Banner

Ran

10.0
Dennis Van Dessel - 13 juni 2007




In 1985, vijftien jaar nadat hij het scenario schreef en vijf jaar na zijn vorige film, 'Kagemusha', maakte Akira Kurosawa zijn laatste grote meesterwerk. Sinds de Japanse filmindustrie hem als een baksteen liet vallen na het immens dure en problematische 'Red Beard' in 1965, had de eens zo populaire regisseur het onwaarschijnlijk moeilijk om überhaupt nog een film gedraaid te krijgen. 'Dodes'ka-den' werd een commerciële flop, voor 'Dersu Uzala' werd hij naar Rusland verbannen en 'Kagemusha' kwam er enkel dankzij de hulp van Francis Ford Coppola en George Lucas. Ook toen 'Ran' eindelijk in productie ging in '84, vertrouwden zijn landgenoten hem nog steeds niet helemaal. Kurosawa moest zijn budget rondkrijgen met Franse steun. Maar zoals mijn grootmoeder altijd zei: moeilijk gaat ook, en na anderhalf decennium lang met het verhaal in z'n kop rond te lopen, bewees Kurosawa dat hij nog minstens één briljante prent in zich had. 75 jaar oud, met steeds slechter zicht en teleurgesteld in de business waar hij zijn leven aan gewijd had, maakte hij een adaptatie van 'King Lear' waarin hij al zijn wanhoop en walging op onvergetelijke manier tot uiting wist te brengen. In 'Ran' zien we een regisseur aan het werk die koste wat het kost aan de hele wereld wil bewijzen dat hij nog niet is afgeschreven, dat hij het nog kàn. En verdomd, hij kon het nog.

In navolging van de tragedie van Shakespeare, draait 'Ran' rond een oude krijgsheer, Hidetora (Tatsuya Nakadai), die er zijn hele leven lang vrolijk op losgevochten heeft om uiteindelijk een uitgebreid, vredevol rijk onder zich te verenigen. Nu hij zijn oude dag voelt naderen, besluit Hidetora om zijn gebied te verdelen onder zijn drie zonen. Zijn oudste zoon Taro krijgt de algemene leiding en het eerste kasteel. Tweede zoon Jiro krijgt het tweede kasteel en de opdracht om te luisteren naar zijn broer. Derde zoon Saburo krijgt het derde kasteel met dezelfde instructies erbij. Taro en Jiro knikken braaf van ja en beloven de wensen van hun vader te gehoorzamen, maar Saburo ligt dwars. Hij wijst zijn vader erop dat het enkel een kwestie van tijd zal zijn voordat de broers zich tegen elkaar keren en het land weer ten oorlog kan trekken. Dat is niet wat Hidetora wil horen, en de oude man verbant zijn jongste spruit. Wat niet zo'n slimme zet was, want uiteraard had Saburo gelijk: binnen de kortste keren wordt Hidetora verraden door zijn twee oudste zoons, die hevig gemanipuleerd worden door de echtgenote van Taro, Dame Kaede (Mieko Harada).

'Ran' is een film die waarschijnlijk alleen door een oudere man gedraaid had kunnen worden, zowel thematisch als stilistisch. Thematisch is er natuurlijk gewoon de plot, die draait rond een oudere man die zijn dood voelt naderen en probeert om zijn zaken op orde te stellen, enkel om te ontdekken dat hem geen geestesrust gegund is. Wie dat wil, kan maar al te makkelijk paralellen trekken met Kurosawa's eigen carrière, en de manier waarop hij zich verraden voelde door het Japanse filmwezen. Meer dan veertig jaar lang zat Kurosawa al achter een camera, en aan het einde van die rit moest hij in het Westen geld gaan zoeken.

Maar dat soort van "spot-de-autobiografische-elementen"-spelletjes lijkt me uiteindelijk niet echt lonend. Wat interessanter is, is de algemene wereldvisie die spreekt uit 'Ran'. Saburo zegt aan het begin van de film niét tegen zijn vader dat een vredevolle samenwerking tussen de drie zoons onmogelijk is omdat zijn broers een slecht karakter hebben. Nee, hij houdt het op algemenere motivaties. De wereld zit nu eenmaal zo niet ineen. Mensen kunnen macht niet delen zonder het allemaal voor zichzelf op te eisen. Dat moét misgaan, los van de individuele intenties van de personages. Elke pretentieuze prof literatuur zal je uitleggen dat dat één van de fundamentele eigenschappen van elke ware tragedie is: onvermijdelijkheid. Het gevoel dat het nooit anders had kunnen lopen, zelfs los van de vrije wil. De personages zijn voor een groot deel slechte mensen, ja, maar dan vooral omdat de wereld op zichzelf corrupt is.

In die zin is het ook boeiend dat Hidetora, die hier wordt opgevoerd als slachtoffer van de eerzucht van zijn zonen, zelf ook niet zo'n bijster sympathiek personage is. We komen te weten dat hij zijn rijk bij elkaar heeft geplunderd: hij veroverde zijn eerste kasteel op de vader van Dame Kaede, en verplichtte haar vervolgens om met zijn oudste zoon te trouwen - kun je het haar echt kwalijk nemen dat ze achteraf op wraak zint? Een ander kasteel brandde hij plat, en hij liet de dochter van die heer als concubine van zijn tweede zoon dienen. Haar broer stak hij de ogen uit. Wanneer Hidetora alles kwijt is, verraden door zijn zonen, klopt hij vertwijfeld aan bij een vermolmd hutje. De man die er woont, is de blinde broer.

De suggestie die Kurosawa maakt, is dat Hidetora achtervolgd wordt door bad karma. Zijn slechte, oorlogszuchtige daden worden hem nu verrekend. Hij wordt gestraft voor wat hij eerder in zijn leven verkeerd heeft gedaan. Life's a bitch: de orde van de wereld staat je nauwelijks anders toe dan dat je egoïstisch en vernielzuchtig handelt, maar daarna krijg je wel de rekening gepresenteerd voor de fouten die de natuur in je menselijke aard heeft ingebakken.

De kans dat u hier vrolijk fluitend zult vandaan komen is dan ook gering, maar de stilistische vormgeving maakt hier toch een opwindend schouwspel van. Kurosawa neigde in zijn latere leven naar een steeds grotere eenvoud, en die lijn wordt hier regelrecht doorgetrokken. Alles wordt in long shot of hooguit in medium shot gefilmd. Er zit welgeteld één close-up in de hele film. Kurosawa houdt zijn camera zoveel mogelijk stil, en de bewegingen die er dan toch plaatsvinden, zijn eenvoudig en subtiel. Hij laat zijn acteurs door het kader bewegen, zonder daar verder al te veel aan toe te voegen. Zelfs de veldslagen worden vanop een afstand gefilmd, met haast continu gebruik van overzichtshots - Kurosawa observeert zijn personages als een kille, onbetrokken God die neerkijkt op zijn zieligste creatie, de mens. Die stijl versterkt de inhoud: de mens probeert maar tegen z'n negatieve natuur te vechten, tegen z'n bad karma, maar God, Boeddha of noem het zoals je wil, kan het geen bal schelen. Die kijkt toe vanop een afstand en grijpt nooit in.

Daaraan koppelt Kurosawa de typerende theatrale acteerstijl die terugkeert in de meeste van zijn films: vooral hoofdrolspeler Tatsuya Nakadai, nochtans miscast in 'Kagemusha', maakt hier meesterlijk gebruikt van grootse gebaren en gegrolde zinsgrepen. Met zijn fel overdreven make-up doet hij sterk denken aan een archetype uit het Noh-theater, een kunstvorm die hier, net zoals in die andere Shakespeareverfilming, 'Throne of Blood', nadrukkelijke invloeden heeft.

'Ran' heeft een kalm tempo, maar in tegenstelling tot 'Kagemusha' wordt hij nergens langdradig, met een helder vertelde plot die zich continu blijft ontwikkelen - in 'Kagemusha' zaten een aantal scènes die eigenlijk niet veel bijdroegen, hier is dat niet het geval. We zien hier een regisseur die triomfantelijk al zijn critikasters een neus zet. Dat verhaal, die thema's, die prachtige visuele stijl met dat fantastische gebruik van primaire kleuren... Dit is een waar genot voor elke zichzelf respecterende filmfreak.

E-mailadres Afdrukken
 
Ran
Japan / 1985
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa; Hideo Oguni; Masato Ide
Met: Tatsuya Nakadai; Akira Terao; Jinpachi Nezu; Mieko Harada
Duur: 160 min.


Uit ons archief
Banner

TEST