltreffers op als Jurassic Park, Schindler’s List, Catch Me If You Can en Minority Report . De andere jaren kregen we steevast één straffe en één minder goede film. Deze keer werden het helaas twee middelmatige films. Zowel bij The Post als bij Ready Player One had een meer gefocuste Spielberg zonder twijfel een betere film afgeleverd.

Anderzijds wordt Ready Player One ongetwijfeld een ijkpunt voor andere regisseurs. Bijna elke film of serie zit tegenwoordig tjokvol computerbeelden: er is slechts een handvol filmmakers die het visueel vernuft hebben om die vlekkeloos te integreren in hun visionaire mise-en-scène en eigen regiestijl. Cameron, Del Toro, Villeneuve en Jackson kunnen het vaak, Proyas en Aronofsky bijwijlen, Nolan en Cuaron niet genoeg, Scott en Fincher doen het uitzonderlijk, maar Spielberg toont hier andermaal dat hij de grootmeester is. Dit is een masterclass CGI.

Met die computerbeelden creëert Spielberg de Oasis, het virtuele geesteskind van Halliday (Mark Rylance) waarin iedereen de dagelijkse barre realiteit ontvlucht. Het jaar is 2045 en vijf jaar na de dood van deze weirdo, die zelf te sociaal gestoord was om in het echte leven te kunnen functioneren, zijn er nog steeds “Gunters” actief om de “clues” die hij in de Oasis achterliet te ontcijferen. Halliday heeft immers drie sleutels in zijn wereld verborgen die leiden tot de Easter Egg. Wie dit als eerste vindt, erft zijn fortuin en wordt eigenaar van de Oasis. Halliday was een kind van de jaren 1980 en alles verwijst dan ook naar dit tot de verbeelding sprekende decennium.

Parzival is de gamer die de eerste code kraakt. Hij omringt zich snel met een familie die mee op zoek gaat naar de volgende sleutels. Hun nobele bedoelingen stroken niet met die van Sorrento (Ben Mendehlson), een vroegere stagiair bij Halliday en nu eigenaar van een grote internetprovider die schulden van arme stumpers opkoopt en hen tot slavenarbeid dwingt in de Oasis. Parzival wint met de hulp van zijn crew het spel, leert onderweg die vrienden ook in het echte leven kennen en moraliseert als overwinnaar dat de Oasis twee dagen per week offline gaat opdat iedereen ook in levenden lijve opnieuw met elkaar zou praten.

Zolang de film de nadruk legt op de queeste naar de sleutels, zit het snor, maar meer en meer verlaten we de race en verliest de film zijn drive om stil te staan bij nutteloze verhaallijnen. Ready Player One is opgebouwd als een game en het verhaal is navenant openlijk generisch. Als je dat zo afhandelt is dat best prima, maar Cline schreef zelf mee aan het scenario naar zijn voortreffelijk boek en blijkbaar is schrappen in functie van het narratief niet zijn sterkste talent. En hoe goed Spielberg als verhalenverteller ook is, zichzelf inperken is evenmin zijn talent. Hun samenwerking levert een film op waarbij je de laatste 45 minuten vaak naar de klok zit te kijken.

Tye Sheridan heeft dan ook de ondankbare taak een eendimensionaal en saai hoofdpersonage vorm te moeten geven en doet wat hij kan. Het is net als in Kuifje aan de nevenpersonages om de aandacht vast te houden, al worden ook zij te mager uitgewerkt. Olivia Cooke haalt het maximum uit haar personage Art3mis, die evolueert van concurrent tot love interest, maar dit is vooral de film van Mark Rylance. Alles bij elkaar komt hij als Halliday misschien twaalf minuten in beeld, toch is hij subliem in elke seconde. De rijkheid die hij etaleert in een houding, in een blik en in zijn frasering is onvoorstelbaar.

Spielberg kondigde Ready Player One aan als een “movie” en niet als een “film”. Soms een belangrijke nuance, maar hier een flauwe zelfbescherming. Een goede “movie” is vaak evenveel waard als een goede “film” en kan die zelfs in diepgang overtreffen. Spielberg haalt alles uit zijn hoed, tovert scènes op het scherm die nazinderen. Het eerbetoon aan The Shining is een staaltje van vernuft en intelligentie dat niet alleen op technisch niveau kan tellen, maar ook als antwoord op Kubrick. Plots hanteert Spielberg beeldtaal even als filmcommentaar, iets dat je eerder bij Godard verwacht dan bij een Hollywood-product, maar helaas haalt hij niet overal dit niveau, ook al leent het materiaal zich er uitermate voor.

In Minority Report creëerde Spielberg met veel aandacht voor detail onze samenleving van morgen. Met een team specialisten, waaronder schrijver Douglas Coupland, werd een leefwereld vormgegeven die op alle vlakken coherent was. De toekomst voor de gewone sterveling is in Ready Player One zo mogelijk nog donkerder en uitzichtlozer dan die van Philip K. Dick, maar deze keer wordt er amper aandacht aan besteed. Met 140 minuten zou een evenredige aandacht voor de echte wereld en de Oasis-wereld tot de mogelijkheden moeten behoren, maar je krijgt enkel een versplinterd beeld van de realiteit. Visueel prachtig en onthutsend, maar onsamenhangend.

De Oasis is dan weer wél verbluffend met een scherm dat vaak meer details bevat dan alle Pixar en Ghibli-films samen. Dit is Spielberg in zijn element, bescheiden genoeg om zijn eigen films niet in dit eighties nostalgiefest te betrekken en andere “front and centre” te kunnen plaatsen. Recht uit zijn eigen carrière komen enkel de T-Rex (uit Jurassic Park) en de Aziatische jongen (Short Round uit Indiana Jones And The Temple Of Doom). Alle andere knipoogjes overrompelen je echter in “blink and miss”-eerbetonen die doen betreuren dat in de bioscoop geen pauze- of slow forward-knop beschikbaar is om alles te kunnen vatten.

Het mooiste eerbetoon is de scène in de discotheek. In het luchtledige dansen op de tonen van “Blue Monday”, gekleed als Peter Weller in de coolste films van de eighties: The Adventures Of Buckaroo Banzai Across The 8th Dimension, het ultieme moment voor elk kind van de jaren tachtig. En toch zit hier ook het minpunt: wie de periode 1984-1992 niet volledig bewust heeft meegemaakt, begrijpt weinig van dit verhaal. Ready Player One is het scenario van The Goonies gemixt met Charlie And The Chocolate Factory, maar met jongeren van nu die ervan dromen de coolste avatar te zijn in een game. Je moet ze maar allemaal in je culturele bagage hebben steken.

Al bij al is het een goed moment om een streep te trekken onder al die gruwelijke, eindeloze revivals van de jaren tachtig en negentig die ons blijven overspoelen. En wie was er beter geschikt om de eulogie te schrijven dan de filmmaker die het collectief beeldgeheugen van deze periode heeft gevormd? Spielberg bewijst het eerste uur dat hij op z’n hoogtepunt is. Helaas volgt het scenario niet zijn visueel narratief talent. Als film van negentig minuten was dit een orgelpunt, maar met zijn 140 minuten wordt een al mager verhaal wel erg dun uitgespreid.

E-mailadres Afdrukken
 
Ready Player One
VS / 2018
Regie: Steven Spielberg
Met: Tye Sheridan ; Olivia Cooke ; Ben Mendehlson ; Mark Rylance
Duur: 140 minuten


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST