Banner

Atomic Blonde

6.0
Tim Van der Poel - 30 augustus 2017

Ze is niet alleen groot, mooi en blonde, ze is vooral een overlever die de handen vuilmaakt en niet kijkt op een lijkje minder of meer. Vandaar ook het epitheton ‘Atomic’. Lorraine Broughton is het paradepaardje van M.I.6, de Britse spionagedienst die we ook kennen van de James Bond-films. Sinds de laatste Mad Max houdt Charlize Theron van dit soort fysieke rollen. In deze prent wordt ze naar het Berlijn van 1989 gestuurd, op het moment dat de hele wereld zich focust op de vraag: valt de Muur of valt-ie niet? Tegen deze woelige achtergrond circuleert een lijst met de identiteit van alle Westerse spionnen. Wie de lijst bemachtigt, ontpopt zich tot de meesterspion van het wespennest Berlijn. Voor de zoveelste keer wordt hier het gevaarlijke spionnenspel uitgebeeld waarin iedereen iedereen wantrouwt. Een smerig spel met dito regels.

Dit soort spionageverhalen is een genre op zich. De twee schoolvoorbeelden zijn de heroïsche doch misogyne James Bond-verhalen van Ian Fleming en de geloofwaardigere en feilbare spionnen van John Le Carré. Doorgaans nestelen spionagefilms zich moeiteloos in een van deze twee verhalenmatrijzen. James Bond zelf speelt weleens leentjebuur bij zijn grimmigere broeder, maar voorts zijn er amper spionnenfilms die beide aspecten vermengen. Doorgaans met reden: de The Coldest City-comic waarop deze prent is gebaseerd, probeerde het ook, met hetzelfde gemengde resultaat.

Veel filmmakers blijven geïnspireerd door de jaren tachtig. Kijk naar J.J. Abrams of de broers Duffer met Stranger Things: allemaal proberen ze op hun eigen manier de look van Zemeckis en Spielberg na te bootsen. De resultaten maken echter snel duidelijk wie de jaren tachtig meemaakte en wie opgroeide met een kopie ervan. Bij de regisseur van Atomic Blonde valt meteen op dat hij zijn inspiratie vond bij het soort moedwillig vertekende beeld van het verleden dat ook Tarantino of Ritchie uitdragen. Maar waar Mr. QT en de ex van Madonna er nog mee weggeraken door het consistent doorvoeren van hun visie, blijft David Leitch hangen in willen-maar-niet-kunnen.

Leitch draait al even mee als stuntman. Zo was hij jarenlang de vaste stuntdubbel van Brad Pitt tijdens diens gouden jaren. Verder verdiende hij zijn strepen als Second Unit Director. In Hollywood wil dat zeggen: de regisseur van de actiescènes. Tijdens The Matrix-sequels leerde hij Keanu Reaves kennen. Toen die aan de zoveelste reboot van zijn carrière begon, vroeg hij Leitch en diens stuntmakker Chad Stahelski om alles in goede banen te leiden. Het resultaat kennen we als John Wick.

Maar waar John Wick zich binnen de veilige structuren van zijn niche wentelde, slaagt Atomic Blonde er maar niet in zijn draai te vinden. De wereld die de film met zijn blitse soundtrack tot leven brengt, is afgelikt. Er zit te veel chroom en neon op de laag vuilnis en smerigheid. Neem nu de kennismaking met David Percival: James McAvoy doet hier eerder denken aan een kruising tussen Renton uit Trainspotting en Jason Statham als venter in Lock, Stock And Two Smoking Barrels dan aan een spion die zich al tien jaar heeft ingeleefd in de woelige stad. Wat hier wordt getoond, heeft niets te maken met de jaren tachtig en al helemaal niet met Berlijn anno 1989. Het is een kopie van een fake kopie.

Als Atomic Blonde meer had ingespeeld op datgene waar het in deze film om draait, namelijk (ultra)gewelddadige actiescènes in ogenschijnlijk lange takes, dan had dit een toppertje opgeleverd. De tendens om lange takes te gebruiken is even oud als de camera; het in een beweging vastleggen van aartsmoeilijke maar minutieus uitgewerkte vechtchoreografieën op hoog niveau kwam overgewaaid uit het Verre Oosten (zie magistrale Tony Jaa-films als Killzone 2 en The Protector). Actie krijgt hierdoor nog meer de allure van Fred Astaire en Gene Kelly, én het oogt verdomd mooi en ongelooflijk op het grote scherm. De gratie waarmee Theron hier slag na slag incasseert en de sierlijkheid waarmee zij tegenstanders vloert is om vingers en duimen bij af te likken. Helaas wordt de kijker te weinig verwend en verlaat je de zaal met een hongertje.

Na Wonderwoman is Atomic Blonde deze zomer de tweede film waarin een sterke comicvrouw front and centre wordt geplaatst. Het is positief dat de mannelijke kijker leert genieten van een vrouw met ballen die meer dan haar mannetje staat, zodat hij bij een sterke vrouw hopelijk niet langer spontaan denkt aan alleen maar een passief-agressieve attitude.

De comic werd uitgegeven door de kleine charmante uitgeverij Oni Press, die eerder al enkele stripfiguren tot leven zag komen (onder meer Whiteout en Scott Pilgrim). De kwestie of het boek hier beter is dan de film, is niet aan de orde. Dat underground comics ook een markt kennen, is belangrijker. Al blijft de vraag of Charlize Theron in haar missie vrouwen-met-ballen-tot-leven-wekken niet beter een origineel scenario had uitgekozen in plaats van een door mannen geschreven strip. Nu is het nog te veel een modepopje dat zich opmaakt, slaag krijgt en een nieuwe outfit aantrekt op weg naar de volgende vechtpartij, flitsend verpakt in een eighties videoclip. Het is dankzij haar présence dat het geheel gelukkig toch nog enige boeiende diepgang krijgt.

E-mailadres Afdrukken
 
Atomic Blonde
Verenigde Staten / 2017
Regie: David Leitch
Met: Charlize Theron; James McAvoy; John Goodman
Duur: 115’


Uit ons archief
Banner

TEST