Banner

Film Festival Gent 2018 Blog

David Vanden Bossche, Yirka De Brucker, Lien Delabie - 07 oktober 2018

Eerder kon u op enola een uitgebreide voorbeschouwing lezen van het 45e Film Fest Gent. Vanaf vandaag krijgt u dagelijks verslag vanop het grootste filmfeest van het land. Hoogte- en dieptepunten, verrassingen en teleurstellingen … Een tweetal keer per dag mag u nieuws verwachten vanuit de donkere bioscoopzalen van Gent. Alle films die hier aan bod komen, staan twee tot drie keer geprogrammeerd op het festival. Voor de details van de vertoningen verwijzen we u graag door naar de website van het Film Fest Gent, waar het volledige programma kan geraadpleegd worden.

alt

Maandag 8 oktober

Officieel start het festival pas morgen, maar de persvoorstellingen beginnen traditioneel op maandagochtend met de vertoning van de openingsfilm voor de recensenten en professionelen uit de sector. Wie u trouwens ooit wijsmaakt dat het verblijf van een filmjournalist op een dergelijk groot festival vooral bestaat uit feestjes, gesprekken en allerlei ‘rode loper’–momenten, is een leugenaar. Vijf à zes films bekijken per dag en tussendoor teksten schrijven, laat minder ruimte voor wilde uitspattingen dan u zou vermoeden.

We beginnen deze blog alvast met twee bijzonder verdienstelijke titels. First Reformed en Utøya 22. Juli hebben de eer om de spits af te bijten.

First Reformed

Ook al hoeft ‘New Hollywood’-veteraan Paul Schrader, regisseur van Hardcore en American Gigolo en scenarist van Taxi Driver en Raging Bull, eigenlijk niks meer te bewijzen, toch zal niemand tegenspreken dat hij het laatste decennium niet echt meer iets afleverde dat in de buurt kwam van zijn sterkste werk. Met First Reformed vindt hij eindelijk een deel van zijn allerbeste vorm terug.

alt

Een worsteling met eenzaamheid, schuldbesef en boetedoening heeft altijd al de rode draad gevormd doorheen het oeuvre van Schrader, maar dit is de eerste maal dat hij een film draait die onomwonden het onderwerp geloof en religie aankaart. Naar eigen zeggen was de zelf uit een streng Calvinistisch gezin afkomstige Schrader nu pas klaar om met de erfenis uit zijn jeugd af te rekenen. Thematisch gezien is de twijfelende priester Ernst Toller (een uitstekende vertolking van Ethan Hawke) dus door en door een Schrader-personage, maar waar vroeger de loutering kwam doorheen geweld en lijden (denk aan de hallucinante climax van Taxi Driver), lijkt er nu ook een oplossing te liggen in het omarmen van liefde en geloof – al blijft de alomtegenwoordigheid van de ‘zonde’ ook hier een centraal thema.

First Reformed is ook op een andere manier een film die een aantal van de grote thema’s van de regisseur tot een eindpunt brengt. De man die zijn hele leven in bewondering stond voor Carl Theodor Dreyer, Robert Bresson en Yasujirô Ozu (en een schitterend boek wijdde aan hun films), maakt hier voor het eerst een prent die ook bedoeld is als hommage aan de werken die hem zijn hele carrière hebben beïnvloed. Dat is niet alleen te merken aan de keuze voor het oude 4:3 beeldformaat, maar ook aan de manier waarop Schrader zowel visuele als narratieve elementen uit de films van zijn cinefiele helden binnensmokkelt. Hij slaagt er daarom niet altijd in om dezelfde symbiose tussen de sobere vorm en (spirituele) inhoud te bewerkstelligen die hij nastreeft, maar First Reformed is dwingend en intens genoeg om in ieder geval een geslaagd experiment te worden genoemd. (DVB)

First Reformed, Usa – 2017, Regie: Paul Schrader, Acteurs: Ethan Hawke, Amanda Seyfried, 113 minuten, Score: 7/10

Utøya 22. Juli

Op 22 juli 2011 pleegde Anders Breivik, een 32-jarige Noor met extreem-rechtse sympathieën, een bomaanslag op de regeringsgebouwen in Oslo. Hij begaf zich vervolgens naar het eiland Utøya, zo’n veertig kilometer voor de kust van de hoofdstad, waar op dat moment een jeugdkamp van de regerende arbeiderspartij aan de gang was en waar hij bijna anderhalf uur lang een bloedbad aanrichtte. Regisseur Erik Poppe (The King’s Choice, Troubled Water) en zijn schrijversteam besloten om een fictief personage te creëren, gebaseerd op getuigenissen van verschillende overlevenden, om zo een gedetailleerd beeld te geven van de gebeurtenissen. De aanslag op het eiland duurde exact 72 minuten en vanaf het moment dat de eerste schoten weerklinken, loopt de filmische tijd ook perfect gelijk met die van het reële gebeurde.

alt

72 minuten lang volgt de camera Kaja, terwijl ze probeert te ontsnappen aan de dader die, verkleed als politieman, zijn moordende aanval op het eiland uitvoert. Dat volgen mag u letterlijk nemen, want de absolute tour de force van Utøya 22. Juli is te vinden in het feit dat Poppe alles in één lange, ononderbroken camerabeweging ensceneert. Bijna anderhalf uur blijft de toeschouwer bij Kaja, terwijl ze rent, wegkruipt en probeert te overleven. De visueel subjectieve aanpak, die toch veraf weet te blijven van enige vorm van sensatiezucht, wérkt en evoceert een gevoel van beklemming dat gaandeweg blijft groeien. De film slaagt er in een (uiteraard) gedramatiseerde versie te brengen op een zo sereen mogelijke manier.

Enkele kleine misstappen niet te na gesproken, is Utøya 22. Juli een meer dan geslaagde poging om de gruwel van de aanslag van 22 juli 2011, te proberen vatten in het formaat van een speelfilm. (DVB)

Utøya 22. Juli, Noorwegen – 2018, Regie: Erik Poppe, Acteurs: Andrea Berntzen, Aleksander Holmen, 92 minuten, Score: 7/10

Mug (Twarz)

Troosteloze blikken en grauwe kleuren: regisseur Małgorzata Szumowska laat ons graag vanaf de eerste seconde weten dat we in Polen zijn. Toch gaan plots de neonlichten aan en de kleren uit. De ondergoeduitverkoop is van gestart gegaan. Begrijp me niet verkeerd: hier staan uitzinnige Polen klaar om in hun ondergoed elkaar de ogen uit te krabben om toch maar die laatste goedkope televisie te bemachtigen. Ook in Polen is het Black Friday-consumentisme aan wal gekomen, maar dan nét dat tikkeltje anders.

alt

Met deze scène is de toon meteen gezet voor Szumowska’s vijfde langspeelfilm die in Berlijn de Zilveren Beer wist te verzilveren. Mug is het paradoxale Polen vanuit de Jommekesstrips: vodka’s worden naar believen achterover gegoten, het aantal kruistekens is hoger dan het aantal tewerkgestelde Polen en de kinderen spelen vrolijk met varkenskoppen. In melancholische tijden kan een goede satire weleens de pijn verzachten, op een stereotype meer of minder kijkt Szumowska niet.

Mug put dan ook uit wellicht een van de meest geparodieerde verhalen ooit: Frankenstein. We ontmoeten de metalhead – of in de volksmond: satanist – Jacek, een goedlachse goodfornothing die bij het bouwen van het grootste Jezusbeeld ter wereld (groter dan dat van Rio de Janeiro!) abrupt de dieperik in valt, waardoor het enige dat zijn leven kan redden een gezichtstransplantatie is. Het eenzame monster wordt gedumpt door zijn vriendin, uitgespuwd door de gemeenschap en vervreemt van zijn familie. Dat het allemaal vrome christenen zijn, doet er niet zo toe, ook naastenliefde kent zijn grenzen.

Szumowska is niet tevreden met de stand van zaken in Polen. Mug lijkt dan ook ontsproten aan een onmetelijke woede over de religieuze hypocrisie en de gebrekkige sociale zekerheid. De Poolse inwoners mogen dan wel te biecht gaan, hun schaamte vertalen ze niet in goede daden: meer dan 20 zloti’s worden tijdens de misviering niet bijeengescharreld voor Jacek. Jaceks moeder geeft haar zoon dan weer liever een exorcisme dan een goed gesprek.

Toch is het niet helemaal duidelijk wat Mug is. Het eerste halfuur lijkt eerder op een compilatie van Polish Home Videos dan op een karakterschildering. De rest van de kijkminuten zijn dan weer verwarrend: de afwisseling tussen tragiek en komedie voelt onnatuurlijk aan en de overdosis aan karikaturale Polen doet ons twijfelen of we Jaceks verhaal überhaupt serieus moeten nemen. De soms betoverende shots maken het kijken dan wel weer waard. En tja, wie lacht er nu eens niet graag met de Polen? (LD)

Mug (Twarz), Polen - 2018, Regie: Malgorzata Szumowska, Acteurs: Mateusz Kósciukiewicz, Agnieszka Podsiadlik, 91 minuten, Score: 6,5/10

Girl

Het langspeeldebuut van Lukas Dhont is op zijn zachtst gezegd niet onopgemerkt voorbij gegaan. Na een triomftocht in Cannes, viel Girl ook nog op verschillende andere festivals in de prijzen. Al die lof is absoluut verdiend, want het intieme portret van een transgender dat Dhont hier neerzet, is bepaald indrukwekkend.

alt

Zonder ook maar de minste zweem van goedkoop sentiment, toont de film het proces van de jonge Lara – geboren als Victor – die door het leven gaat als een meisje en in de aanloop naar haar geslachtsoperatie een hormonenkuur gestart is. Tegelijkertijd heeft Lara zich ingeschreven aan een hoog aangeschreven balletacademie, waar ze als meisje de loodzware opleiding volgt. Het situeren van het verhaal in de danswereld – waar lichamelijkheid sowieso al een grote rol speelt – zorgt ervoor dat de moeilijkheden waar Lara mee worstelt nog meer uit de verf komen. Dankzij de cameravoering van Dhont , die de jonge protagoniste voortdurend dicht op de huid zit, is Girl een intense fysieke ervaring, die de kijker binnentrekt in de leef- en gevoelswereld van Lara. Wijlen Roger Ebert, de vooraanstaande filmcriticus van de Chicago Sunday-Times, noemde film ooit de ‘ultieme empathiemachine’, en Girl is daar een perfect voorbeeld van.

Dat is uiteraard ook te danken aan de uitstekende prestatie van de jonge Victor Polster, een danser zonder acteerervaring, die uitblinkt in een allesbehalve evidente vertolking. Er zitten heel veel momenten in de film die makkelijk hadden kunnen uitmonden in gemakzuchtig hengelen naar tranen, maar Polster vindt de perfecte balans tussen emotionele betrokkenheid en serene inleving. Hij wordt daarbij bijzonder goed geholpen door zijn debuterend regisseur, die nooit naar illustratief drama grijpt, maar met vaak lang aangehouden shots die het gezicht van Polster aftasten, de kijker zelf de dramatiek en ontroering laat puren uit de sterke beelden.(DVB)

Girl, België/Nederland – 2018, Regie: Lukas Dhont, Acteurs: Victor Polster, Arieh Worthalter, 105 minuten, Score: 7/10

Transit

De Duits-Franse co-productie Transit is een film die de vluchtelingenproblematiek behandelt, maar dat doet zonder enige vorm van naturalistisch drama. De radicale vervreemdingstechnieken die regisseur Christian Petzold (Barbara) gebruikt, maken van Transit immers een bijna rituele kijkervaring die op zoek gaat naar universele waarheden, eerder dan naar concrete situaties en plaatsen.

alt

Eigenlijk is dit in oorsprong een roman over vluchtelingen die tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk in WO II aan een visum proberen te geraken voor de Verenigde Staten of Zuid-Amerika. Het script verplaatst de actie echter naar het moderne Frankrijk, waardoor een onbestaande wereld geschetst wordt die bevrijd is van alle politieke en geografische connotaties en tegelijkertijd in kan staan voor de situatie van gelijk welke vluchteling in de wereld. Het hoofdpersonage Georg vlucht naar Marseille, de laatste plaats waar nog schepen vertrekken, terwijl het Duitse leger steeds meer Frans grondgebied inpalmt en etnische zuiveringen opzet. Noodgedwongen neemt hij de identiteit aan van een dode schrijver, die samen met zijn vrouw naar Mexico wou vertrekken.

Vanaf dat moment begint de film in een soort magisch-realistisch universum te spelen, waarin Georgs leven steeds meer begint te versmelten met dat van de overleden auteur, en toevallige ontmoetingen met diens echtgenote en liefdesrivaal een complex kluwen van gevoelens en gebeurtenissen in het leven roept.

Transit fragmenteert het verhaal door gebruik te maken van verwarrende voice-overs, waarvan we nooit goed weten wie de verteller nu eigenlijk is: soms lijken we naar de gedachten van de protagonist te luisteren, dan weer lijken flarden tekst afkomstig uit de niet voltooide laatste roman van de schrijver of uit de mond van toevallige voorbijgangers die het gebeurde beschrijven. Petzold versterkt het ongrijpbare karakter van de prent nog door zijn acteurs op koele en afstandelijke manier doorheen de traag geritmeerde beelden te laten dwalen.

Het resultaat is een bijna abstracte fabel met invloeden van Brecht en Kafka, die de thematiek van het ‘op de vlucht zijn’ weet te vatten in fascinerende momenten, blikken en bewegingen.(DVB)

Transit, Duitsland/Frankrijk – 2018, Regie: Christian Petzold, Acteurs: Franz Rogowski, Paula Beer, 101 minuten, Score: 8/10

Dinsdag 9 oktober

Dag twee zit erop, en dus brengt Enola u een nieuwe filmoogst vanop het Gentse festival. Vluchtelingen, Van Gogh en Romy Schneider passeerden vandaag de revue, terwijl de genodigden zich opmaakten voor de openingsvertoning van Girl waarvan u gisteren reeds de recensie kon lezen.

Capharnaüm

Van bij de generiek (vertraagde beelden van kinderen die met houten wapens oorlogje spelen in de straten van Libanon) is het duidelijk dat regisseur Nadine Labaki zeker niet vies is van enig effectbejag. Het is dat effectbejag dat meteen ook de achilleshiel vormt van Capharnaüm, een film die bol staat van de goede bedoelingen – wellicht de reden dat de prent de juryprijs kreeg in Cannes – maar gaandeweg zo sterk inzet op manipulatieve melodramatiek, dat de nochtans zeker aanwezige filmische kwaliteiten volledig ondergesneeuwd raken.

alt

De prent opent met een ietwat absurd aandoend moment: de jonge Zain, zoon van illegale migranten, daagt zijn ouders voor de rechtbank omdat ze hem op de wereld gezet hebben en geen enkel kind een leven als het zijne verdient. In een lange flashback zien we hoe Zain geschokt is door het uithuwelijken van zijn elfjarige zusje, uit protest van huis wegloopt en terechtkomt bij een zwarte vrouw die zelf met haar baby wegvluchtte uit Ethiopië en eveneens illegaal in het land verblijft. Ze vraagt Zain op haar baby te passen terwijl ze zelf baantjes zoekt, en geeft hem in ruil onderdak en wat eten. Wanneer ze opgepakt wordt, blijft Zain alleen achter met het kind. In een paar mooi geënsceneerde momenten evoceert Labaki vervolgens de voorzichtig groeiende affectieve band tussen de beide kinderen.

Precies omdat Capharnaüm initieel evenwichtig opgebouwd is – met stukjes dagelijks surrealisme dat binnensijpelt in de wrede realiteit – is het dubbel zo jammer dat Labaki vervolgens lijkt te denken dat haar materiaal niet oprecht en rauw genoeg is en nood heeft aan een flinke dosis opgeklopt sentiment. Naarmate de film vordert, is er veel te veel doorzichtig gemanipuleerd drama, inclusief mierzoete muzikale begeleiding die de kijker een extra duwtje moet geven. Finaal haalt de cineaste ook haar eigen boodschap volledig onderuit door het verhaal te voorzien van een geforceerd ‘happy end’.

Er is niks mis met cinema die de harde sociale realiteit gebruikt als basis voor het overbrengen van een boodschap of stelling via de specifieke taal van het medium. Alleen moet er dan wel iets meer vertrouwen zijn in de kracht van zowel het medium als die boodschap. (DVB)

Capharnaüm, Libanon/Usa – 2018, Regie: Nadine Labaki, Acteurs: Kawthar Al Haddad, Boluwatife Treasure Bankole, 123 minuten, Score: 6/10

At Eternity’s Gate

Film en schilderkunst mogen dan beide beeldende kunsten zijn, een symbiose vinden tussen de twee is duidelijk geen gemakkelijke opdracht. Voor elke Caravaggio van Derek Jarman, zijn er tientallen mislukte pogingen om een film te draaien rond het werk van een schilder, die meestal uitmonden in veel aandacht voor het leven van de kunstenaar en weinig of geen voor zijn eigenlijke werk. At Eternity’s Gate vormt absoluut geen uitzondering op die regel – integendeel – en wentelt zich dus vol overgave in de persoonlijke tegenslagen van Vincent Van Gogh, eerder dan in een eerlijke fascinatie voor wat zijn schilderijen bijzonder maakte. Het is ook geen toeval dat het leven van Vincent Van Gogh zo’n populair onderwerp is voor dit soort films: de figuur van de Nederlander ligt aan de basis van de hardnekkige mythe van de gekwelde bohémien-kunstenaar, wiens onbegrepen genialiteit de bron is van zijn lijden. Alle andere kunsthistorische elementen (nieuwe types verf bijvoorbeeld, die de impressionisten en later Van Gogh, Gauguin en anderen toelieten in de vrije natuur te schilderen) worden in een dergelijk verhaal vrolijk opgeofferd aan simpele romantisering. Een kunstenaarsbiografie hoeft vanzelfsprekend geen wetenschappelijk correct beeld na te streven, maar de formule van de eigenzinnige en zelfdestructieve artiest is zo langzamerhand echt wel eens aan herziening toe.

alt

De man in de regiestoel is Julian Schnabel – die zich ook al aan Basquiat waagde – die het hier wel heel erg bont maakt en maar niet genoeg kan krijgen van een zwalpende camera die ons moet duidelijk maken hoe getormenteerd het leven van Van Gogh wel is. Aangezien hij ook vrij letterlijk wil laten zien waar de schilder zijn inspiratie haalde, krijgen we tussen de ruzies en uitbarstingen door wandelingen in de natuur die nog het best te omschrijven zijn als ‘tweedehands Terrence Malick’. Schnabel lijkt er echt van overtuigd dat de postkaartjescinematografie die velden, bomen en – uiteraard – zonnebloemen in stemmig licht laat baden, de kijker meteen inzicht zal verschaffen in het unieke karakter van Van Goghs kunstwerken.

Deze vreselijke prent wordt verder de dieperik in getrokken door het al te maniëristische spel van Willem Dafoe als Vincent (veruit een van zijn zwakste vertolkingen in jaren) en even overtrokken prestaties van een handvol bekende gastgezichten als Mads Mikkelsen, Oscar Isaac en Emmanuelle Seigner.

Eén enkel geïnspireerd moment valt er te bespeuren gedurende de twee veel te lange uren dat de film loopt: een plotse zwart-witflits die in één beeld veel meer vertelt over de aard en techniek van Vincent Van Goghs werken, dan de hele rest van de film samen. (DVB)

At Eternity’s Gate, Usa/Uk/Frankrijk – 2018, Regie: Julian Schnabel, Acteurs: Willem Dafoe, Oscar Isaac, 110 minuten, Score: 3/10

3 Days in Quiberon (3 Tage in Quiberon)

In 1981 gaf Romy Schneider een geruchtmakend interview aan het Duitse weekblad Stern terwijl ze enkele dagen doorbracht in een kuuroord aan de Bretoense kust. Niemand had toen kunnen vermoeden dat het een van de laatste publieke gesprekken zou zijn met de gevierde actrice: ze zou nadien nog een enkele film draaien – het matige La Passante du Sans-Souci – haar veertienjarige zoon verliezen aan een dom huiselijk ongeluk en een jaar later sterven aan een hartstilstand in Parijs.

alt

Met het docudrama 3 Tage in Quiberon probeert Emily Atef een reconstructie te maken van de drie dagen dat Schneider doorbracht in het hotel, samen met een jeugdvriendin, de jonge journalist van Stern en een bevriende fotograaf. De actrice wordt vertolkt door de Duitse Marie Bäumer, die een griezelig accurate gelijkenis vertoont met de oudere Romy Schneider en met veel verve diens twijfels en angsten vertolkt (Schneider worstelde ten tijde van het onthullende gesprek met een zwaar alcoholprobleem en had het moeilijk met de tol die de beroemdheid van haar privéleven eiste).

De gesprekken, ruzies en uitjes van het viertal, schetsen een confronterend beeld van de vertwijfeling van de ster, wiens latere carrière, ondanks samenwerkingen met enkele van de grootste Europese filmauteurs, nooit serieus genomen werd en die uitgespuwd werd omwille van haar turbulente liefdesleven (het publiek wou duidelijk dat ze eeuwig het meisje zou blijven dat Sissi speelde). Net als het interview destijds, wil de film diep snijden in de ziel van de ongelukkige actrice en dankzij de uitmuntende vertolkingen lukt dat ook. Vormelijk is het zwart-witformaat dan weer goed gekozen: de associatie met de luxueuze glamourfotografie waarmee een agentschap als Magnum vele sterren groot maakte, roept een ongrijpbare wereld op van valse schijn, die geregeerd wordt door pose, imago en glitter. Dat achter die wereld pijn, depressie en woede verborgen kunnen liggen, is uiteraard geen wereldschokkende vaststelling, maar 3 Tage in Quiberon brengt een portret dat die pijnlijke waarheid zeer tastbaar weet te maken. (DVB)

3 Days in Quiberon, Duitsland/Oostenrijk/Frankrijk – 2018, Regie: Emily Atef, Acteurs: Marie Bäumer, Birgit Minichmayr, 115 minuten, Score: 7/10



E-mailadres Afdrukken