Banner

Beauty and the Beast

3.5
Dennis Van Dessel - 19 april 2017

In 1991 werd Beauty and the Beast de eerste animatiefilm ooit die genomineerd werd voor de Oscar voor beste film en daarmee meteen hét hoogtepunt van de zogenaamde Disney Renaissance, die begon met The Little Mermaid en, afhankelijk van wie je het vraagt, eindigde met The Hunchback of Notre Dame of Hercules. Op de tekenfilmversie viel inderdaad weinig af te dingen: Disney had nog eens een klassieke sprookjesfilm gemaakt die romantisch was zonder klef te worden, waar tempo en humor in zat en die gezegend was met de spitsvondige liedjes van Howard Ashman. Ook nu, 25 jaar later, is er dus eigenlijk geen enkele reden om er een remake van te maken, buiten de voor de hand liggende financiële.

Maar goed, financiële redenen durven wel eens vaker zwaar door te wegen, en hier zitten we dan. Niet dat er principieel iets op tegen is om een nieuwe versie van dit verhaal te vertellen. Het sprookje is al zo vaak verfilmd, waaronder een zeer memorabele interpretatie van Jean Cocteau uit 1946, dus waarom zou het niet mogelijk zijn om er ook nu nog een frisse blik op te bieden? Alleen is Disney niet geïnteresseerd in een frisse blik – Beauty and the Beast anno 2017 bestaat immers (als we zeer voorzichtig schatten) voor negentig procent uit Beauty and the Beast anno 1991. Alle liedjes uit de tekenfilm keren terug, de opeenvolging van de scènes is krek dezelfde, flarden dialoog maken hun retour, zelfs bepaalde shots en de kostuums die de personages dragen, zijn identiek aan wat we ons nog herinneren uit de animatieklassieker.

De tekenfilm klokte destijds af op een dikke tachtig minuten, maar omdat een dergelijke compactheid tegenwoordig ondenkbaar is, dikken de makers die speelduur aan met enkele weinig memorabele nieuwe liedjes. “Days In The Sun” heeft ongeveer dezelfde functie als “Human again”, dat destijds uit de animatiefilm werd geknipt omdat het de vaart uit het verhaal haalde (maar dat wél te zien was in de onnodige special edition op dvd). Verrassing: ook hier haalt “Days In The Sun” het tempo naar beneden op een moment dat het verhaal dringend een versnelling hoger moet schakelen. En “Evermore”, een liedje dat het Beest zingt wanneer Belle hem verlaat om haar vader op te zoeken, is gewoon een typisch, pathetisch “arme ik”-nummer waar slechte Broadwaymusicals vol van zitten. Het niveauverschil tussen deze liedjes en de originele nummers die wijlen Howard Ashman schreef, is immens. Karamellenverzen zoals “I close my eyes, but she’s still there / It’s more than I can bear” zouden nooit voorbij Ashman zijn gepasseerd.

In de regiestoel zat de gevreesde Bill Condon, die zijn carrière veelbelovend begon met het prachtige Gods and Monsters, maar sindsdien nooit dat niveau opnieuw heeft kunnen bereiken, en het ook nauwelijks nog lijkt te proberen. Als je de laatste twee Twilight-films zonder morren inblikt, dan ben je geen filmmaker meer, maar gewoon een vakman. En dan nog niet zo’n geweldig goede. In de musicalnummers wordt het al snel duidelijk dat Condon niet gek veel gevoel voor choreografie heeft. Vergelijk het einde van openingsnummer “Belle”. In de animatiefilm loopt Belle weg van de menigte, terwijl het hele dorp als een front achter haar staat. Want zij is anders dan de rest, weet je wel? Een simpel visueel symbooltje, maar het werkte. In deze film staat het hele dorp, inclusief Belle, gewoon door elkaar te lopen op een pleintje. Nog een voorbeeld? In het liedje “Gaston” zit de klassieke regel tekst: “I use antlers in all of my decorating”, maar Condon heeft zelfs niet genoeg alertheid om op dat moment een gewei tegen de muur in beeld te brengen (nochtans een van de betere visuele gags in de tekenfilm). Als je zo’n voor de hand liggende kans laat liggen, dan ben je gewoon je best niet aan het doen.

In het kasteel van het Beest ontstaan er dan weer andere problemen. In een tekenfilm is het namelijk geen probleem om een kandelaar, een klok, een theepot en al die andere betoverde voorwerpen expressie en karakter mee te geven. Hier moet Condon echter zijn toevlucht nemen tot CGI, die vrij consequent in de gevreesde uncanny valley blijft steken – iets dat er zo geforceerd fotorealistisch uitziet, dat je het automatisch afstotelijk gaat vinden. Bovendien komen gezichtsuitdrukkingen zeer moeilijk naar de oppervlakte bij deze personages, wat ze al meteen een pak minder aantrekkelijk maakt. Het Beest is in dat opzicht nog het meest geslaagd, maar ook hij had meer karakter in getekende vorm.

In de aanloop naar de release van Beauty and the Beast was er het een en ander te doen rond het feminisme en de gay subtekst van de film, maar tot grote verwondering van absoluut niemand blijkt dat grotendeels promopraat te zijn. Belle is hier ongeveer even feministisch als ze was in de tekenfilm: ze is vrijgevochten en het dorp wantrouwt haar omdat ze boeken leest. Deze nieuwe versie hamert nét iets harder op dat punt, door bijvoorbeeld een momentje in te lassen waarin Belle een jong meisje leert lezen, maar om nu te zeggen dat de film opeens een feministisch pamflet is geworden … Nou nee. Disney stak zichzelf ook heel wat pluimen op de hoed omdat Le Fou, de sidekick van slechterik Gaston, in deze versie homo zou zijn, maar je moet al goed weten hoe je de occasionele smachtende blik van dat personage moet interpreteren om dat idee eruit te halen.

De cast doet moedig zijn best, met een verrassend sterk zingende Emma Watson op kop. Ze geeft haar Belle pit mee, wat ook wel mag in een film die zo vaak tempo mist. Dan Stevens is oké, maar ook nogal bland als het Beest, wat wellicht veel te maken heeft met de twijfelachtige CGI. Acteurs als Ewan McGregor (Lumière) en Ian McKellen (Cogsworth) hebben daar nog meer last van. In essentie zijn ze hier enkel stemacteurs voor geanimeerde personages, hoezeer hun gezicht ook digitaal in die voorwerpen werd gespliced. McGregor heeft de meest showy rol en lijkt zich best te amuseren, maar McKellen krijgt te weinig te doen. Emma Thompson neemt het over van Angela Lansbury als Mrs. Potts en zingt een versie van het titelnummer waardoor we de timing, intensiteit en warmte van Lansbury nog veel meer gaan waarderen.

En dat laatste geldt eigenlijk gewoon voor de hele film. Op zijn beste momenten roept deze Beauty and the Beast een kort momentje van nostalgie op, waarbij je terugdenkt aan de tekenfilm en peinst: “die was écht magisch”. Dit is de karaokeversie van een grote klassieker. Nobel geprobeerd misschien, maar zolang die klassieker zelf er ook nog is, is er geen enkele reden om ernaar te luisteren.

E-mailadres Afdrukken
 
Beauty and the Beast
VS / 2017
Regie: Bill Condon
Scenario: Stephen Chbosky; Evan Spiliotopoulos
Met: Emma Watson; Dan Stevens; Luke Evans; Ewan McGregor; Ian McKellen; Kevin Kline; Emma Thompson; Josh Gad
Duur: 129 min.


Uit ons archief
Banner

TEST