Nederjazz Connection, Pt. 2: Instant Composers Pool & Nieuw Amsterdams Peil / Guus Janssen & Wim Janssen / Native Speaker

Probeer je anno 2020 een rode draad te vinden in de avontuurlijke Nederlandse jazz, dan zit je met een probleem, want ook bij onze Noorderburen is de variatie immens. In het tweede deel van deze reeks een nieuwe release van het befaamde ICP met nieuwe muziekensemble Nieuw Amsterdams Peil, die wordt gedomineerd door de geest en muziek van Misha Mengelberg, een huiselijk onderonsje tussen broers Guus en Wim Janssen, en de eerste langspeler van Native Speaker rond saxofonist Natalio Sued.

Instant Composers Pool & Nieuw Amsterdams Peil – De Hondemepper (ICP)

Ook na zijn overlijden blijft de geest van Misha Mengelberg bepalend voor de muziek, zowel live als opgenomen, van Instant Composers Pool. Bijzonder is wel dat de eerste zaadjes voor deze samenwerking tussen ICP en het flexibele nieuwe muziekensemble Nieuw Amsterdams Peil al geplant werden in 1985. Hoketus, een ensemble van Louis Andriessen, voerde toen Mengelbergs “Rokus de Veldmuis” uit, iets dat blijkbaar niet zonder morren gebeurde, want zelfs voor de uitvoerende muzikanten gaapte er een (te) brede afstand tussen de werelden van vrije en gecomponeerde muziek.

NAP-pianist Gerard Bouwhuis was er toen bij, en is nu weer van de partij, samen met vijf collega’s. Het is dan ook treffend dat “Een Hutje van Gras” uit “Rokus” de kop opsteekt, net als het negendelige “Dressoir”, dat veertig jaar geleden al opgenomen werden door Orkest De Volharding (weer een ensemble van Andriessen, waar ook Ab Baars toen deel van uitmaakte), maar door ICP hiervoor enkel live gespeeld werd. Ook hier is de suite goed voor een veelkleurige negen minuten, met energieke fanfarepassages, filmisch gefleem en verrassende klanken in ICP-context (zoals banjo en fagot). De combinatie van deze zestien muzikanten houdt echter steek, zeker ook omdat de arrangementen verdeeld werden over verschillende muzikanten en soms nieuwe deelfracties gevormd werden.

Die banen zich een weg door het niet eerder uitgevoerde titelnummer en ouder Mengelberg-materiaal (“A La Russe” uit Oh, My Dog, “Vieze en Lekkere Lucht” en “De Purperen Sofa” uit Bospaadje Konijnehol I & II) met sprekend gemak, slalommend tussen die nieuwe muziek, vrijheid en gesaboteerde hoempapa. Daarnaast steken ook de bekende Mengelberg-obsessies de kop op: Ab Baars’ plagerige “Pools And Pals” verwijst naar Ellington en Strayhorns “Depk”, Herbie Nichols’ “Cro-Magnon Nights” swingt lekker losjes met drie klarinetten en een fagot in een arrangement van Guus Janssen, en helemaal achteraan wordt een statig wiegende versie van Monks “Reflection” gevuld met onder meer een panfluit-solo (!). Maar er wordt ook dieper in Mengelbergs persoonlijke geschiedenis gedoken, met een beweging uit “Trio” – hier uitgevoerd op klarinet, viool en fagot – dat zijn vader Karel schreef in 1940.

Door de sterkere focus op (door-)gecomponeerd materiaal en de toevoeging van Nieuw Amsterdams Peil zou je kunnen denken dat ICP hier een stukje van zijn dwarse identiteit moet opgeven, maar niets is minder waar. De twee partijen vormen een prima match. Het bevestigt nog maar eens dat Mengelbergs befaamde vlaggenschip nooit voor één gat te vangen was, en zich duidelijk comfortabel voelt in uiteenlopende werelden. Of die werelden gewoonweg naar z’n hand zet. Dat mag met al die ervaring en individuele kwaliteiten natuurlijk niet verbazen. Opnieuw een onmisbaar werkstuk én ook weer een mooi eerbetoon aan de meester.

Guus Janssen & Wim Janssen – Home Made Music (Geestgronden)

Pianist Guus Janssen (°1951) speelt intussen al meer dan zestig jaar samen met schilderende en drummende broer Wim (°1949), en die affiniteit spat van het toepasselijk getitelde Home Made Music. Niet enkel omdat het hier gaat om een familie-onderonsje, maar omdat het album een opname is van een huiskamerconcert, mét alle voordelen die daarbij komen kijken. Er wordt gespeeld in huiselijke sfeer, intiem en zonder onnodige poeha. Gewoon gaan en zien waar je beland. Elf stukken passeren hier in een goed uur. Allemaal composities, maar dan wel met veel vrijheid en spontaniteit.

Openen gebeurt met een losjes swingende versie van “House Party Starting” van Herbie Nichols’, een van de jazzpianisten die, naast o.m. ook Monk en Tristano, zeker van belang geweest zijn voor Janssen, die een klassieke opleiding genoot en binnen de jazz eigenlijk autodidact is. Daarna passeert ook nog muziek van de vroegtijdig overleden Paul Termos – een krachtig “Very Good Weather Today”, dat marcheert met de vastberadenheid van een Second Line band in New Orleans – en “Kary’s Trance” van Lee Konitz, dat de broers al opnamen voor hun hommage Sound-Lee! in 2003. Hier laten ze het formele experiment van “Hi-Hat”, met een noot uit het hoogste register die effectief fungeert als hi-hat, naadloos overvloeien in de Konitz-compositie die zowaar een beetje de sporen van Bach in zich lijkt te dragen.

Een handvol composities werd eerder al opgenomen in trio met bassist Ernst Glerum, maar werkt hier minstens even goed. “Paloma” is een sobere bewerking van de Spaanse evergreen “La Paloma”, maar dan zonder het mierzoete (iets wat aan het einde ook gebeurt met “April”/ “I’ll Remember April”), “Zwik” bevat naast alweer een klassieke wind vooral ook een baldadige energie, en in “PF” spelen de broers een gelijk opgaand percussief spelletje. De speelsheid, ook zo mooi vervat in het geborstel van Wim of het gebruik van een slingerende baslijn als in “Slow Step”, is een constante doorheen de opname. Zelfs in de meer ingetogen momenten blijft dat zo, want het dromerige “Zeeweg” loopt nooit verloren in gewichtigheid, terwijl “Tune For F” opgefleurd wordt door een speelgoedpiano. Opvallend is tenslotte ook dat het de eerste release in meer dan een decennium (!) is op Guus’ Geestgronden-label. Hopelijk een aanzet voor een mooie doorstart.

Native Speaker – S/t (TryTone)

Native Speaker werd vijf jaar geleden al opgericht door Argentijnse Amsterdammer Natalio Sued (tenorsax, zie onder meer ook The Ambush Party en All Ellington), met bassist Matt Adomeit en Tristan Renfrow. Vier jaar na een titelloze EP wordt nu, misschien een beetje verwarrend, een titelloze langspeler uitgebracht. Voor de composities, op een uitzondering na allemaal van Sued, liet de leider zich niet enkel inspireren door muzikale ideeën en voorgangers (van Ornette Coleman, Wayne Shorter en Stevie Wonder tot Paul Termos), maar ook andere bronnen, zoals taal, diverse streken en onderwerpen, van liefde en geluk tot kinderspelletjes en angst. En als dat al iets suggereert van een poëtisch ingestelde spons, dan wordt dat ook bevestigd door de muziek.

Je hebt immers te maken met een saxtrio (voor de meerderheid van de tracks alleszins), maar het is geen oer-traditionele bedoening. Zonder voortdurend echt uit de band te springen heeft het trio een zekere gelijkwaardigheid gevonden en wordt ingezet op een soms onvoorspelbare cadans, met rollen die wel eens kunnen wijzigen en temperamenten die over en door elkaar heen schuiven, met strakke wendingen die moeiteloos gekoppeld worden aan vrije excursies. Vanaf opener “French Accent” beland je in een wereld die woelig én contemplatief is, met passages die frivoliteit samenbrengen met ernst en vervolgens weer kunnen omslaan in knoestige grooves, zonder er een jolige bende van te maken. Adomeit en Renfrow houden de rock-’n-roll-factor hier net iets lager dan bij het rebelser ingestelde Morgan Freeman, maar laten zich niettemin gelden.

Verschillende composities lijken te hinten naar een Zuiderse zwier, maar als Sueds geografische achtergrond er al in zit, dan gebeurt het subtiel. Nee, dan speelt er zich vooral veel af qua dynamiek, met krappe erupties, schijnbewegingen en verrassend catchy momenten. En ook al wordt er hier op niveau gemusiceerd door een sterk trio in knappe stukken als “Mates y Termos”, “Ornette” en “Steve y Wonder”; de band is op z’n best als hij gezelschap krijgt van vierde man Guillermo Celano. Met de gitarist erbij beweegt het 12 minuten durende hoogtepunt “Frases Sueltas” moeiteloos van filmisch mysterie naar explosief krachtvertoon, met vele gradaties ertussen. Ook “In Two Words” en “Roses Are Red, Violets Are Blue, Garlic Bread, Blink 182” (een compositie van Renfrow) wordt het groepsgeluid verrijkt op een manier die meer klinkt als ‘4’ dan ‘3+1’. Dat was voor de band duidelijk ook het geval, want in de cd wordt vermeld dat de gitarist intussen een vast bandlid werd. Dat wordt uitkijken naar meer!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 2 =