Banner

Willy Wonka and the Chocolate Factory

8.0
Dennis Van Dessel - 13 juli 2005




Je wéét dat een film het nationale bewustzijn van een land is binnengedrongen wanneer twee populaire tekenfilmreeksen ('Futurama' en 'Family Guy') een volledige aflevering wijden aan een parodie ervan. Om nog maar te zwijgen van de remake door niemand minder dan Tim Burton die er op het moment van schrijven staat aan te komen. 'Willy Wonka' is één van die familiefilms, samen met pakweg 'Mary Poppins' en 'The Wizard of Oz', die een onmisbaar deel zijn gaan uitmaken van de jeugd van twee à drie generaties. De fans reciteren heelder stukken dialoog. De Oompa-Loompa's zijn kleine, groenharige rocksterren in het mentale pantheon van kinderen overal ter wereld. Sommige kinderfilms doén dat nu eenmaal: ze komen, en ze gaan nooit meer weg.

De plot draait rond Charlie Bucket (Peter Ostrum), een doodeerlijk jongetje uit een arme familie die zijn bedlegerige grootouders (létterlijk bedlegering: de vier oudjes liggen allemaal samen in een enorm bed in het midden van Charlie's woonkamer) moet onderhouden via een krantenroute. Net zoals alle kinderen ter wereld, is ook Charlie gek van Willy Wonka's chocolade, die wordt gefabriceerd in een mysterieuze fabriek waar niemand ooit is binnengeweest (hoe Willy Wonka al die jaren is ontsnapt aan gezondheidsinspecties, is mij een raadsel). De geheimdoenerij rond Wonka's chocoladefabriek wordt doorbroken wanneer de teruggetrokken eigenaar uitpakt met een stunt: in vijf repen chocolade, ergens ter wereld, zit een gouden ticket verstopt waarmee één kind, vergezeld van een volwassene, de fabriek mag komen bezoeken.

Dat bezoek neemt de tweede helft van de film in beslag: uiteraard vindt Charlie één van de tickets en samen met z'n grootvader Joe (die plotseling toch nog ergens de kracht vindt om uit bed te kruipen) gaat hij naar Willy Wonka toe, waar hij samen met vier andere kinderen te weten zal komen hoe de beste chocolade ter wereld wordt gemaakt.

Het genie van Roald Dahl zit erin dat hij één van de weinige jeugdschrijvers was die niet neerkeek op z'n publiek. Doorsnee kinderliteratuur heeft altijd iets neerbuigends gehad: elk verhaal moet een voor de hand liggend boodschapje hebben, de thematiek mag, als het even kan, ontzettend pathetisch zijn (al die Lemniscaatboeken over tienerzwangerschappen en vreselijke kankers!) en de personages moeten natuurlijk de zoetzemerige gewoonte hebben om het allemaal goed te bedoelen. Maar niet zo bij Roald Dahl - de vier kinderen die Charlie vergezellen op de tour van Wonka's fabriek, zijn immers zonder uitzondering dégoutante ettertjes, die worden vergezeld door opvoeders die zo mogelijk nóg erger zijn. Veruca Salt is een kreng dat haar leven leidt volgens het motto "I want it all and I want it now", en alles en iedereen commandeert en schoffeert om te krijgen wat ze hebben wil. Augustus Gloop is een moddervet Duits jongetje dat over lijken zou gaan om zich toch maar te kunnen volproppen. Mike Teevee is een Texaans gruwelkind dat van 's morgens tot 's avonds voor de televisie zit en Violet Beauregarde is simpelweg een arrogant pestjong dat werkt aan een record kauwgum-kauwen, enkel om een vriendin daarmee een hak te zetten.

Dat is eigen aan de fictie van Roald Dahl: we krijgen één of twee sympathieke personages, die vervolgens worden omringd door een hele constellatie aan ploerten en egoïsten (zie ook 'Mathilda', een verhaal dat ooit een zeer onderschatte verfilming kreeg van Danny De Vito). Willy Wonka zelf is ook niet bepaald een lieverdje - hij laat de kinderen zichzelf in de problemen werken zonder een vinger uit te steken om hen te helpen, en zijn optreden in een op hol geslagen roeibootje kan je alleen maar maniakaal noemen. Hey, wat wil je dan ook, als je zoveel tijd alleen doorbrengt met een stel Oompa-Loompa's?

Het is hierdoor dat 'Willy Wonka' zo'n bijzonder sfeertje krijgt: dit verhaal is duisterder dan de meeste kinderverhalen, het heeft een scherp randje. De eerste helft van de film is vrij conventioneel, en heeft zelfs veel weg van een Dickensiaans drama: de film speelt zich af in het heden (van die tijd, natuurlijk), met referenties naar compulsief televisie kijken en kauwgum knabbelen, maar Charlie's verpauperde leventje, de straat en het huisje waarin hij woont, hadden zó uit 'Oliver Twist' kunnen komen. We krijgen een paar liedjes die ondertussen klassiek zijn geworden, waaronder 'The Candy Man' (oorspronkelijk zou Sammy Davis Jr. de rol spelen van de eigenaar van de snoepwinkel, maar dat ging niet door en dus heeft Davis zich er maar tevreden mee gesteld een wereldhit te scoren met het nummer). Allemaal nogal normale kost, dus. Tot in de tweede helft een ronduit briljante Gene Wilder wordt geïntroduceerd als Willy Wonka en alles verandert. Wilder amuseert zich duidelijk te pletter als excentrieke chocolatier, die schaamteloos gemeen durft te doen tegen evenzeer schaamteloos gemene kinderen.

Het is in de tweede helft dat al die scènes zitten die mensen zich achteraf herinneren: kleurrijke decors, de Oompa-Loompa's en hun aanstekelijke liedje, het onfortuinlijke lot van de andere kinderen... In tegenstelling tot de meeste films in dit genre (en tegen beter weten in), krijg je toch een vage indruk dat 'Willy Wonka' niet noodzakelijk een happy end hoeft te hebben. De personages (en vooral Wonka zelf) hebben zodanig een steek loszitten, zijn zo onvoorspelbaar, dat letterlijk àlles kan gebeuren.

De tomeloze fantasie in het tweede deel, Gene Wilders magnifieke vertolking en de kleine, maar scherpe tandjes van het scenario hebben ervoor gezorgd dat 'Willy Wonka and the Chocolate Factory' al meer dan dertig jaar lang de verbeelding van kinderen overal ter wereld heeft kunnen vasthouden. Ik ben eens benieuwd wat Tim Burton ervan maakt.
E-mailadres Afdrukken
 
Willy Wonka and the Chocolate Factory
USA / 1971
Regie: Mel Stuart
Scenario: Roald Dahl
Met: Gene Wilder; Peter Ostrum; Jack Albertson; Julie Dawn Cole; Denise Nickerson
Duur: 100 min.



Uit ons archief
Banner

TEST