Banner

La Haine

9.0
Dennis Van Dessel - 16 juli 2006




Soms doen regisseurs hun beste werk als jonge honden, wanneer er nog een zekere drang bestaat om iets te vertellen, en voordat de zakelijke, commerciële kant van de business alles overneemt. Dat lijkt zeker en vast het geval te zijn voor Mathieu Kassovitz, die in 1995 de filmwereld op z'n kop zette met 'La Haine' - prijs voor de beste regisseur in Cannes, verhitte debatten over het onderwerp van de film in elke talkshow en noem maar op - om vervolgens weg te zakken in een poel van big budget nonsens. 'Les Rivières Pourpres' was een ongeloofwaardige pseudo-occulte thriller, 'Gothika' was een komedie die niet wist dat hij een komedie was. Van de krachtige, gedreven jonge filmmaker achter 'La Haine' bleef nog maar weinig over. Nog een geluk voor hem dat films eeuwig meegaan, zeker de goeie. Meer dan tien jaar na dato blijft Kassovitz' doorbraakfilm een schrijnend actueel drama, dat getuigt van een talent dat er nadien in zijn carrière nooit meer echt is uitgekomen.

We volgen vierentwintig uur uit het leven van drie jongeren uit de Parijse banlieus: Vinz (Vincent Cassel), Saïd (Taghmaoui) en Hubert (Koundé). De eerste is joods, de tweede moslim, de derde een zwarte over wiens religie weinig gezegd wordt. De avond voor de actie van de film begint, werd Abdel, een jongen uit de buurt, door de politie brutaal aangepakt. Hij kwam in coma terecht en er volgden rellen. De volgende dag gaat het leven in de wijk echter gewoon verder: Vinz, Saïd en Hubert lopen door de met spraypaint bespoten straten, lummelen wat rond, zoeken ruzie met eender wie die wil toehappen, kijken naar de wrakken van uitgebrande auto's, vertellen gore moppen, dagen de politie uit en wachten vooral af of Abdel zijn verwondingen zal overleven. Onder alles wat ze zeggen en doen schuilt een enorme agressie, een haat tegenover de politie en die buitenwereld waar ze bitter weinig van te zien krijgen.

Een echt verhaal heeft 'La Haine' niet: Kassovitz schildert de levensomstandigheden in de banlieus via een serie situaties die de mentaliteit van de jeugd daar moeten illustreren. Hubert verkoopt hash, niet omdat hij zo graag de criminaliteit in wil raken, maar omdat hij geld aan z'n moeder moet geven om verder te leven. Wanneer de drie vrienden naar het ziekenhuis gaan om Abdel te bezoeken, worden ze tegengehouden door een politieagent, waarop er uiteraard een ruzie volgt. Aan het begin van de film verzamelen de jongeren van de wijk op een dak om hotdogs te eten, enkel om vervolgens weggejaagd te worden - en vanzelfsprekend komt het tot een conflict. Zo gaat dat maar door, de hele film lang. De indruk die je krijgt, is dat de jeugd van die buitenwijk nergens enige manoeuvreerruimte krijgt. Ze zitten vast waar ze zitten, en eens dat besef doordringt, leidt dat automatisch tot een enorme haat tegen de mensen die hen daar schijnen vast te houden. De politie, politici, en alle anderen die de macht vertegenwoordigen, de autoriteit. Constant, de hele film door, eisen de jongeren van de banlieu respect - dialogen die continu terugkeren zijn "kun je niet wat beleefder zijn?", "zo spreek je niet tegen mij", "tegen wie denk je wel dat je het hebt" enzovoort. Ze worden door hun leefomstandigheden zodanig in het defensief gedwongen dat àlles een provocatie kan zijn. De ultieme ironie daarvan, mooi geïllustreerd in de film, is dan nog dat het geweld zich zelden naar buiten keert, maar veel vaker naar binnen. De rellen vinden plaats in hun eigen wijk, ze branden hun eigen huizen plat, stampen hun eigen wagens kort en klein.

Dat is een onderwerp dat nog altijd pijnlijk actueel is - eind oktober 2005 braken er rellen los in de Parijse voorsteden die drie weken duurden en zich uiteindelijk ook verplaatsten naar de stad zelf. Een voorval dat verdacht sterk doet denken aan een leitmotif uit de film: het verhaal van een man die van de vijftigste verdieping naar beneden springt. Om zich moed in te spreken, zegt hij tegen zichzelf, met elke verdieping die hij passeert: "jusqu'ici, tout va bien". Op een bepaald moment is de val echter afgelopen en moet er een landing volgen. Met de rellen van nog geen jaar geleden leek dat moment even aangebroken, maar hey, enkele duizenden uitgebrande auto's, daar valt een democratie niet over - alles gaat weer net zoals vroeger. Tot er weer rellen komen, ditmaal misschien nog erger, en we allemaal weer kunnen beweren dat we het niet hadden zien aankomen. Als situatieschets blijft 'La Haine' dan ook nog steeds even relevant.

Als film is dit een formidabele prestatie. Kassovitz weet hier een zeldzaam evenwicht te bewaren tussen ruw realisme en prachtige filmische poëzie. Enerzijds krijgen we hyperrealistische dialogen (de moeders van de personages worden chronisch beledigd) en personages die zo uit de sloppenwijken gestapt hadden kunnen komen. Maar anderzijds krijgen we heel wat elementen die de film wegtrekken uit de banaliteit van de omgeving. Zo filmt Kassovitz in een sfeerrijk zwart-wit en last hij regelmatig surrealistische momentjes in: een scène waarin de camera plotseling over de banlieu zweeft, bijvoorbeeld. Een scène waarin er een koe komt voorbijgewandeld, zonder enige reden. Een bizar moment waarop een oude man in een openbaar toilet opeens een lange monoloog afsteekt over het belang van een goeie stoelgang. En ga zo maar door. Met 'La Haine' bewijst Kassovitz zichzelf het soort cineast dat Larry Clark nooit zal worden - hij beschrijft voor een groot deel dezelfde problematiek, maar in plaats van die problemen uit te buiten om de jongeren zo sensationeel mogelijk te kijk te zetten, zoals Clark dat doet, gebruikt Kassovitz een glasheldere filmtaal om de wortels van het probleem na te gaan. Hij veroordeelt zijn personages niet, maar praat hun daden ook niet goed. Hij put geen plezier uit het tonen van het geweld, maar schrikt er ook niet voor terug. Hij gebruikt metaforen en surrealistische momenten, maar plaatst zijn personages wél middenin de realiteit. Kortom, Kassovitz weet perfect een evenwicht te bewaren tussen wat hij nodig heeft om zijn onderwerp alle eer aan te doen (dat realisme) en wat hij nodig heeft om interessante cinema te creëren (die momenten die het realisme overstijgen).

'La Haine' is een film van een ongelooflijke intensiteit - Kassovitz filmt heel wat scènes in één lang shot, wat de acteurs toelaat om hun prestatie telkens van a tot z op te bouwen. Het gevolg is dat alledrie de hoofdacteurs staan te knetteren dat het een aard heeft. Vooral Vincent Cassel, op dat moment nog lang geen grote naam, doet het scherm smeulen met een tomeloze energie en charisma. Daarna heeft hij zelden nog zo goed staan acteren.

Dit is vooral een urgente film, een film gemaakt door jonge kerels die absoluut hun ei kwijt wilden. Oké, soms ligt de symboliek er wel wat té dik op (de borden met "le monde est à vous" zijn er een klein beetje over), maar dit is en blijft ultragetalenteerde sturm und drang-cinema. Verdomme, Kassovitz, waar zit je nu ergens met al je talent?
E-mailadres Afdrukken
 
La Haine
F / 1995
Regie: Mathieu Kassovitz
Scenario: Mathieu Kassovitz
Met: Vincent Cassel; Saïd Taghmaoui; Hubert Koundé
Duur: 96 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST