Banner

En de recensent, hij recenseerde voort

Dennis Van Dessel - 08 april 2016

Recent verscheen in De Morgen het artikel “Wat zijn de sterren van recensenten nog waard”, geschreven door Ewoud Ceulemans, een alumnus van Digg* zaliger, die daarna nog een tijdje films recenseerde voor ditzelfde enola, voordat grootsere (lees: betalende) dingen zich aanboden. De aanleiding voor dat stuk was de release van eerst Belgica, de nieuwe van Felix Van Groeningen, die over het algemeen positief werd ontvangen door de vaderlandse filmcritici, maar een zware tegenvaller bleek aan de kassa’s. Anderzijds werd de superhelden-mash up Batman v Superman neergesabeld door zowat iedereen, maar liepen de zalen (zoals verwacht en voorzien) vlotjes vol.

Wat is dan nog de functie van een recensent? Zijn we echt, zoals Jan Verheyen graag beweert, compleet irrelevant geworden? Dinosaurussen? Zelfverklaarde cultuurpausen die al lang prediken voor lege kerken?

Hold your horses, Jan. Zo ver zijn we nog niet.

Op de koop toe: recensies als budgettair advies

Want ja, oké, het klopt natuurlijk wel: als je een recensie beschouwt als enkel een consumentenadvies, dan is het volstrekt zinloos om dergelijk advies nog te verstrekken over een product dat mensen per definitie toch gaan kopen. Batman v Superman, de James Bond-films, elke sequel op een succesvolle tienerfranchise, Star Wars en FC De Kampioenen: je kan als criticus nog zo veel op de barricaden gaan staan als je wil, je zult er geen mens mee overtuigen.

Alleen moet je daar wel twee dingen tegenover zetten. Ten eerste: voor de kleinere films zijn recensies-als-consumentenadvies wél nog relevant. (Ik aarzel trouwens om het woord arthouse te gebruiken, omdat dit een zodanig brede term is dat ze quasi betekenisloos wordt – als zowel Hou Hsiao-Hsiens The Assassin als het verzamelde werk van de gebroeders Coen zo bestempeld kunnen worden, wat is dat dan, arthouse? Maar soit, dat is een andere discussie.) Punt is dat mensen die de moeite doen om in het huidige overaanbod toch nog films uit te zoeken die niét gezegend zijn met agressieve marketingcampagnes of geëquipeerd met action figures bij elk Happy Meal, vaak ook de mensen zijn die hun keuze graag laten informeren door recensies om het kaf van het koren te scheiden. De uitbaters van kleinere bioscopen, zoals Cartoon’s in Antwerpen of Studio Skoop in Gent, bevestigen dat. Belangrijk daarbij is dat het vooral gaat over “informeren door”, en niet “bepalen door”.

Weg van de economie: recensies als wegwijzers

Want daarmee komen we aan ons “ten tweede”: de meeste filmcritici zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd in waar u uw zuurverdiende centen aan uitgeeft. Dat is namelijk uw geld, en als u de behoefte voelt om dat te spenderen aan Batman v Superman: doe gerust. Een recensie alleen beschouwen als een richtlijn die bepaalt welke film uw geld waard is en welke niet, is een enorm simplistische, reductieve manier om naar filmkritiek te kijken. Helaas is het ook vrijwel de énige manier waarop er nog naar gekeken wordt, zowel door de lezer, als door de filmindustrie, als (en dat is nog het ergste van allemaal) door het merendeel van de recensenten zelf.

Terwijl filmkritiek natuurlijk heel wat meer is (of kàn zijn) dan dat. Dat informeren van kijkkeuzes en meningen (eerder dan het bepalen ervan) is al een belangrijke factor. De ongeschreven epiloog van elke recensie is: “dit is wat ik ervan denk. Wat denkt u?” Waarmee de recensent simpelweg iemand is die zijn kennis ter zake gebruikt om de lezer meer informatie te geven over een bepaalde film en met zijn persoonlijke evaluatie de lezer/kijker een opstapje geeft: ben ik akkoord of niet? Vond ik de argumenten van de recensent zinvol of onzin? Op dat moment is die persoon kritisch aan het nadenken over de film die hij heeft gezien en, bij uitbreiding, over de recensie die hij net heeft gelezen. En dan heeft de recensent zijn werk gedaan. Sterker nog, als je die interpretatie van de term “filmkritiek” volgt, dan is het zelfs belangrijk dàt mensen in eerste instantie de film hebben gezien, omdat je dan pas fatsoenlijke conclusies kan trekken.

Lees de kritieken van Les Cahiers du Cinéma of Sight & Sound: dat zijn twee van de laatste bastions van deze vorm van filmkritiek – kritiek die prikkelt, die interpreteert, die een stelling inneemt, die niet wakker ligt van fucking spoilers en met dat alles impliciet de lezer aanmoedigt om zijn eigen mening te vormen. (Ik heb me overigens altijd oprecht verbaasd over boze reacties op een negatieve recensie: hoe zwak sta je wel niet als je blijkbaar niet meer van een film kunt genieten omdat iemand anders tegenargumenten opwerpt? Persoonlijk heb ik al veel geleerd van recensies waar ik het niet mee eens was, op voorwaarde dat dit goed geschreven en beargumenteerde stukken waren. En als dat niet het geval was, stoorden ze me al helemaal niet, omdat ze dan per definitie betekenisloos zijn.)

Pretentie mag: recensies als analyse

Het commerciële leven van een film is uiteindelijk relatief kort: eens een film zijn bioscoopcarrière achter de rug heeft en enige tijd goed en wel uit is op de home videomarkt, is het wel zo ongeveer afgelopen met een film als een commercieel/financieel product. Bij tv-vertoningen en latere heruitgaves op blu-ray/vod zullen er nog wel wat centen naar de rechthebbenden vloeien, maar daar doe je het als filmproducent echt niet voor. Als esthetisch/cultureel/artistiek object, of gewoon als een staaltje entertainment blijft zo’n film echter onbeperkt houdbaar. En bijgevolg blijft het de moeite lonen om er over te schrijven: om het te analyseren, in zijn context te plaatsen, uit te leggen indien nodig of gewoon aan te raden. De consensus is bijvoorbeeld dat Citizen Kane een meesterwerk is, een van de beste films aller tijden. Maar waarom eigenlijk? Los van dik 70 jaar aan canonisering en lang nadat er iemand nog echt geld aan de film kan verdienen, is het nog altijd zinvol om filmkritiek op die prent los te laten. Om de consensus niet alleen in stand te houden, maar te onderwerpen aan een kritische, goed beargumenteerde en geïnformeerde blik. Of wat met vergeten pareltjes, zoals Sleuth van Joseph L. Mankiewicz (wellicht niet de beste film ooit gemaakt, maar een van mijn sentimental favourites, wat voldoende reden is om hem als voorbeeld te gebruiken)? Ik heb geen flauw idee wie in vredesnaam nog enig financieel belang bij die film heeft, maar I’ll be damned als hij het niet dubbel en dik verdient om over geschreven te worden.

Mensen worden vaak lacherig wanneer er wordt gesproken over filmkritiek als analyse – of op zijn minst kan je de seconden tellen voordat het woord “pretentieus” wordt bovengehaald. Dat toont vooral aan hoe grondig we vastgeroest zitten in de perceptie van film als louter entertainment – niemand zou het pretentieus vinden om een schilderij, een belangrijke roman of een moderne kunstinstallatie te analyseren. Film daarentegen? Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Dat die lacherigheid gedeeld wordt door een deel van de filmindustrie – check vooral de venijnige anti-artistieke, anti-intellectuele uitspraken van een Jan Verheyen – is onbegrijpelijk en zelfs schadelijk voor de kunstvorm die ze (for better or worse) zelf bedrijven.

Waar zitten de recensenten? Het falen van het internet.

Als filmkritiek niet alleen wil overleven maar ook zinvol wil zijn, dan mag het zichzelf dus niet in het keurslijf laten dwingen van de snelle-mening-als-consumentenadvies, maar moet het interpretatie, kadering, analyse en stof tot nadenken bieden. En daar moet het gros van de filmcritici de hand in eigen boezem steken: er zijn er namelijk niet zoveel die dat doen. De meesten stellen zich tevreden met een ongeïnspireerde checklist van elementen (vertel iets over het verhaaltje – heb je jezelf verveeld of niet – zeg iets over de acteurs – vergeet vooral niet om er sterren boven te zetten – klaar). De grens tussen filmkritiek en copywriting is vaak flinterdun geworden. Dat dit ten dele het geval is in print publicaties, valt nog te begrijpen: een magazine of krant heeft nu eenmaal slechts zoveel pagina’s, wat inherent betekent dat je tekst beperkt is in lengte. En in tegenstelling tot wat veel mensen schijnen te denken, heb je wel degelijk iets van ruimte nodig om een fatsoenlijke argumentatie op poten te zetten – brevity is the soul of wit, zei Shakespeare, maar wat veel mensen er vergeten bij te vertellen is dat die oneliner uit Hamlet komt, een toneelstuk van vier uur. Maar het internet is bij uitstek een gefaald medium op dit vlak. In principe is er niets dat internet-schrijvers tegenhoudt om in geuren en kleuren hun argumentatie op poten te zetten, om te analyseren, te beargumenteren. Er bestaan namelijk geen limieten qua plaats.

In de praktijk zijn sites waarop dit gebeurt, bijzonder zeldzaam. Ze bestààn wel, net zoals er nog altijd print publicaties bestaan, voornamelijk voor de grote Engelstalige markt, die gedegen filmjournalistiek aanbieden. Maar voor het grootste deel heeft het internet een cultuur van opgelegde bondigheid gekweekt. Tl;dr. Zeg wat je te zeggen hebt nog het liefst van al zonder woorden, alleen maar in gifs. Als je als zelfverklaarde recensent niets serieus te vertellen hebt, moet het je ook niet verwonderen dat anderen je als irrelevant gaan afschrijven.

Een kleine anekdote, nu we toch bezig zijn: enkele jaren geleden probeerde iemand me een stukje software te verlappen waarmee ik de leesbaarheid van mijn teksten kon testen - onderzoek had aangetoond dat mensen afhaken als teksten te moeilijk zijn, dus was het blijkbaar heel belangrijk om er voor te zorgen dat ik een bepaalde graad van leesbaarheid behaalde. Wat dus wil zeggen: kortere zinnen, eenvoudiger woorden, geen complexe structuren, zo min mogelijk abstracte begrippen. De persoon in kwestie verzekerde me dat mijn teksten veel te moeilijk zijn en dat ik veel meer kliks kon halen door zijn advies op te volgen. Meer inkomsten van advertenties en bijgevolg een toekomst in een hangmat op een tropisch eiland zouden volgen. Zelden heb ik iemand zo snel doen ophoepelen. Lezers die niet in staat zijn om een tekst van mij te lezen, zijn lezers die niet op deze site thuishoren. En laat dat dan maar een elitaire mentaliteit zijn.

Nog een ding (het laatste, beloofd): pleit ik er hier nu voor om alleen nog kleine films te recenseren en Batman v Superman gewoon links te laten liggen? Nee dus, omwille van exact dezelfde reden: als commercieel/financieel object is die film weliswaar onaantastbaar, maar als artistiek/esthetisch/cultureel object – of als een stukje entertainment – valt er heel wat over te zeggen. Vraag dat maar aan al die studenten die de voorbije tien jaar een paper hebben geschreven over de rol van Christopher Nolans Batman-films in de post-9/11 maatschappij. Goede filmkritiek heeft zijn eigen waarde, los van de vraag of je mensen kan weerhouden om naar slechte films te gaan kijken, of kan aansporen om goede films wél mee te pikken. (Hoewel dit laatste eigenlijk meer voldoening schept – wanneer iemand me meldt dat hij een meer obscure film toch een kans heeft gegeven na mijn recensie te hebben gelezen, is dat bijzonder fijn.)

Maar dan moet het dus ook goede filmkritiek zijn. De bal ligt in ons kamp.

PS: oh ja, dit was dus een long read. Zoals alles op deze site eigenlijk. Mega-hip. Een long read.

E-mailadres Afdrukken
 
En de recensent, hij recenseerde voort

advertentie
Banner

TEST