Banner

Jason Bourne

6.0
Dennis Van Dessel - 18 oktober 2016

Negen jaar nadat regisseur Paul Greengrass en acteur Matt Damon afscheid namen van Jason Bourne met The Bourne Ultimatum (2007) en vier jaar nadat Tony Gilroy de franchise een andere richting probeerde in te duwen met het geflopte The Bourne Legacy (2012), besloot producerende studio Universal blijkbaar dat er toch nog wat centen uit de serie te persen vielen. Greengrass en Damon kregen creatieve carte blanche voor een nieuwe sequel, die de perikelen rond Jeremy Renner straal negeert om opnieuw aansluiting te zoeken bij de originele trilogie. De terugkeer van Bourne heeft, wat men ook mag beweren, uiteraard meer te maken met de centen dan met een brandende artistieke ambitie om het verhaal voort te zetten en de film is dan ook navenant: meer een epiloog dan een volwaardig nieuw verhaal.

Het verhaal begint wanneer ex-CIA agente Nicky (Julia Stiles) uit bitterheid de servers van de Amerikaanse inlichtingendiensten hackt. Daarbij steelt ze alle informatie over de geheime “black ops” waar ze destijds zelf aan meewerkte, inclusief het Treadstone en Blackbriar-initiatief waar Jason Bourne zijn training en geheugenverlies aan te danken heeft. De bedoeling is om de hele zooi op een soort gefictionaliseerde WikiLeaks te zetten, maar eerst gaat ze met de informatie Bourne zelf opzoeken, die zich schuilhoudt in Griekenland. Ondertussen zit de CIA, vertegenwoordigd door directeur Robert Dewey (Tommy Lee Jones) en zijn ambitieuze sidekick Heather Lee (Alicia Vikander) hen uiteraard op de hielen. Vooral omdat Nicky ook informatie heeft gestolen over een geheim project dat nog in de steigers staat: de overheid werkt namelijk samen met een informaticagigant om elke Amerikaan te bespioneren via zijn smartphone. Want privacy en technologie, weet u wel. Kei-actueel.

Het lijkt wellicht vreemd om te praten over minimalisme in een film waarin aan het einde de halve Strip in Las Vegas omver wordt gereden, maar toch hebben de Bournefilms van Paul Greengrass altijd al gebruik gemaakt van een soort emotioneel en narratief minimalisme. Matt Damon ontdekt in deze nieuwe aflevering alsnog meer informatie over zijn eigen verleden, maar zijn vertolking blijft, net zoals in de vorige drie films, erg ingehouden. Spartaans zelfs. Hij zegt bijzonder weinig en zijn gezicht verraadt nauwelijks emotie – geen glimlach, geen traan. Zelfs na een dramatische plotwending aan het einde van de eerste akte vertrekt hij geen spier, waarmee Jason Bourne misschien wel de meest stoïcijnse actieheld ooit wordt. Zijn vertolking is die van een blanco schets van een man – de lijntjes zijn er, maar ze zijn bewust niet ingekleurd. 

Ook de plot is een toonvoorbeeld van zakelijke efficiëntie. Greengrass houdt het relatief eenvoudig – net zoals in zijn andere films, zoals United 93 en Captain Phillips, laat hij zich nergens verleiden tot zijspoortjes of overbodige momenten. Zogenaamde character scenes, die niet rechtstreeks bijdragen aan het verhaal maar enkel dienen om de personages wat ademruimte te geven, zijn in geen velden of wegen te bekennen. Dus ja, je kan dat gerust een vorm van minimalisme noemen, zij het dan wel een vorm die nog altijd ruimte laat voor steeds meer barokke actiesequensen.

Jason Bourne steunt eigenlijk op twee grote set pieces: de eerste, na ongeveer twintig minuten, toont hoe Bourne en Nicky in Athene proberen te ontsnappen aan huurmoordenaar Asset (Vincent Cassel), door met een motor doorheen een gewelddadige anti-overheidsdemonstratie te rijden. Die scène zit op logistiek vlak geweldig goed in elkaar en ze is ook oprecht spannend, maar het is ook hier dat de ambigue relatie van de film met de realiteit het duidelijkst zichtbaar wordt. Greengrass probeert zijn actie een zekere politieke relevantie mee te geven, door het te situeren in een failliet land waar het volk razend is op zijn regering, maar hij levert daarbij geen enkele contextualisering. De reden van de betoging legt hij nooit uit – hij gaat ervan uit dat we die kennen en dat we zelf wel de link zullen leggen met de thematiek van de film. Het siert Greengrass dat hij durft te rekenen op de intelligentie van het publiek, maar in de praktijk reduceert hij de toestanden in Griekenland op die manier wel tot louter achtergrond bij een Hollywoodspektakel. De demonstratie maakt het moeilijker voor Bourne en Nicky om te ontsnappen, omdat er straten zijn afgesloten. En ondertussen heeft Asset het moeilijker om hen neer te schieten, omdat er constant mensen in de weg lopen. De wereldproblematiek als complicatie bij de plot van een Amerikaanse thriller.

Set piece nummer twee is, uiteraard, de climax van de film: een lange achtervolgingsscène over de Strip in Las Vegas, waarbij er genoeg auto’s in de prak worden gereden om de Fast and the Furious-reeks jaloers te maken. Dit is zonder meer de meest uitzinnige actiesequens uit de hele serie tot nu toe, en ze is sowieso veel minder beladen dan de chase in Athene. Het is complexloze, goed gemaakte fun, maar de scène lijkt ook op een alarmerende manier een moment aan te duiden waarop Jason Bourne definitief metamorfoseert in James Bond of, erger, in een geestesgenoot van Vin Diesel. Jumping the shark, noemen ze dat: definitief te ver gaan, omdat je krampachtig probeert om jezelf te overtreffen. Jaren nadat de techniek grotendeels in onbruik is geraakt (en gelukkig maar), blijft Greengrass overigens trouw aan zijn traditionele shaky cam techniek. Als er één regisseur is die weet hoe hij shaky cam moet gebruiken, dan is hij het wel, maar de voor- en nadelen blijven nog steeds dezelfde: de actie is erg tastbaar en direct, maar de overzichtelijkheid gaat vaak verloren.

De thematiek rond regeringssurveillance wordt, naar de normen van de Amerikaanse cinema, dan weer vrij goed uitgewerkt. Edward Snowden wordt enkele keren expliciet vermeld, en Jason Bourne speelt zich dan ook duidelijk af in een post-Snowden tijdperk, waarin we ervan uitgaan dat als de overheid ons wil bespioneren, ze niet eens de moeite meer moeten doen om een microfoontje in onze luchter te hangen – ze zullen wel gewoon onze smartphone uitpluizen. Het idee van een regering die ons wil beschermen door onze vrijheden in te perken, wordt doordachter aangepakt dan je in een film van dit genre had kunnen verwachten.

Naast Damon staat Tommy Lee Jones, die meer dan ooit de groeven in zijn gezicht het harde werk laat doen – je zou een maanbuggy nodig hebben om van zijn kaaklijn naar zijn neus te raken. Alicia Vikander speelt Heather Lee, een ambitieuze CIA-agente die haar carrièrewensen moet afwegen tegen haar moraliteit en ze doet dat afdoende. Vincent Cassel haalt zijn badass-grijns naar boven als huurmoordenaar van dienst en Julia Stiles brengt een zeer welkom sprankeltje empathie naar haar personage, Nicky.

Jason Bourne blijft steeds competent gemaakt entertainment, maar finaal was er echt geen enkele reden om hem te maken, buiten de voor de hand liggende financiële. Zowel Greengrass als Damon hadden hun carrière al lang – en met veel succes – voortgezet. Misschien moeten ze dat maar gewoon blijven doen en Jason Bourne, na deze aanvaardbare epiloog, defintief laten rusten.

E-mailadres Afdrukken
 
Jason Bourne
VS / 2016
Regie: Paul Greengrass
Scenario: Paul Greengrass: Christopher Rouse
Met: Matt Damon; Tommy Lee Jones; Alicia Vikander; Vincent Cassel; Julia Stiles; Riz Ahmed
Duur: 123 min.


Uit ons archief
Banner

TEST