Neil Young :: Homegrown

Ah, Neil Young. Sinds jaar en dag onze favoriete wispelturige artiest, bij wie een nieuw album steevast alle kanten uit kan, van geniaal tot oersaai. Bij wie van een nieuwe plaat pas echt sprake is wanneer je ze in effectief in handen houdt. Al onderweg sinds midden jaren zeventig en nu eindelijk uitgebracht: Homegrown.

Nu de tijd ook voor Neil Young ongenadig voortsnelt, schakelt de onlangs tot Amerikaan genaturaliseerde Canadees een versnelling hoger in het alsnog uitbrengen van het materiaal dat op het schap ligt. Dat zorgt er voor dat naast zijn gewone albums, die de man met wisselend succes en dito begeleidingsbands nog steeds maakt, er eveneens een stroom aan archiefreleases op gang gekomen is die niet te stoppen lijkt. Waar artiesten in de loop der jaren doorgaans op een stel onuitgegeven nummers blijken te zitten, is dat in het geval van Young immers een collectie albums.

Het lijstje platen dat fans graag nog gereleast zouden zien, is lang: Toast, Ragged Glory II, Chrome Dreams, de originele versie van Trans. Homegrown is de plaat die misschien het meest tot de verbeelding spreekt. Het verhaal erachter is vast bekend: na het succes dat Harvest met zich meebracht, kwam Youngs leven in woelig vaarwater. Crazy Horse-gitarist Danny Whitten liet het leven en zijn relatie met Carrie Snodgress, waarover Young in “A Man Needs a Maid” nog zong hoe hij naar een film keek en verliefd werd op de actrice, liep op de klippen. Young verwerkte beide drama’s door respectievelijk Tonight’s the Night en Homegrown te maken. Dat laatste album werd door Young uiteindelijk als te somber bevonden en de wereld werd zoetgehouden met Tonight’s the Night, dat terecht uitgroeide tot een klassieker.

Door de jaren heen sijpelden songs van Homegrown, dat tussen juni 1974 en januari 1975 ingeblikt werd, naar de buitenwereld, in originele of andere vorm. Het titelnummer bijvoorbeeld, een veel luchtiger deuntje dan de rest van het album, was al bekend in de versie die Young met Crazy Horse bracht op American Stars ‘N’ Bars. Wie die uitvoering al relaxt vond, kan hier helemaal zijn hart ophalen aan de lome aanpak die, in lijn met het onderwerp, gehanteerd wordt.

Nog zo’n bekend deuntje is “Love is a Rose”, ooit door Linda Ronstadt tot een countrykraker omgevormd en door Young zelf op zijn compilatie Decade gezet, maar nu eindelijk in zijn originele setting te vinden.

“White Line” is dan weer een van de nummers waar Young geregeld naar teruggreep nadat hij Homegrown de rug had toegekeerd. Samen met Crazy Horse nam hij het nummer nogmaals op, waarop het opnieuw bleef liggen, samen met de rest van Chrome Dreams. Op Ragged Glory was het uiteindelijk wel raak. Op Homegrown krijgen we “White Line” in zijn naakte essentie, waarbij Young enkel bijgestaan wordt door Robbie Robertson op akoestische gitaar. Geen rafelige, tussen euforie en melancholie balancerende zinderende gitaarsong, maar een broos werkstukje, dat niet had misstaan op de soundtrack van Into the Wild.

“Vacancy”, dat als single vooruitgeschoven werd, laat een andere kant van rockende Neil horen: de op het eerste gehoor nogal onopvallende song blijkt na enkele beluisteringen over subtiel gedoseerde en rotaanstekelijke licks en rake drumroffels te beschikken die op heerlijke wijze haasjeover spelen, waarbij een subtiele Wurlitzer moody tinten aanbrengt. Het is eens wat anders dan de onbehouwen Crazy Horse-benadering.

Homegrown is een feest voor wie van mening is dat het vroeger allemaal beter was. Voor de tweede keer in enkele jaren mochten we, zonder tussenkomst van een tijdmachine, meemaken hoe een seventiesplaat van Neil Young uitgebracht werd. Het nieuwe werk wordt, kwalitatief, vlotjes overschaduwd door wat Young hier uitbrengt, maar laten we daar niet moeilijk over doen, daarvoor is het lange tijd te onzeker geweest of Homegrown ooit in onze kast zou prijken. Hopelijk worden de laatste gaten aldaar snel opgevuld met de resterende albums.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − twaalf =