Banner

Dreams

3.0
Dennis Van Dessel - 13 juni 2007




Zijn hele carrière lang was Akira Kurosawa op z'n best wanneer hij de humanist in zichzelf mocht laten spreken. De regisseur had blijkbaar een diep geworteld gevoel voor goed en kwaad, en hij plaatste zijn personages dan ook met de regelmaat van een klok voor zware morele keuzes die werden geïllustreerd met indrukwekkende dramatische situaties (de ontvoering in 'High and Low', de dokter die niet voor het geld kiest in 'Red Beard'). Een andere kant van zijn persoonlijkheid, die pas laat in zijn oeuvre echt zichtbaarheid kreeg, was Kurosawa de ecologist. De natuurliefhebber die zo zijn eigen gedachten had over de invloed van de mens op zijn omgeving. Het is die Kurosawa die we te zien kregen in 'Dersu Uzala' en het is die Kurosawa die terugkeert in 'Dreams'. In 'Dersu Uzala' wist hij met dat gegeven nog een degelijke film te maken, maar in het geval van 'Dreams' was dat wel even anders. De teleurstelling was overigens eens zo groot, omdat de prent volgde op 'Ran', één van zijn grootste meesterwerken. Hoe het ook zij, 'Dreams' is de eerste film waarin je de leeftijd van de regisseur écht voelt doorwegen. Kurosawa was tachtig toen hij hem maakte, en de indruk die je krijgt is die van een oude man die de formele eigenschappen van zijn medium helemaal in de vingers heeft (kadrering, kleuren, cameragebruik), maar ze vervolgens aanwendt om een langdradige zedenpreek te houden.

'Dreams' bestaat uit acht kortfilms, of dromen, die allemaal terugkeren naar dezelfde thema's. Eerst zien we een klein jongetje dat de vossen in het bos bespioneert tijdens één van hun rituelen en achteraf vergiffenis moet gaan vragen. Dan krijgen we een ander kind dat geconfronteerd wordt met de geesten van een omgekapte boomgaard. Een aantal bergbeklimmers die vastzitten in een sneeuwstorm en gered worden door een mysterieuze, engelachtige figuur. Een commandant die zijn dode soldaten terugziet en hen om vergeving vraagt omdat hij hen de dood heeft ingejaagd. Vincent Van Gogh die uitlegt dat de natuur hem dwingt om te schilderen. Een kernramp in Japan na het uitbarsten van de vulkaan Fuji. Gemuteerde bloemen en mensen na een atoomoorlog. En tenslotte een vreugdevolle begrafenis in een dorpje waar de natuur nog centraal staat. Acht korte segmenten, allemaal even somptueus in beeld gebracht, waarin de relatie tussen mens en natuur wordt bestudeerd en Kurosawa tot een aantal conclusies komt die je niet anders kan noemen dan pedant.

Wat is immers de voornaamste conclusie van 'Dreams'? Dat telkens wanneer de mens inbreuk pleegt op de natuur, hij in de problemen komt. In één van de verhalen wordt een boomgaard vernield, en de bomen komen zelf symbolisch om tekst en uitleg vragen. In een ander leidt een poging van de mens om de natuur te overwinnen door een berg te beklimmen, tot rampzalige gevolgen - ze hadden maar wat meer respect moeten hebben voor die berg, door in te zien dat het niet aan hen was om er bovenop te gaan staan, om zichzelf te verheffen boven de natuur. En dan zwijgen we nog over het verhaaltje rond de kernramp: de centrale vliegt in brand na een eruptie van een vulkaan. De natuur neemt wraak op de mens, die met zijn atoomenergie probeert om van de aarde afkomstige energie te overstijgen. Anderzijds zien we in het laatste stukje een dorp vol mensen die helemaal in harmonie met de aarde leven, en zelfs de dood aanvaarden als een noodzakelijk onderdeel van de natuurlijke levenscyclus, waar je dus niet treurig om hoeft te zijn. En stel je voor, die mensen zijn gelukkig. De enige gelukkige mensen die we tegenkomen in 'Dreams'.

In principe zijn dat misschien allemaal wel mooie ideeën, maar ze worden verpakt in een film die zo openlijk belerend is, dat het na een tijdje behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Het verhaal rond de kernramp en dat daarna, over de mutanten na de atoomoorlog, zijn weinig meer dan lang uitgerokken monologen van één van de personages, over hoe slecht de mens wel bezig is wanneer hij tegen de natuur in gaat. Point taken, maar het is ongeveer zo subtiel als een aambeeld op je kop.

De visuele vormgeving is evenwel nog steeds indrukwekkend. Kurosawa gaat hier verder op de weg die hij met z'n laatste paar films was ingeslagen: de kleuren zijn alweer even fel en de kadreringen even formeel: allemaal nauwgezet symmetrische shots, waarbij er maar weinig camerabeweging valt terug te vinden. De regisseur grijpt daarbij terug naar de conventies van het traditionele Japanse Kabuki-theater, zeker tijdens de eerste twee verhaaltjes. De vossen aan het begin worden gespeeld door mensen in make-up, die in een trage, gracieuze processie voorbij schrijden en af en toe stilstaan om achter zich te kijken. De geesten van de bomen in het tweede verhaal zijn ook weer acteurs in prachtige kostuums, die een zorgvuldig georchestreerde dans uitvoeren. Kurosawa probeert daar inhoudelijke betekenis te leggen in vorm en beweging, net zoals dat bij Kabuki het geval is. Het resultaat is bevreemdend maar - zolang het duurt - in ieder geval fascinerend. Liever dat dan de latere segmenten, waarin Kurosawa steeds meer op geforceerde dialogen gaat vertrouwen om de betekenis van zijn dromen duidelijk te maken.

Het enige punt waarop de visuele stijl echt gaat storen, is in het verhaal rond Vincent Van Gogh, waarin het hoofdpersonage op een bepaald moment letterlijk door Van Goghs schilderijen begint te lopen. Dat effect doet op een onaangename manier denken aan introductiefilmpjes over kunst voor een middelbare school. Bovendien werd om onverklaarbare redenen Martin Scorsese (dé Martin Scorsese, jaja) gecast als Van Gogh. Het probleem is niet zozeer dat Scorsese slecht acteert (hoewel ik zeer blij ben dat hij zijn regisseurscarrière niet vaarwel heeft gezegd), als wel dat die man niks, maar dan ook niks in die film te zoeken heeft.

Dat alles kruipt over je scherm aan een slakkengangetje. We krijgen lange stiltes, lange shots waarin de personages naar elkaar kijken en erover nadenken of ze misschien iets zouden zeggen, lange scènes waarin ze wandelen en nog wandelen en nog wat verder wandelen. Doorgaans was Kurosawa er wel de regisseur naar om met een traag tempo tóch te kunnen blijven boeien, maar hier verliest hij simpelweg zijn evenwicht - het resultaat is dat het tweede uur van 'Dreams' eeuwen lijkt te duren.

Zo zie je maar, ook de allergrootsten hebben zo hun missers. 'Dreams' toont één van de beste regisseurs ter wereld die aan het einde van zijn leven nog een aantal belangrijke dingen wou meegeven. Boodschap begrepen, maar had hij het nu écht niet in een boeiende film kunnen verpakken? Tijdens zijn vorige kon hij dat nog zo goed.

E-mailadres Afdrukken
 
Dreams
Japan / 1990
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa
Met: Akira Terao; Hisashi Igawa; Yoshitaka Zushi; Martin Scorsese
Duur: 116 min.


Uit ons archief
Banner

TEST