Banner

The Name of the Rose

8.0
Dennis Van Dessel - 15 december 2005




Umberto Eco's roman 'De Naam van de Roos' is één van die boeken die iedereen in de kast heeft staan, maar die maar heel weinig mensen hebben gelezen. Je koopt 'm, je zorgt ervoor dat de rug voldoende gekraakt is om je buren en familieleden te overtuigen en dan zeg je heel blasé dat je 'De Slinger van Foucault' eigenlijk toch beter vond. Met z'n uitgebreide historische zijsporen en z'n complexe religieuze en filosofische bespiegelingen was 'De Naam van de Roos' inderdaad geen lichte kost en een verfilming werd vanaf het begin quasi onmogelijk geacht. Toen Jean-Jacques Annaud in 1986 dan toch zijn interpretatie van het werk in de zalen bracht, werd hij haast unaniem de grond in geboord door critici die het hem in eerste instantie al kwalijk namen dàt hij een film van de roman had gemaakt. Tijd brengt echter raad - tegenwoordig is er een ware herwaardering van de prent op gang gekomen. 'The Name of the Rose' heeft een culstatus verworven.

Het verhaal speelt zich af in 1327, in een Benedictijner abdij in noord-Italië. In deze abdij wordt een conclaaf georganiseerd tussen pauselijke gezanten en een delegatie Franciscaanse monniken. De Franciscanen werden in die tijd immers beschuldigd van ketterij omdat ze zich afzetten tegen de rijkdom van het Vaticaan - Christus was arm, en bijgevolg moest de kerk dat volgens hen ook zijn, iets dat de paus niet graag hoorde. Onder de Franciscanen bevindt zich William of Baskerville (Sean Connery), een intellectueel die het letterlijke woord van de bijbel niet in de weg laat staan van zijn eigen ratio. Wanneer hij in de abdij aankomt, raakt hij echter verzeild in een heel andere, mysterieuze affaire: een jonge monnik is onder verdachte omstandigheden gestorven en al gauw vallen er nog andere doden. Er wordt in het midden van de nacht druk heen en weer gelopen door de abdij, boeken verdwijnen en er zijn zelfs geruchten van hekserij. Voor hij het weet, is William of Baskerville meer bezig met het onderzoek naar de doden dan met het debat tussen de paus en de Franciscanen.

De begintitels noemen de film "een palimpsest van de roman van Umberto Eco", en dat lijkt me een zeer accurate beschrijving. Een palimpsest, voor wie het niet mocht weten, was een stuk perkament dat na gebruik werd afgeschraapt zodat het opnieuw beschreven kon worden. Op precies dezelfde manier heeft Annaud, samen met zijn klein legertje aan scenaristen, het boek ontdaan van alle nevensporen. Hij heeft al het vet er afgeschraapt, tot hij alleen nog de plot overhield en een aantal fundamentele thema's. Van daaruit is hij dan opnieuw begonnen om zijn eigen kunstwerk te creëren.

De verschillen tussen literatuur en cinema zijn zelden zo duidelijk als in een vergelijking van juist deze roman en film. In het boek kon Umberto Eco het zich veroorloven om de personages tientallen pagina's lang te laten vertellen over een bepaalde periode in de geschiedenis, over hun theologische theoriën of hun filosofische overtuigingen. Hij plaagde zijn lezer constant met het detectiveverhaal: jà, er is een moord gebeurd, en jà, als ik zin heb zal ik je wel eens een keer vertellen wie het gedaan heeft en waarom, maar laat ik nu nog eens eerst dertig bladzijden besteden aan een uitwijding over de armoede van Christus. In een film is dat vrijwel onmogelijk: je kunt je verhaal niet even twintig minuten platleggen om over iets anders te beginnen. Je zou er je hele film mee vermoorden (en er zijn zelfs critici die beweren dat dat ook precies is wat Eco met z'n boek heeft gedaan). 'The Name of the Rose' is als film dus haast vanzelfsprekend rechtlijniger en makkelijker om te volgen dan als roman, maar dat wil niet zeggen dat een aantal van de meest belangrijke thema's niet overeind blijven.

Ten eerste is er natuurlijk het hele conflict tussen de Franciscanen en de paus en de discussie over de noodzaak aan armoede in de kerk die daarmee verbonden is. Ze wordt minder gedetailleerd uitgelegd als in het boek, maar ze is nog steeds tastbaar aanwezig. De visuele mogelijkheden van het medium zorgen er trouwens voor dat Annaud zijn punt subtiel duidelijk kan maken: let op de rijkelijke kledij van de pauselijke gezanten, hun juwelen, al de pracht en praal waarmee ze zich die abdij laten binnenrijden. Dit zijn zieleherders die geen bal geven om iets anders dan hun eigen macht en levensstijl.

En ten tweede is 'De Naam van de Roos' ook in hoge mate een boek over andere boeken, over de kracht van literatuur. In de middeleeuwen waren abdijen de voornaamste centra van intellectueel leven: de gewone bevolking was analfabeet, en nergens anders werden boeken regelmatig gelezen, nergens anders werden ze gekopiëerd. Vanzelfsprekend krijg je dan een spanning tussen aan de ene kant al die intellectuele kennis die daar verzameld ligt, afkomstig van overal ter wereld, en aan de andere kant het geloof in God, dat niet in twijfel mag worden getrokken. Wat doe je dan met boeken die geschreven zijn door joden, moslims of heidenen (want die had je toen nog)? In dit verhaal slaan ze die boeken op in een labyrintische bibliotheek, waartoe niemand behalve de bibliothecaris toegang heeft. Ze gaan met hun kont bovenop die gevaarlijke boeken zitten, die tegen de doctrines van de bijbel in gaan, en ze spreken er niet meer over. Uiteindelijk maakt men van één van die boeken zelfs letterlijk een moordwapen: een boek dat toch al spiritueel vergif is, wordt nu letterlijk vergiftigd.

Dat alles is een statement van Eco over ratio versus religie, over de corrumperende rol van de kerk in die tijd en over het mentale labyrint dat boeken voor de lezer kunnen vormen. En het is merkwaardig dat al die thema's een plek hebben gevonden in Annauds film, zij het dan in lichtjes afgezwakte vorm. De regisseur behandelt die onderwerpen voor zover ze rechtstreeks invloed hebben op de plot, waardoor hij het tempo er nooit uit moet halen. Is dat dan de typerende vereenvoudiging van een complex boek voor een film? Misschien kun je 't zo bekijken, maar waarom zou een film niet toegankelijk mogen zijn?

Blijft daar het feit dat Annaud de middeleeuwen prachtig tot leven heeft gewekt, met indrukwekkende decors en een grauwe, grijze fotografie die de sfeer van deze duistere periode perfect weet te vatten: overal hangt er mist, alles is vuil, alles troosteloos. Annaud speelt zeer doelbewust met de clichébeelden die we allemaal hebben van de middeleeuwen, en zorgt er op die manier voor dat zijn film zeer authentiek aanvoelt. Ook de cast, vol met karakterkoppen, helpt daarmee. De prent geeft bijna de indruk op locatie in de middeleeuwen gedraaid te zijn.

'The Name of the Rose' kan nu, bijna twintig jaar later, gezien worden als de intelligente, doordachte literatuurverfilming die hij is. Wie verwacht om alle complexiteiten van Eco's boek op het scherm terug te vinden, zal uiteraard teleurgesteld zijn, maar die zou ook onrealistische verwachtingen hebben.
E-mailadres Afdrukken
 
The Name of the Rose
F-I-D / 1986
Regie: Jean-Jacques Annaud
Scenario: Andrew Birkin; Gérard Brach; Howard Franklin; Alain Godard
Met: Sean Connery; Christian Slater; Michael Lonsdale; Ron Perlman
Duur: 130 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST