Banner

High-Rise

7.0
Dennis Van Dessel - 18 oktober 2016

Toen J.G. Ballard stierf in 2009, liet hij een literaire erfenis na van 19 romans, plus een resem kortverhalen, die algemeen gerespecteerd werden en regelmatig prijzen wonnen, maar die ook de weinig benijdenswaardige reputatie van “moeilijk” en “bizar” met zich meedroegen. Zijn boeken waren dan ook maar al te vaak titels die bij veel mensen ongelezen op de plank stonden en ook de filmwereld waagde zich slechts zeer sporadisch aan een van zijn verhalen.

Steven Spielberg maakte in 1987 een film van zijn meest conventionele boek, het semi-autobiografische Empire of the Sun, over zijn jeugd in het door Japan bezette Shanghai. En er was natuurlijk David Cronenbergs controversiële verfilming van Crash, over de link tussen seks en auto-ongelukken. Maar Empire of the Sun was een van Spielbergs minst succesvolle films en Crash was vanaf het begin voorbestemd om een polariserende film te worden voor een nichepubliek. Dus nee, de filmproducenten liepen zijn deur niet plat. High-Rise, geregisseerd door Ben Wheatley, zat al zo’n 25 jaar in de pijplijn en hoewel hij veel minder radicaal of choquerend is dan Cronenbergs film 20 jaar geleden, lijkt ook deze af te stevenen op een cultreputatie.

De plot draait rond de arts Robert Laing (Tom Hiddleston), die zijn intrek neemt op de 25ste verdieping van een 40 etages tellend flatgebouw. Het appartementencomplex functioneert bijna als een afgesloten mini-maatschappij, met winkels, een schooltje, zwembaden, een fitnesscentrum en ga zo maar door – het gebouw is er op voorzien om het zo min mogelijk te moeten verlaten, en naarmate je hoger op de sociale ladder staat, woon je ook op een hogere verdieping. Onderaan leeft bijvoorbeeld de nogal ruwe cameraman Richard Wilder (Luke Evans) met zijn vrouw Helen (Elisabeth “Peggy uit Mad Men” Ross); in het penthouse woont de architect van het gebouw, Anthony Royal (Jeremy Irons). Wanneer de elektriciteit en andere voorzieningen het steeds vaker laten afweten, begint de beschaving in de high-rise echter langzaam maar zeker in elkaar te stuiken. Het begint met kleine pesterijen en duw- en trekpartijen, maar al snel gaan de keurige tandartsen, bankiers en gynaecologen’s nachts op plundertocht, worden mannen in elkaar geslagen, vrouwen verkracht en honden aan het spit geregen.

Als roman werd High-Rise vaak geïnterpreteerd als een klassieke klassenstrijd, die op weinig subtiele manier letterlijk werd weergegeven als een oorlog tussen high en low – de onderste verdiepingen van de maatschappij versus de hogere. Maar het is opvallend dat er in het flatgebouw helemaal geen working class mensen wonen; Ballard concentreerde zich in de meeste van zijn boeken op de spirituele, morele en fysieke crisissen van de middenklasse, en High-Rise was geen uitzondering. De inwoners van het gebouw variëren van lower middle class tot upper class, maar de arbeidersklasse komt er niet aan te pas. Bovendien is er ook geen sprake van samenhorigheid tussen de bewoners van de verschillende verdiepingen – clans vormen zich zoals het uitkomt, maar niet gebaseerd op hun sociale klasse. De personages van High-Rise strijden uiteindelijk enkel voor zichzelf en voor hun eigen overleving. De steeds grotere afhankelijkheid van mensen op technologie en wat er gebeurt wanneer die technologie faalt, is een typisch thema voor Ballard, een man voor wie elke vorm van beschaving sowieso slechts een laklaagje is bovenop onze natuurlijke staat – die van een veredeld roofdier. Met High-Rise anticipeerde hij in zekere zin het opkomende Thatcherisme – circa 1980 zou Thatcher de beruchte uitspraak doen dat “there is no such thing as society, only individuals”.

Wheatley geeft een vrij getrouwe, intelligente interpretatie van die thematiek. Hij maakt een prima keuze door de setting van de film in de jaren zeventig te behouden; het flatgebouw ziet er vaagweg futuristisch uit, maar dan wel het soort futurisme dat circa 1975 in zwang was, met veel beton en glas. Ondertussen ademen de kostuums en de kapsels de sfeer van Britse tv-programma’s uit die tijd. Met die retro-stilistiek roept Wheatley bewust herinneringen op aan het werk van Stanley Kubrick (bepaalde scènes hadden kunnen thuishoren in A Clockwork Orange) en vooral John Boorman – Wheatley is een zelfverklaarde fan van Boormans algemeen verguisde, intens bizarre Zardoz (zeker eens zien, het is een belevenis!) en dat merk je.

Waar hij wel afwijkt van Ballard, is in de emotionele toon van zijn film. Ballards schrijfstijl was koel, afstandelijk, bijna alsof hij op een vergadering een zakelijk verslag uitbracht van de gebeurtenissen in het flatgebouw. En die toon veranderde niet tot het einde, ongeacht hoe grotesk de plotwendingen ook werden. Wheatley daarentegen, laat zijn visuele stijl wél mee evolueren met de escalerende verhaallijn: cleane, erg gecontroleerde symmetrische shots tijdens het eerste half uur en daarna steeds meer beweging, steeds meer asymmetrie. Op zich is dat een verraad van de antropologische sfeer waarin Ballard zijn verhalen baadde – een verraad waaraan Cronenberg zich niet schuldig maakte – maar goed, dat is een legitieme keuze van de regisseur.

Wat erger is, is het feit dat de ondergang van het flatgebouw narratief nogal in horten en stoten verloopt. Wheatley grijpt vrij gemakkelijk terug naar het lapmiddel van de montagesequens om te tonen hoe de tijd verloopt en hoe de situatie in het gebouw steeds verder uit de hand loopt. Maar wat we niét krijgen, is een geloofwaardige psychologische motivatie van de personages. We zien in vogelvlucht hoe iedereen zich steeds barbaarser gaat gedragen, maar Wheatley toont daarbij niet welk gedachtenproces daaraan ten grondslag ligt – zelfs niet van zijn drie hoofdpersonages, Laing, Wilder en Royal. Ook durven personages wel eens plots ergens opduiken zonder dat we een duidelijk idee hebben hoe die daar opeens zijn gekomen. Zo maakt Helen plotseling deel uit van de geïmproviseerde harem van Royal, maar dat hebben we niet zien gebeuren.

Wheatley is een ballsy regisseur, met intelligentie en talent, en ook al heeft hij dan niet direct de ideale manier gevonden om Ballards unieke, lastige proza in filmvorm te gieten, High-Rise is en blijft een fascinerende interpretatie van zijn werk.

E-mailadres Afdrukken
 
High-Rise
VK / 2015
Regie: Ben Wheatley
Scenario: Amy Jump
Met: Tom Hiddleston; Jeremy Irons; Sienna Miller; Luke Evans; Elisabeth Moss
Duur: 119 min.


advertentie
Banner

TEST