Banner

Ladybird Ladybird

7.0
Dennis Van Dessel - 24 november 2005




Als er één constante is in het genre van het sociaal drama, dan is het wel de wens van de regisseurs om zo documentaireachtig mogelijk te werk te gaan. Logisch ook: je vertelt een verhaal dat zich resoluut afspeelt in de dagdagelijkse werkelijkheid, dus wil je ook je filmstijl zoveel mogelijk wegcijferen. Het probleem met die aanpak, is dat het evenwicht tussen een ongekunstelde, "ruwe" stilistiek en geaffecteerde camerazwierderij zeer gevoelig ligt. Veel regisseurs die in dit genre werken, willen zo graag de realiteit op film vastleggen, dat ze te ver gaan: ze beginnen met hun camera te zwieren dat het een aard heeft, ze lassen ellenlange scènes in waarin de personages gewoon een beetje voor zich uit staren of, in de traditie van Gus Van Sant in 'Last Days', gaan ze door een ruit heen filmen zodat je geen steek ziet behalve de reflectie van wat er zich buiten die ruit bevindt. Dat soort dingen, u hebt allemaal al wel zulke films gezien. Het probleem met die benadering is dat die filmmakers zo wanhopig de realiteit opzoeken, dat ze van hun eigen minimalisme weer een filmisch trucje op zichzelf maken. Het valt op dat die camera bibbert, je wordt je bewust dat je naar een film aan het kijken bent als er vijf minuten lang geen bal gebeurt of als je niet kunt volgen wat er gaande is.

Ken Loach toonde met 'Ladybird Ladybird' in ieder geval aan hoe het wél moet. Debutante Crissy Rock speelt Maggie, een vrouw die het al haar hele leven niet voor de wind heeft gehad: ze werd als kind misbruikt door haar vader, waarna ze door de sociale dienst in een tehuis werd geplaatst. Tegenwoordig heeft ze vier kinderen van vier verschillende mannen - ze vlucht weg van haar laatste vriend (een gastrolletje van Ray Winstone), wanneer die probeert om haar gezicht te veranderen in een kubistisch kunstwerk. De sociale dienst plaatst haar in een opvangcentrum, maar daar gaat het enkel van kwaad naar erger: op de éne avond dat Maggie haar kinderen alleen laat, ontstaat er een brand in het tehuis. Eén van hen loopt ernstige brandwonden op. Als gevolg daarvan worden de kinderen tijdelijk ondergebracht bij pleeggezinnen en Maggie moet een wanhopig gevecht tegen de autoriteiten beginnen om hen terug te krijgen. Niet alleen lukt dat haar niet, maar wanneer Maggie troost vindt in de armen van Jorge (Vladimir Vega) en een kind van hem krijgt, wordt ook dat meisje haar afgenomen.

Loach vertelt hier het waargebeurde verhaal van een vrouw die vanaf haar jeugd werd misbruikt door iedereen waar ze normaal gezien steun en bescherming van had moeten krijgen: haar ouders, haar minnaars, de overheid. Van de eerste twee kreeg ze fysiek slaag, van de autoriteiten kreeg ze de éne vernedering na de andere te verwerken. Het gevolg is dat Maggie volkomen paranoïde is geworden tegenover alles wat maar een uniform draagt: gesprekken met de sociale dienst ontaarden telkens opnieuw in scheldpartijen. Telkens wanneer er een sociaal werkster over de vloer komt om te kijken of haar baby wel voldoende luiers heeft, springt ze meteen op de bres en jaagt ze die persoon het huis uit. Zelfs Jorge, een man die schijnbaar over eindeloze reserves geduld en liefde beschikt, daagt ze praktisch uit om van haar te durven houden: ze blaft hem af en scheldt hem uit. Een geslagen hond bijt op den duur naar iedereen, zelfs naar degenen die het goed bedoelen. En met die mentaliteit helpt ze natuurlijk haar zaak niet.

De gulden middenweg die de regisseur heeft gevonden tussen enerzijds de wens om zo documentaireachtig mogelijk te filmen en anderzijds de behoefte om niet te vervallen in quasi-artistieke camerazwierderij, valt mooi af te leiden uit een scène ongeveer halverwege de film. Maggie stormt huilend een gerechtsgebouw uit, linea recta in de armen van Jorge. Hysterisch vertelt ze hem: 'Ze hebben m'n kinderen afgepakt. Allemaal, alle vier.' Loach gaat niet voor een close-up, maar blijft een respectvolle afstand van zijn personages verwijderd, alsof hij zich geneert dat hij hierbij is, op één van de pijnlijkste momenten van het leven van zijn personages. Hij cut ook niet weg naar de verschillende reacties van Maggie, Jorge of de advocate die samen met Maggie naar buiten is gekomen. Alles speelt zich af in dat éne wide shot. En die sobere stijl houdt de regisseur vol tijdens de hele film: 'Ladybird Ladybird' is minimalistisch, maar dan zonder expliciet een punt te maken vàn dat minimalisme, wat veel van zijn collega's wél doen. Op die manier weet hij een aangrijpend verhaal te vertellen, dat nergens vervalt in goedkope sentimentaliteit.

Daar moet wel op aangemerkt worden dat Loach niet bepaald subtiel is in zijn kritiek op het Britse sociale systeem. De indruk die je tegen het einde krijgt, is dat de sociale dienst uitsluitend is opgemaakt uit wrede monsters die een ongelukkige vrouw willen neertrappen, telkens wanneer ze erover begint na te denken om recht te staan. 'Ladybird Ladybird' wordt exclusief verteld vanuit het standpunt van Maggie zelf, zodat we niet te zien krijgen welke discussies en overwegingen vooraf gaan aan de beslissingen van de overheid - plotseling staan ze voor de deur met de mededeling dat ze haar kinderen wel eens even mee zullen nemen. Het komt zelfs zover dat Maggie tijdens de bevalling van haar laatste kind niet wil meewerken - ze weet dat men haar niet zal toestaan om het meisje bij te houden, dus wil ze vooral niet dat het geboren wordt. Ze kruist haar benen, scheldt de hele verlossingskamer bij elkaar - ze wil eeuwig zwanger blijven, zodat niemand haar haar kind kan afpakken.

Had Loach er nu voor gekozen om wél het standpunt van de sociale dienst aan bod te laten komen, dan had hij waarschijnlijk met een meer uitgebalanceerde film geëindigd. De autoriteiten zijn in deze versie weinig meer dan eendimensionele schurken, die mensen met pijn gewoon niet met rust kunnen laten.

Maar goed, dat doet weinig af aan de emotionele kracht van de film - bepaalde scènes zijn ronduit schrijnend, niet in het minst dankzij de doorleefde acteerprestatie van Crissy Rock in de hoofdrol. Rock heeft sindsdien enkel nog in een paar tv-programma's opgetreden. Voor het overige is ze weer verdwenen in de obscuriteit waar Loach haar uit tevoorschijn toverde. Maar wàt een prestatie - Rock speelt Maggie als een moeilijk mens, een wijf met haar op haar tanden die alles eruit flapt zoals ze het denkt, maar die ondertussen wel onwaarschijnlijk kwetsbaar in de wereld staat. Vladimir Vega als José is eigenlijk de meest vrouwelijke in de relatie: hij is het die er z'n gezond verstand bijhoudt, die z'n kalmte moet bewaren omdat Maggie dat niet kan en die tot op het allerlaatste moment probeert om een redelijke oplossing te zoeken. Vega speelt die innerlijke kracht bijzonder goed: je weet als kijker niet precies waar hij het vandaan haalt, maar je gelooft er wel in. 'Volgende maand zul je je beter voelen,' zegt hij tegen Maggie. 'En de maand daarop weer wat beter. En op een dag zul je weer kunnen glimlachen. En wanneer dat gebeurt, zal ik op je zitten te wachten.' Die glimlach krijgen we niet te zien, maar mooiere woorden kan een mens zich nauwelijks inbeelden: de hoop op een betere tijd is er althans.
E-mailadres Afdrukken
 
Ladybird Ladybird
UK / 1994
Regie: Ken Loach
Scenario: Rona Munro
Met: Crissy Rock; Vladimir Vega; Ray Winstone; Sandie Lavelle
Duur: 97 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST