Banner

Das Cabinet des Dr. Caligari

8.0
Dennis Van Dessel - 15 juli 2009




Over het algemeen worden regisseurs Fritz Lang ('Metropolis') en F.W. Murnau ('Nosferatu') aangehaald als dé twee grote filmmakers van het Duits expressionisme uit de jaren twintig. Wie daarbij vaak vergeten wordt, is Robert Wiene, een huisregisseur van nationale filmstudio UFA (Universum Film Aktiengesellschaft). Nochtans was het Wiene die verantwoordelijk was voor een aantal archetypische expressionistische films - deze 'Dr. Caligari' is allicht de meest bekende, maar ook zijn latere film 'Raskolnikov', uit 1923, gebaseerd op 'Schuld en Boete' van Dostojevski, wordt beschouwd als één van de hoogtepunten van de stijl. Simpel gezegd: beeld jezelf een expressionistische film in, en wat je voor je ziet komt waarschijnlijk regelrecht uit 'Das Cabinet des Dr. Caligari' (of je die film nu al gezien hebt of niet). De decors staan schots en scheef, de achtergronden zijn overduidelijk getekend op een scherm en de belichting is een eminent artificieel spel van licht en schaduw. In de zuiverste traditie van het Duits expressionisme, is 'Dr. Caligari' een film die zich laat voorstaan op zijn eigen gekunsteldheid. (Wat een woord met negatieve connotaties is, maar onterecht: de prent speelt zich nu eenmaal af in een universum waar alles "gemaakt" is. Realisme wordt bewust vaarwel gezegd om plaats te maken voor een surreëel droomlandschap.)

Het verhaal draait rond de student Francis (Friedrich Feher), een student die samen met zijn vriend Alan (Hans Heinrich von Twadowski) en Jane (Lil Dagover), de vrouw op wie de beide mannen verliefd zijn, naar een kermis gaat. Daar ziet hij de show van Dr. Caligari (Werner Krauss), een zelfverklaarde professor die rondreist met Cesare (Conrad Veidt), een somnambulist die al sinds zijn geboorte slaapt. De slaapwandelaar kan echter wel de toekomst voorspellen, beweert Dr. Caligari. Wanneer Alan hem vraagt hoe lang hij nog te leven heeft, is het antwoord schokkend: "Tot morgenvroeg," zegt Cesare. De volgende ochtend blijkt inderdaad dat Alan vermoord werd. Kort nadien wordt er een verdachte opgepakt, maar Francis blijft Dr. Caligari en Cesare verdenken. Na heel wat verwikkelingen volgt Francis de dokter naar een gekkenhuis, waarvan hij zowaar de directeur blijkt te zijn.

Eens een film een bepaalde leeftijd bereikt (en 'Dr. Caligari' werd uitgebracht in 1920), wordt het een sport voor filmcritici en -historici om te bepalen in welke mate de geschiedkundige context invloed uitoefende op het eindproduct. Films die kort voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt hebben daar sowieso altijd last van, maar Duitse films uit het interbellum - om begrijpelijke redenen - nog eens tien keer zo veel. Da's een aanpak die op z'n minst gedeeltelijk wel z'n vruchten kan afwerpen: mensen worden nu eenmaal beïnvloed door de wereld om hen heen, het zijn mensen die films maken en daar gaan we dan. Duitsland beleefde een zware financiële crisis en er heerste een wijd verspreid wantrouwen in de overheid. Dan is het niet te ver gezocht om dat te linken aan de opkomst van de horrorfilm (niet alleen deze, maar twee jaar later ook het iconische 'Nosferatu'), die per definitie een erg negatief wereldbeeld bood. In het specifieke geval van 'Dr. Caligari', is vooral de corruptie van autoriteitsfiguren belangrijk - Dr. Caligari is een psychiater, de chef van een inrichting en bijgevolg iemand die vrij hoog op de sociale ladder staat. Maar hij is blijkbaar ook een krankzinnige moordenaar, dus zo zie je maar weer.

Tot zover is die historische interpretatie van de film zinvol. Andere theorieën moeten dan weer naar de vuilnisbak worden verwezen: sommige critici, waaronder Amerikaanse filmgoeroe Roger Ebert, suggereren dat de film een metafoor is voor het nazisme, waarin Dr. Caligari dan allicht Hitler is en slaapwandelaar Cesare het willoze Duitse volk voorstelt, dat volledig in zijn macht is. Het is natuurlijk makkelijk om elke Duitse film binnen een tijdsspanne van dertig jaar voor of na WO II in dat licht te stellen, maar het slaat geschiedkundig gewoon nergens op: in 1920 stonden de nazi's nog in bierkelders in München te tieren voor een paar honderd mensen. Het zou nog jaren duren voordat ze groot genoeg waren om invloed uit te oefenen op de kunst.

In ieder geval, de filmmakers waren zich zelf meer dan bewust van de antiautoritaire subtekst van hun prent. Oorspronkelijk werd Fritz Lang aangehaald als regisseur, en hij wist achteraf Robert Wiene te overtuigen om een proloog en epiloog toe te voegen aan het verhaal. Wie het einde niet wilt weten, slaat deze alinea best over, want ik ga het nu verklappen: in de epiloog blijkt dat Francis zelf een psychiatrische patiënt is, en dat het hele verhaal gewoon uit zijn waanbeelden bestond. Dr. Caligari is inderdaad de directeur van het gekkenhuis, maar dan wel een minzame, sympathieke figuur. Het is waarschijnlijk de eerste twist ending in de filmgeschiedenis, die twee doelen dient: ten eerste wordt de kritiek op hogere instanties daarmee afgezwakt, omdat het toch maar over het geraaskal van een krankzinnige gaat. (Je zou dat een ietwat laffe vorm van zelfcensuur kunnen noemen.) En ten tweede wordt de expressionistische setting van de film daarmee rationeel verklaard: de decors hebben bizarre, scherpe hoeken, de achtergronden lijken soms wel kindertekeningen en ga zo maar door - maar dat komt omdat het zich allemaal afspeelt in de ziekelijke geest van Francis. Wat we zien tijdens het overgrote deel van de film, is zijn mentale landschap, dat vanzelfsprekend verdraaid en verwrongen is. Ook in dat opzicht is 'Dr. Caligari' een zuiver typevoorbeeld van het expressionisme: de uiterlijke visuele stijl van de film geeft expressie aan het innerlijke van het hoofdpersonage.

Zo vooruitstrevend als de prent visueel is, blijft hij wat de plot betreft toch hangen in de tradities van het theater - je mag tenslotte niet vergeten dat de cinema ontstond als curiosum ("bewegende beelden, komt dat zien, komt dat zien!"), en dat toen mensen het medium gingen gebruiken om verhalen te vertellen, het hun eerste instinct was om terug te vallen op het enige andere medium waarin verhalen fysiek werden uitgespeeld: het toneel. En dus krijgen we hier een formele opdeling van de plot in zes akten, die allemaal netjes een eenheid van actie vormen. Je verwacht bijna dat er tussen elke akte een doek naar beneden wordt gelaten (hoewel de titelkaarten die functie eigenlijk overnemen). Enkele jaren eerder had D.W. Griffith die stijl van vertellen eigenlijk al voorbijgestreefd met 'Birth of a Nation', waarin het camerawerk en de montage onmisbaar waren om het verhaal verteld te krijgen, maar die film was door de Eerste Wereldoorlog nooit in Duitsland vertoond. 'Dr. Caligari' houdt het dus bij het simpelweg registreren van scènes, met weliswaar al enkele dramatische close-ups op gepaste momenten.

Is 'Dr. Caligari', bijna 90 jaar na zijn release, nog altijd een griezelige film? Uiteraard niet - de decors en overdreven make-up van de personages slagen er nog steeds in om een dreigende sfeer te creëren, maar geen enkele film die zo oud is, kan, denk ik, echt angstaanjagend zijn voor een publiek dat in de tussentijd gewend is geraakt aan extreme cinema, zoals de recente vlaag torture porn. Hij is wel nog altijd boeiend om naar te kijken, in de zin dat het verhaal, hoe rudimentair verteld dan ook, je wél meesleept. Dat, gecombineerd met het historische belang van de film en een visuele stijl die nog altijd tot de verbeelding spreekt (waar denk je dat Tim Burton zijn mosterd heeft gehaald?) maken hier sowieso een klassieker van die het verdient om herontdekt te blijven worden.

E-mailadres Afdrukken
 
Das Cabinet des Dr. Caligari
Duitsland / 1920
Regie: Robert Wiene
Scenario: Hans Janowitz; Carl Mayer
Met: Werner Krauss; Friedrick Feher; Conrad Veidt; Lil Dagover
Duur: 74 min.


Uit ons archief
Banner

TEST