Banner

Nosferatu

8.0
Dennis Van Dessel - 03 juni 2008




Het zal voor de meeste mensen altijd wel een mate van zelfdiscipline vereisen om een stomme film te bekijken - je kunt dan wel een cinefiel zijn, maar dammit, ondertussen zit je daar wel anderhalf uur lang naar mensen te zien die onder begeleiding van lichtjes overdreven muziek smoelen staan te trekken om uit te drukken waar ze geen woorden voor kunnen gebruiken. De stijl en onvermijdelijk verouderde vorm van de stomme film zorgen ervoor dat het altijd iets is "waar je je aan moet zetten". Maar de beloning kan groot zijn, als je de juiste film treft, omdat je vaak in een periode van de filmgeschiedenis verzeild raakt waarin je conventies en stijlen ziet ontstaan. Iedereen spreekt steeds over filmgrammatica, maar die bestaat enkel omdat de pioniers van het medium die grammatica eigenhandig hebben uitgevonden. Dat geldt voor maar weinig stomme films zo nadrukkelijk als voor 'Nosferatu', één van de allereerste horrorfilms, en sowieso de eerste 'Dracula'-bewerking ooit gemaakt.

F.W. Murnau, de Duitse regisseur die na 'Nosferatu' zijn stempel op de vroege filmgeschiedenis nog dieper zou indrukken met 'Der Letzte Mann' en 'Sunrise', maakte 'Nosferatu' in 1922. Volgens een overbekende anekdote kon hij de rechten op de originele roman van Bram Stoker niet loskrijgen (of toch niet voor een prijs die hij wilde betalen), waardoor Murnau simpelweg de namen van de personages veranderde en de plot hier en daar bijvijlde, om vervolgens zijn eigen zin te doen. De resulterende prent was echter zo duidelijk een verfilming van Stokers boek, dat de weduwe van de schrijver Murnau een proces aansmeerde (en gelijk had ze). Niet dat dat iets wegneemt van de kwaliteiten ervan. 'Nosferatu' blijft een ijkpunt van de Duitse expressionistische cinema, en zonder meer de meest invloedrijke horrorfilm aller tijden.

De plot draait rond Hutter (Gustav Von Wangenheim), een brave klerk bij een makelaar in onroerend goed die door zijn baas, Knock (Alexander Granach) naar de Karpaten wordt gestuurd om er de excentrieke graaf Orlock (Max Schreck) te ontmoeten. Orlock wilt schijnbaar een huis kopen in Bremen en Hutter moet hem daarbij helpen. Het feit dat Orlock spitse ratoren heeft, klauwen als handen, twee slagtanden in z'n mond en een ongezonde obsessie voor bloed, is echter een hint dat niet alles pluis is in de Karpaten. Wanneer Orlock een foto ziet van Hutters vrouw, Ellen (Greta Schröder), voelt de vampier schijnbaar iets tot leven komen dat al lang niet meer in leven is geweest en hij besluit achter haar aan te gaan.

Een sleutel tot de benadering die Murnau heeft gekozen, ligt in de titel. Het originele 'Dracula' was wegens copyright overwegingen niet mogelijk, wat leidde tot 'Nosferatu', afgeleid van het Griekse woord "nosophoros", wat "ziektedragend" betekent (ja, ik heb 'm ook moeten opzoeken). Dat idee van vampirisme als een besmettelijke ziekte die veel gemeen heeft met de pest is sterk aanwezig in de hele film. Graaf Orlock wordt continu geassocieerd met ratten: niet alleen lopen er voortdurend ratten door het decor, maar ook zijn make-up is erop bezien hem zoveel mogelijk op zo'n beest te doen lijken. En los daarvan is er natuurlijk het gegeven dat je vampier wordt door bloed te drinken en te zuigen - Murnau is zich erg bewust van de (weliswaar nogal voor de hand liggende) connotaties die dat mee zich meebrengt: besmetting via lichaamsvloeistoffen, gevolgd door een fatale ziekte. Geen wonder dat het 'Dracula'-verhaal vele jaren later nog gebruikt zou worden als een metafoor voor aids.

Die fascinatie met ziektes heeft veel te maken met de tijd waarin 'Nosferatu' werd gemaakt. Tijdens het interbellum was Duitsland in een diepe economische crisis gesukkeld als gevolg van het verdrag van Versailles. Vlak na WO I was er bovendien een verwoestende griepepidemie losgebroken die volgens sommige bronnen meer doden eiste dan de oorlog zelf. Mensen hadden geen geld en geen eten. De preoccupatie van Murnau met ziektes, en zijn gebruik van de vampier als een ziektedrager, is dan ook niet meer dan logisch. Wat daarbij wel verloren gaat, is Bram Stokers religieuze inhoud. Er valt geen crucifix te bespeuren in 'Nosferatu' en de manier waarop Dracula een persoonlijke vete had met God, wordt hier volledig genegeerd.

Andere veranderingen aan de plot zijn veelal vereenvoudigingen, die personages elimineren en het geheel rechtlijniger maken. Professor Van Helsing, nochtans een centrale figuur in het boek, komt hier maar heel even kijken en ook de eindconfrontatie tussen Dracula/Graaf Orlock en de andere personages wordt geëlimineerd. De vampier gaat in deze versie van het verhaal dood (spoiler, spoiler) omdat hij te lang bij zijn "geliefde" Ellen wilt blijven en getroffen wordt door het zonlicht (in Stokers boek kon Dracula zich overigens wel degelijk bij daglicht voortbewegen, alleen was dat niet zijn natuurlijke tijd; het cliché dat een vampier ter plekke opbrandt als hij met daglicht in contact komt, werd in deze film geïntroduceerd).

Dat alles wordt verpakt in een visuele stijl die, ondanks de gezegende leeftijd van de prent, nog steeds rechtstreeks of onrechtstreeks invloed uitoefent op (horror)films van tegenwoordig. Eigen aan het Duits expressionisme is het gebruik van sterke, dramatische lijnen - vaak diagonalen. Huizen die schots en scheef staan, rekwisieten die vaak simpelweg niet in verhouding zijn en zware, dramatische make-up. In het geval van 'Nosferatu' gebruikt Murnau die stilistiek met mate. De decors zijn relatief realistisch (vergelijk maar eens met 'Das Cabinet des Dr. Cligari', waarin de personages haast alpinisten moesten zijn om een straat door te lopen), maar de make-up is dan weer way over the top. Niet alleen loopt Max Schreck rond als het grootste knaagdier ter wereld, maar let ook op Alexander Granach als makelaar Knock, die van onder zijn groteske wenkbrauwen loopt te grijnzen alsof hij solliciteert voor "maniak van het jaar".

Murnau houdt er overigens van om zijn personages te framen in deuropeningen en andere doorgangen, wat een erg claustrofobische sfeer opwekt en bovendien de grootte van personages kan manipuleren. Als je wilt dat een personage er gigantisch groot uitziet, dan moet je 'm maar een deurgat helemaal op laten vullen et voilà, je hebt je effect. Het horrorcliché om personages aan de randen van het beeld te laten staan (je weet dan namelijk nooit wat er zich net buiten die randen bevindt) wordt hier ook gretig aangewend, samen met een aantal iconische, onvergetelijke shots: denk maar aan Orlock die stokstijf recht veert uit zijn doodskist (een beeld dat ontelbare malen geïmiteerd en geparodieerd zou worden), of de schaduw van zijn hand die het hart van Ellen vastgrijpt. Zelfs het gebruik van kleurtinten is vooruitstrevend: sepia voor heldere shots, blauw voor scènes die zich in het donker afspelen. Op bepaalde momenten blazen personages bijvoorbeeld een kaars uit, waarna het beeld van sepia naar blauw gaat.

De vereenvoudigingen van het verhaal werken niet altijd in het voordeel van de film - Bram Stokers roman was verrassend rijk aan thema's en betekenislagen, en gedeeltelijk gaat dat verloren voor een meer rechtlijnige aanpak, waarin sterk wordt ingezoomd op één aspect (dat van vampirisme als ziekte, met een o zo lichte seksuele ondertoon). Maar laat dat u vooral niet tegenhouden om deze klassieker te ontdekken. Oké, je moet de afstand in tijd en techniek overwinnen, maar als historisch document en voorloper van zowat elke horrorfilm uit de tachtig jaar daarna, is dit niet te missen.

E-mailadres Afdrukken
 
Nosferatu
Duitsland / 1922
Regie: F.W. Murnau
Scenario: Henrik Galeen
Met: Max Schreck; Gustav Von Wangenheim; Greta Schröder; Alexander Granach
Duur: 93 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST