Banner

Rhapsody in August

4.0
Dennis Van Dessel - 13 juni 2007




Het is bijna beangstigend om vast te stellen hoe in zijn laatste films Akira Kurosawa zich lijkt te hebben voorbereid op de dood. Vanaf 'Ran', zijn laatste meesterwerk, tot aan 'Madadayo', zijn adieu aan de cinema en aan de wereld, was hij merkbaar bezeten door het idee van vergankelijkheid. Naarmate zijn carrière en leven zich naar hun einde toe bewogen, vertelde Kurosawa haast uitsluitend nog verhalen over mensen die zelf ook hun einde voelden naderen, en hun zaken nog niet op orde hadden gesteld. In 'Ran' ging het over een oude krijgsheer die zijn rijk ziet instorten onder het beheer van zijn zonen. In 'Dreams' kregen we - vaak nogal zweverige - bespiegelingen over de goede manier om met de dood om te gaan (door het te aanvaarden als een deel van het natuurlijke levensproces), versus de slechte manier (door je er tegen te verzetten). En hier, in 'Rhapsody in August', gaat Kurosawa nog een stap verder door de naderende dood van een oude vrouw in de context te plaatsen van één van de ultieme slachtpartijen in de geschiedenis: de atoombom op Nagasaki.

Kané is een grootmoeder die al jaar en dag in een huisje woont ergens in de buurt van Nagasaki. 45 jaar eerder verloor ze haar man toen de Amerikanen de bom lieten vallen, en sindsdien heeft ze altijd een zekere wrok tegenover de VS behouden. Wanneer ze te horen krijgt dat ze nog ergens in Hawaii een broer heeft zitten die op sterven ligt, wordt ze dan ook geconfronteerd met een moeilijke keuze: maakt ze van haar hart een steen door toch naar Amerika te trekken en hem op te zoeken? Of weegt het verleden uiteindelijk te zwaar door? Haar kinderen vertrekken meteen richting Waikiki Beach, en laten de kleinkinderen bij Kané achter. Tijdens die zomer leren de jongste telgen van de familie wat de atoombom precies betekende voor degenen die erbij waren, terwijl Kané probeert om een beslissing te nemen.

Kurosawa heeft als filmmaker de hele Tweede Wereldoorlog meegemaakt, en in de nasleep ervan maakte hij heel wat films die direct of indirect de invloed van de Amerikaanse cultuur op de Japanse behandelden ('Scandal', 'Stray Dog'), maar het was pas in 1990 dat hij het grote woord eindelijk in de mond durfde te nemen en een film durfde te draaien die zonder excuses over de bom ging. ('I Live in Fear' ging dan wel over de dreiging van een atoomoorlog, maar dan in de context van de koude oorlog, niet van WO II.) De regisseur was altijd al een man van de morele dilemma's, en hier heeft hij er een hele mooie: er bestaat immers nauwelijks een groter moreel vraagstuk dan dat van kernwapens. Valt het gebruik ervan ooit te verantwoorden? En eens je zoiets hebt meegemaakt en overleefd, in welke mate kun je dan van jezelf verwachten om achteraf verder te gaan met je leven?

Dat zijn op zich interessante vragen, maar Kurosawa doet zijn publiek, zijn film en zichzelf geen plezier door die vragen een beetje te laten rondzweven in een film die bitter weinig context biedt. De kleinkinderen van Kané maken de éne tocht door Nagasaki na de andere, en voor het eerst worden ze zich bewust van wat hun grootmoeder heeft meegemaakt. Ze zien een klimrek dat door de knal helemaal scheefgetrokken en geblakerd is, bewaard zoals het is bij wijze van monument. Ze zien herdenkingsstenen, gemaakt door kunstenaars van over de hele wereld, en nog andere symbolische plekken en voorwerpen die de gruwel van 9 augustus 1945 in de herinnering moeten bewaren. Allemaal goed en wel, maar daarmee speelt Kurosawa haast uitsluitend in op het sentiment van het publiek, zónder enige context te geven. Wanneer één van de kleinkinderen na hun omzwervingen zegt: "Nu besef ik pas hoe weinig we wisten over de atoombom", krijg je spontaan zin om te antwoorden: "En weet je er nu dan zoveel méér van?" Historische omkadering is immers volledig achterwege gelaten. We horen nooit waaróm die bom nu werd gedropt, en de rol van Japan in de Tweede Wereldoorlog wordt nergens aangehaald. Het gooien van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki is allicht op geen enkele manier goed te praten, daar gaat het ook niet over. Maar als Kurosawa rond dat thema een film wilde draaien met een reële inhoud, een film die serieuze morele vragen stelt, dan had hij echt wel wat dieper mogen graven dan enkel het tonen van een vernielde speeltuin om aan te geven hoe erg het allemaal wel was.

Anderzijds gaat 'Rhapsody in August' ook over een generatie- en cultuurconflict. Kané is een oude vrouw met een ouderwetse levensstijl, die vaak sterk conflicteert met die van haar kleinkinderen. Ze heeft geen tv, eet traditioneel voedsel en voelt een gezond wantrouwen tegenover al wat westers is. Haar kleinkinderen daarentegen, lopen rond in jeans en t-shirts van Amerikaanse universiteiten. Naarmate de film vordert, zien we die twee filosofieën (de éne zeer oosters, de ander zeer westers) naar elkaar toe groeien, wat culmineert in een bezoek van Clark (Richard Gere, godbetert), de Amerikaanse neef van Saké.

Dat alles is inhoudelijk best nog wel boeiend, maar levert in dit geval geen bijster meeslepend drama op. In plaats van zich te concentreren op de interne strijd van Saké, besteedt Kurosawa het meeste tijd met de kinderen, die braaf van het éne monument naar het andere sjokken om grondig onder de indruk te komen van het leed van hun grootouders. Die koters gedragen zich op geen enkel moment als echte tieners, maar lijken eerder weggelopen uit een didactisch schoolfilmpje waarin Anneke en Janneke over de Tweede Wereldoorlog leren. Mak als schaapjes slikken ze wijze levenslessen over de terreur van een kernoorlog, maar ze komen nooit tot leven als personages.

Saké zelf is iets interessanter, maar ook het centrale conflict waarvoor zij komt te staan, wordt beleefd via de kinderen, niet via haar persoonlijke ervaring. We weten wat Saké doormaakt omdat haar kleinkinderen er over speculeren. Bovendien valt Kurosawa in de val van het "uitleggen in plaats van tonen". Waar hij in vroegere films, buiten de dialogen, ook een prachtige beeldtaal gebruikte om de innerlijke levens van de personages tot leven te wekken, houdt hij het hier grotendeels bij lange, overnadrukkelijke teksten. Wanneer hij aan het einde van de film dan toch één sequens inlast waarin hij zijn oude visuele poëzie nog eens bovenhaalt, is dat dan ook meteen het mooiste deel van de film.

'Rhapsody in August' is een erg nobele, eerbiedige film, maar als drama wérkt het niet. Met intenties alleen maak je immers geen prent - uiteindelijk komt het er toch altijd maar op aan of er personages in rondlopen waar je iets voor kunt voelen en of er ergens een verhaallijn inzit die in staat is om je mee te slepen. En dat ontbreekt er hier dus aan.

E-mailadres Afdrukken
 
Rhapsody in August
Japan / 1991
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa
Met: Sachiko Murase; Richard Gere; Hisashi Igawa
Duur: 94 min.


Uit ons archief
Banner

TEST