Banner

Drunken Angel

7.0
Dennis Van Dessel - 12 juni 2007




Akira Kurosawa zat al acht films ver in zijn carrière toen hij 'Drunken Angel' maakte, maar voor alle praktische doeleinden is dit zijn debuut. Voor het eerst had de man die later zou uitgroeien tot verreweg de bekendste Japanse regisseur aller tijden de volledige artistieke controle over z'n film. Voor het eerst werkte hij samen met zijn fetisjacteur Toshiro Mifune. Voor het eerst begon hij thema's te verkennen die later kenmerkend zouden worden voor zijn carrière. En, niet onbelangrijk voor wie tegenwoordig een beeld wil krijgen van Kurosawa's werk, het is ook gewoon zijn vroegste film die algemeen verkrijgbaar is.

Tot dan toe had Kurosawa vrijwel uitsluitend gewerkt als regisseur en schrijver in dienst van de Toho-studio's, die weinig memorabele judofilms en romantische fantasietjes in elkaar mocht draaien. Een broodfilmer zoals alle anderen, ver verwijderd van de berucht perfectionistische, haast dictatoriale auteur die hij later zou worden. 'Drunken Angel' was zijn overgangsfilm, de prent waarmee hij zijn (relatieve) onafhankelijkheid opeiste, en het resultaat is er dan ook naar: een sombere film over een ziek land dat zich in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog probeert te herpakken.

Takashi Shimura speelt dokter Sanada, een arts die ergens in een vunzig Japans stadje anno 1948 probeert om zo goed mogelijk zijn job te doen. De stad waar hij woont lijkt uitsluitend bevolkt te worden door een verarmde groep sukkelaars, waarvan de kinderen continu spelen aan een modderpoel, en door yakuza's, gangsters die zich ophouden in de plaatselijke danszalen. Sanada wandelt door z'n leven met het berekende cynisme van een gevoelsmens die te vaak is teleurgesteld: hij drinkt als een Zwitser en spuit sarcastische terzijdes tegen iedereen die maar luisteren wil. Op een avond loopt de gangster Matsunaga (Toshiro Mifune) zijn praktijk binnen met een kogel in zijn hand. Nadat Sanada die verwijderd heeft, komt de dokter tot de vaststelling dat de yakuza aan TBC lijdt. Hoewel hij beweert dat het hem allemaal niet kan schelen, probeert Sanada Matsunaga er toch van te overtuigen zich te laten verzorgen. Maar die heeft andere problemen: misdadig brein Okada (Reisaburo Yamamoto) is net uit de gevangenis gekomen, en dreigt Matsunaga's gebied in de stad over te nemen.

Kurosawa werd altijd al één van de meest verwesterde regisseurs in Japan genoemd - iets dat hem, zeker in 1948, niet altijd in dank werd afgenomen - en de invloeden van de Amerikaanse cinema zijn ook hier al duidelijk voelbaar. De visuele stijl, met diepe schaduwen, licht dat door luxaflexen naar binnen komt gevallen en close-up shots van in sigarettenrook gehulde gangsters, roept sterke herinneringen op aan de film noir. Ergens ook wel logisch - als de post-WO II desillusie waarvan de film noir altijd het product heet te zijn al zo sterk aanwezig was in het land dat die oorlog won, hoe moeten de verliezers zich dan wel gevoeld hebben? 'Drunken Angel' werd gemaakt in een land dat slechts drie jaar eerder twee atoombommen op z'n kop had gekregen en dat nu, op de één of andere manier, moest beginnen aan een wederopbouw. Kurosawa zou later nog een aantal films rond dat thema maken, naarmate die reconstructie aanleiding gaf tot het moderne, industriële corporate Japan van tegenwoordig ('High and Low', 'The Bad Sleep Well').

Hier gebruikt hij de tuberculose van één van de hoofdpersonages als metafoor voor de staat waarin het land zich bevindt: een verziekte modderpoel die misschien (héél misschien) nog genezen kan worden, als er maar een breuk gemaakt kan worden met het verleden. Net zoals Matsunaga misschien een kans op overleven heeft als hij kan ophouden met roken, zuipen en feesten. En met op zich te laten schieten, dat helpt ook altijd. Anderzijds symboliseert de TBC van de yakuza ook gewoon de criminaliteit zelf - een ziekte op zich die je langzaam maar zeker van binnenuit wegvreet.

Die metafoor wordt niet bepaald subtiel aan de man gebracht. 'Drunken Angel' is in zekere opzichten een film waarin Kurosawa nog een beetje zijn stem aan het zoeken is, en de manier waarop hij ons regelmatig met onze neus in zijn symboliek duwt ("heb je 't wel gesnapt?") is er soms wat te veel aan. Dat laat zich zeker voelen aan het einde, waarin de regisseur niet kan weerstaan aan een dot sentiment die in zijn latere films nooit nog zo nadrukkelijk aanwezig zou zijn.

Daar staat wel tegenover dat de situaties en dialogen van 'Drunken Angel' over het algemeen vrij realistisch zijn. Het clichébeeld van Kurosawa's films is natuurlijk dat van de samoerai-epossen, waarin erg gestileerd wordt geacteerd en de scènes duidelijk constructies zijn. Hier wordt meer op naturalisme gemikt - 'Drunken Angel' was natuurlijk hedendaags toen hij uitkwam, maar kan nu perfect dienen als tijdsdocument. Neem nu de openingsscène: Matsunaga zegt tegen dokter Sanada dat hij een spijker in z'n hand heeft geslagen. Sanada verwijdert de kogel, houdt die in z'n pincet omhoog en zegt cynisch: "Is dat een spijker?" Een eenvoudig regeltje tekst, je hoeft geen Shakespeare te zijn om dat te schrijven, maar het komt wel erg natuurlijk over. Op dat moment krijg je het gevoel dat je naar echte mensen aan het kijken bent, en het is op die momenten dat 'Drunken Angel' op z'n best is. Wanneer Kurosawa daarentegen openlijk op emotie of (nog erger) morele verontwaardiging begint te mikken, gaat de film à la minute stroever verlopen. Wanneer Sanada naar de modderpoel achter z'n praktijk kijkt en tegen Matsunaga zegt: "Jouw longen zijn even bedorven als deze brij," krijg je spontaan zin om naar het scherm te roepen: "Ja, ik snàp 'm echt wel!" Gelukkig voor ons zijn de momenten die wél werken in de meerderheid.

Kurosawa werkte zestien keer samen met Toshiro Mifune, die er hier ontstellend jong en mager uitziet in vergelijking met z'n bekendere films, maar Takashi Shimura liet hij maar liefst 19 keer opdraven, zij het dan vaker in bijrollen. Shimura zal wellicht altijd herinnerd worden als de leider van de 'Zeven Samoerai' en als de stervende man in 'Ikiru', maar levert ook hier een indrukwekkende prestatie als cynische dokter, van wie we toch de hele tijd blijven aanvoelen dat hij eigenlijk een gevoelig mens is. Zonder over de top te gaan suggereert Shimura wat er schuil gaat achter die facade van sarcasme. Ook Mifune doet het uitstekend. Zijn vertolking hier is zo ongeforceerd en geloofwaardig, dat je meteen een idee krijgt van het bereik dat die man eigenlijk had. Dit lijkt in niets op zijn zwaar gestileerde samoerai-werk.

'Drunken Angel' is nog geen Kurosawa grand cru. Je zit hier met een regisseur die voor het eerst zijn eigen zin mag doen en nog een beetje zijn draai aan het zoeken is. Maar visueel is alles al dik in orde, thematisch was hij in ieder geval met interessante dingen bezig en er zitten ook in deze vroege film al krachtige scènes waarin uitstekende acteurs volop hun ding mogen doen. Goede voortekens, dus.

E-mailadres Afdrukken
 
Drunken Angel
Japan / 1948
Regie: Akira Kurosawa
Scenario: Akira Kurosawa; Keinosuke Uegusa
Met: Takashi Shimura; Toshiro Mifune; Reisaburo Yamamoto; Michiyo Kogure
Duur: 94 min.


Uit ons archief
Banner

TEST