Dunkirk

8.0
Dennis Van Dessel - 07 augustus 2017

Na Instellar leek het wel alsof Christopher Nolan zichzelf in een hoekje had gefilmd: veel grootschaliger, ambitieuzer of (na drie jaar kunnen we daar stilaan wel eerlijk over zijn) pretentieuzer kon een film immers niet worden. Op ongeveer een decennium tijd had Nolan bijna een cliché van zichzelf gemaakt: hij was de man van de pompeuze, zwaarmoedige, wat humorloze, maar briljant geregisseerde blockbusters, die minstens twee uur en een kwartier duurden, die razend complex in elkaar zaten en waarvoor Hans Zimmer een score schreef waar de bassen van elke cinemazaal van uit elkaar spatten. Interstellar voerde al die eigenschappen naar een hoogtepunt. Hoe ga je op dat elan voort, zonder jezelf te verloochenen en zonder telkens opnieuw hetzelfde te blijven doen? Dunkirk is zijn overtuigende antwoord op die vraag.

Waar de voorbije films van Nolan elkaar telkens probeerden te overtreffen qua narratieve complexiteit, met eindeloze twists en verschillende realiteitslagen, is Dunkirk de facto een film zonder plot. Aan het einde van mei 1940 hebben de Britse en Franse troepen zich moeten terugtrekken tot aan het strand van Duinkerke, waar ze wachten tot ze geëvacueerd kunnen worden. Wat dan volgt, is een eindeloze, angstige week waarin de soldaten tergend langzaam op schepen worden geladen, die al dan niet getorpedeerd worden door Duitse U-boten, terwijl degenen die achterblijven op de hoede moeten zijn voor de kogels van de grondtroepen en de bommen van de nazi-vliegtuigen.

Nolan zou Nolan niet zijn als hij dat verhaal volledig rechtlijnig vertelde, en dus zet hij een drieledige structuur op poten: we volgen een week lang de ervaringen van de soldaten op het strand, die wachten om geëvacueerd geworden, maar tegelijk is er het verhaal van enkele Britse burgers (Mark Rylance en zijn zoon, gespeeld door Tom Glynn-Carney), die worden opgeroepen om met hun plezierbootje naar Duinkerke te varen om enkele soldaten op te pikken – hun verhaallijn duurt één dag. En daar wordt nog eens het verhaal van vechtpiloot Farrier (Tom Hardy) aan toegevoegd, die luchtdekking moet geven aan de evacuatie. Zijn verhaal speelt zich af over de loop van één uur. Naarmate de film vordert, groeien die drie verhaallijnen naar elkaar toe: Nolan monteert steeds sneller tussen de drie, creëert constant kleine cliffhangers en aan het einde komen ze natuurlijk netjes samen.

Die structuur is echter niet zomaar spielerei, of een poging om geforceerd clever te wezen – het is vooral ook een manier om de verschillende aspecten van de evacuatie in beeld te brengen (letterlijk te land, te zee en in de lucht) zonder zijn toevlucht te moeten nemen tot het oubollige alwetende vertelperspectief van oudere oorlogsfilms, genre The Longest Day of A Bridge Too Far. In die films monteerden ze simpelweg van het ene deel van het strijdtoneel naar het andere omdat het kon – het perspectief was in feite dat van de regisseur. Hier zoekt en vindt Nolan een manier om de focus van de film te verbreden, terwijl hij toch personages blijft gebruiken als focalisator.

Dat gezegd zijnde, kiest Nolan wel voor een bewust beperkte aanpak van het historische verhaal. Geschiedkundigen hebben al geklaagd dat er nauwelijks een Fransman te zien is in de film en dat ook het militaire gezag niet aan bod komt. De context wordt extreem bondig geschetst door een korte tekst aan het begin van de film, en daar moeten we het dan mee doen. In de openingsscène vindt één van de personages een propagandapamflet waarop het door de nazi’s bezette gebied in het rood staat aangegeven, en Duinkerke in het wit. “Hier zitten wij, en hier zitten jullie, als ratten in de val,” staat er op. Veel meer basic kan je de premisse van een film niet maken. Of je het eens bent dat die aanpak de beste is, is voer voor discussie, maar het is een legitieme keuze van de regisseur – zelf hebben we er ons niet aan gestoord, omdat het zo duidelijk was dat dit nu eenmaal de parameters van de film waren.

Nolan maakt ook de ballsy beslissing om zijn personages bewust zo anoniem mogelijk te maken. We zien uiteraard een aantal gezichten telkens terugkomen, maar van de meeste personages komen we zelfs de naam nooit te weten. Er is nooit een moment waarop de soldaten met elkaar praten over iets anders dan het probleem dat op dat moment opgelost moet worden. Geen informatie over wie ze zijn of waar ze vandaan komen, geen tranerige herinneringen aan thuis, niets. De soldaten hier zijn eigenlijk onderling inwisselbaar. Dunkirk is een film over het collectief, eerder dan over individuen. Dat geeft de film een vrij afstandelijke toon; Nolan is altijd al een koele kikker geweest en hier is dat niet anders. Het voornaamste struikelblok van de film is dan ook het einde: tijdens de laatste 15 minuten lijkt de regisseur zich te beseffen dat hij toch wat emotie moet toevoegen en maakt hij een vreemde bocht in de richting van de melodramatiek. De soldaten raken tot in Engeland en zijn bang dat ze zullen worden uitgejouwd als lafaards omdat ze zijn moeten vluchten. Maar nee, ze worden uiteraard als helden onthaald. Een van hen leest de beroemde speech van Churchill voor (We shall fight on the beaches!”), terwijl lyrische beelden van merry old England passeren en de muziek aanzwelt. Opeens lijkt Dunkirk een ouderwetse propagandafilm te worden over de strijdvaardigheid van de Britten – een nederlaag wordt alsnog een morele overwinning.

En dat werkt dus niet. Nolan heeft het altijd al moeilijk gehad met emoties in zijn films, en na de koele toon die Dunkirk anderhalf uur lang aanhoudt, kan hij niet plotseling op een geloofwaardige manier de gevoelige snaar beginnen bespelen. Britse critici die Dunkirk interpreteerden als een patriottisch hart onder de riem in tijden van Brexit, hebben misschien ook wel een punt. “Engeland redt het wel”, is de boodschap. Hoe groot de uitdaging ook is, we komen er wel uit.

Al die inhoudelijke overwegingen verbleken echter bij het pure visuele spektakel dat de film is. Nolans beheersing van mise-en-scène en montage is bij momenten ontzagwekkend en zeker als je de film in het gigantische imax-formaat ziet (wat we kunnen aanraden) is Dunkirk een haast duizelingwekkende visuele ervaring. De luchtgevechten zijn genoeg om je hoogtevrees te geven en een sequens waarin enkele soldaten proberen te ontsnappen in een lek vissersbootje is razend spannend. Voeg daar nog de onheilspellende score van Hans Zimmer aan toe, en je krijgt een film die op de best denkbare manier ongelooflijk op je zenuwen werkt – letterlijk: je wordt nerveus door ernaar te kijken.

Dunkirk is visueel overdonderende, clever gestructureerde cinema. En wat meer is: het is ook echt cinema, die gezien moet worden op het grootste scherm dat je kan vinden. Inhoudelijk kan je over een aantal zaken discussiëren en de “hooray for England!”-sfeer aan het einde is wat misplaatst, maar Nolan heeft zijn carrière hier een schitterende nieuwe wending gegeven.

E-mailadres Afdrukken
 
Dunkirk
VK-VS / 2017
Regie: Christopher Nolan
Scenario: Christopher Nolan
Met: Fionn Whitehead; Aneurin Barnard; Tom Hardy; Mark Rylance; Tom Glynn-Carney; Kenneth Branagh; Cillian Murphy
Duur: 106 min.


advertentie
Banner

TEST